Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Onzichtbare versierders

Cultuur

Henny de Lange

Het nieuwe museum voor grafische vormgeving De Beyerd in Breda laat zien hoezeer ons leven doordrenkt is van het werk van grafisch ontwerpers.

Als koningin Beatrix vandaag in Breda het eerste museum voor grafische vormgeving ter wereld komt openen, wordt ze met 250 vlaggen verwelkomd. De hele voorgevel van het oude museum De Beyerd, dat de afgelopen drie jaar is verbouwd, is bekleed met vlaggen: een overdonderend mozaïek van logo’s en kleuren.

De vlaggencollage is bedacht door kunstenaar Teun Castelein en maakt deel uit van een van de openingstentoonstellingen, die gewijd is aan nieuwe vormen van visuele communicatie. Iedereen die dat maar wilde kon (tegen betaling) deelnemen aan dit project en zijn eigen vlag ontwerpen. In een mum van tijd waren alle vlaggen verkocht, vertelt Castelein. Een bonte mix van vlaggen wappert de bezoekers van het museum en voorbijgangers de komende maanden tegemoet. Een willekeurige greep uit de deelnemers: MercedesBenz, de gemeente Breda, dagblad Trouw, de Socialistische Partij, Albert Heijn, telefoonaanbieder Ben en het Chassé Theater in Breda.

Het vlaggenproject is niet alleen een kleurrijke openingsstunt. Het maakt ook zichtbaar dat het Graphic Design Museum Beyerd Breda geen instituut wil zijn dat alleen maar aantrekkelijk is voor mensen die geïnteresseerd zijn in de historie van het (Nederlandse) grafische ontwerp. Het museum zal ook nadrukkelijk ’de straat’ opgaan en proberen op alle mogelijke manieren het publiek te prikkelen.

Al voor de opening kwam het museum in het nieuws met een affiche van Geert Wilders als boegbeeld van modeketen H & M. Zonder overleg haalde een gemeenteambtenaar het enige exemplaar uit een reclamezuil, nadat er discussie over was ontstaan. Van de gemeente moest de poster, die deel uitmaakt van het graphic design festival, worden teruggehangen, omdat het duidelijk was dat het om een parodie ging. Kort daarop verscheen een poster van Rita Verdonk die een mantelpakje van textieldiscounter Zeeman aanprijst. Beide posters zullen worden opgenomen in de collectie van het museum.

En zo zijn er meer initiatieven te verwachten, die passanten zo nieuwsgierig maken dat ze regelmatig het museum binnenlopen. Voor basisscholieren staan er sowieso allerlei projecten op stapel die hen spelenderwijs vertrouwd moeten maken met de wereld van het grafisch ontwerp. Ook komen er tentoonstellingen die zich specifiek richten op pubers. Die komen nu meteen al aan hun trekken met de expositie ’Dialoog’, waarvan ook het vlaggenproject deel uitmaakt.

Deze tentoonstelling belicht de nieuwe verhouding tussen (grafisch) ontwerper en consument onder meer aan de hand van Nike-schoenen. Een paar jaar geleden kwam Nike met het idee om mensen in staat te stellen om op internet zelf hun schoenen te ontwerpen. Die formule is nog steeds een groot succes. In een van de museumzalen staat een hele rij schoenen, stuk voor stuk opgepimpt naar het persoonlijke ontwerp van de drager.

Dat consumenten steeds vaker deelnemen aan het ontwerpproces, komt door de computer en het internet, die het vak van grafische vormgeving ingrijpend hebben veranderd. Waar drukwerk vroeger door specialisten buiten de studio moest worden voorbereid, kan de ontwerper nu bijna alle fasen – behalve het drukken zelf – op zijn werkplek realiseren. Daardoor is de grafisch ontwerper nog onzichtbaarder geworden, zegt Esther Cleven, conservator grafische vormgeving.

Grafische vormgevers treden toch al niet vaak op de voorgrond, omdat het een dienend beroep is. Veel mensen realiseren zich ook niet dat achter een poster, een bedrijfslogo, bankbiljetten, boekomslagen, bewegwijzeringen, merken op kleding en schoenen, postzegels en lettertypes een ontwerper schuilgaat. Doordat het hele proces van ontwerp tot drukkerij steeds vaker op de computer wordt gedaan, kan bij de buitenwereld ook het idee ontstaan dat de grafisch ontwerper helemaal niet meer nodig is. „Op de computer kun je tegenwoordig zelf ook van alles in elkaar knutselen met sierletters. Ik krijg nu zelfs e-mails met een handtekening in krulletters eronder, wat ik vreselijk vind. Het is niet persoonlijk en ook geen mooie letter.”

Ook dat is een taak van het nieuwe museum, vindt Cleven, om duidelijk te maken hoezeer ons dagelijks leven doordrenkt is van het werk van grafische ontwerpers. Het museum toont niet alleen Nederlands grafisch design, ook internationale hedendaagse ontwerpers komen aan bod.

Dat het eerste museum voor grafische vormgeving ter wereld in Nederland staat, is geen toeval, zegt Cleven, die ook bijzonder hoogleraar moderne typografie en grafisch ontwerpen is aan de Universiteit van Amsterdam. „We hebben een sterke typografische industrie, die voortvloeit uit onze boekcultuur en teruggaat tot de zeventiende eeuw. Drukkerij Enschedé is al meer dan 300 jaar oud en dat is uniek in de wereld.”

Er zijn wel meer landen met een rijke typografische geschiedenis, maar Nederland onderscheidt zich door de manier van ontwerpen. „We zijn eigenzinniger. Ook hebben Nederlandse ontwerpers humor. En wat ik ook kenmerkend vind is dat ze vaak niet alleen kijken of hun ontwerp wel verkoopt. Ze durven te experimenteren. Ze zijn dienstbaar, maar kiezen niet gauw voor een snelle oplossing. In veel andere landen is dat dienstbare veel nadrukkelijker aanwezig.”

In het souterrain van het museum wordt de geschiedenis van de grafische vormgeving in Nederland belicht aan de hand van honderden voorbeelden: oud en recent werk, van onbekende en bekende ontwerpers. De door Piet Zwart in 1931 ontworpen Koninginnezegels zijn er te zien evenals de eerste Nederlandse postzegels waarin fotomontage en rasterdiepdruk werden toegepast. Ook de bankbiljetten (de Snip, Vuurtoren en Zonnebloem) van Ootje Oxenaar worden getoond en roepen prompt weemoedige herinneringen op aan de tijd voor de invoering van de euro. Heel veel affiches hangen er ook, waaronder een aantal voorgoed in het collectieve geheugen is geprent. Cleven: „We willen ook echt het kenniscentrum worden van de collectie Nederland.”

De begane grond is bestemd voor wisselexposities en activiteiten voor kinderen, die er vooral op gericht zijn dat ze leren begrijpen hoe beeldtaal werkt. In een andere zaal wordt – met een knipoog naar het EK voetbal – het ’Europees kampioenschap voor grafische ontwerpers’ gehouden. Onder leiding van ontwerper, reclamemaker en fotograaf Erik Kessels maken elf Europese ontwerpers speciaal voor het museum een aantal werken en een poster, die overal in het land komt te hangen.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel