Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Onder de handen van pianist Hannes Minnaar klinkt zelfs saai werk boeiend en bloedmooi

Cultuur

Sandra Kooke

Hannes Minnaar © Simon van Boxtel

KLASSIEK
Hannes Minnaar
Bach, Beethoven, Franck, Messiaen
★★★★★

Toen ‘Prélude, Aria et Final’ van César Franck in première ging, noemden critici het stuk lang en saai. Maar wie het zondagavond in het Amsterdamse Concertgebouw hoorde, begreep daar helemaal niets van. Want onder de handen van pianist Hannes Minnaar klonk het werk boeiend en zelfs bloedmooi.

Lees verder na de advertentie

Het is niet niks om in de prestigieuze Meesterpianistenserie te debuteren. Minnaar (34) speelde niet op zeker, maar koos een eigenzinnig programma voor zijn debuutrecital. Dit keer niet de geijkte muziek van Schubert, Chopin of Brahms, waarmee je het publiek gemakkelijk kunt vervoeren, maar zelden gespeelde, weerbarstiger werken van Franck, Messiaen en Beethoven.

Hannes Minnaar is geen pianist die de muziek gebruikt om zijn kunstjes te etaleren. Eerder andersom: hij zet zich maximaal in om de muziek te laten spreken.

Dat de keuze werd ingegeven door zijn hart, hoorde je aan de liefdevolle afwerking van elke frase, aan de doordachte, evenwichtige opbouw, maar ook aan de vrijheden die hij nam om bijzondere plekken uit te lichten. Zo smeltend als hij het slot van Francks aria speelde, zal het zelden zijn gehoord.

Minnaar opende het recital met Bachs Eerste Partita. Hij zette de schijnwerper op het lieflijke karakter van het stuk door de dansen meestal in rustige tempi en met een vrije, soepele melodievorming te spelen. Hoe verder in het stuk, hoe meer hij de versieringen over elkaar heen liet buitelen, zodat ook de herhalingen voor verrassingen zorgden.

Beethovens ‘Eroica-variaties’ opus 35 gaf hij met stevige bassen en mooi getimede rusten een onderhoudend karakter.

Dicht stemmenweefsel

Hannes Minnaar is geen pianist die de muziek gebruikt om zijn kunstjes te etaleren. Het is eerder andersom: hij zet zich maximaal in om de muziek te laten spreken.

Dat viel het meest op in het Franse deel van het programma. Het dichte stemmenweefsel van de Prélude, Aria et Final opende hij voor het oor van de luisteraar door zijn zorgvuldige behandeling van alle lijnen. Er zullen niet veel pianisten zijn die zoveel schoonheid weten op te duiken uit deze gecompliceerde muziek.

Ook de drie delen uit Messiaens ‘Vingt Regards sur l’Enfant-Jésus’ blonken uit in schoonheid. In deze uitvoering was niets te merken van het afstandelijke karakter dat deze muziek soms kan hebben. ‘Regard de la Vierge’ had een wiegend ritme, waardoor je Maria met het kind in haar armen voor je zag. ‘Le Baiser de l’Enfant-Jésus’ klonk romig en lieflijk. Schitterend hoe na lange notenguirlandes en een goed geplaatste rust de kalme gang van het stuk terugkwam. ‘Regard de l’Esprit de joie’ was de uitgelaten uitsmijter. Een van de melodieën daaruit kwam terug in de opmerkelijke toegift, een bewerking van ‘I got rythm’ van Gershwin.

Niets op aan te merken dus? Jawel, Minnaars klank is soms te eenvormig. Met meer volume, en vooral meer kern in zijn rechterhand, kan hij een grote zaal nog meer op sleeptouw nemen. Dat lijkt me iets voor een volgend concert.

Een overzicht van de nieuwste recensies van pop, klassiek, wereldmuziek en optredens vindt u hier.

Deel dit artikel

Hannes Minnaar is geen pianist die de muziek gebruikt om zijn kunstjes te etaleren. Eerder andersom: hij zet zich maximaal in om de muziek te laten spreken.