Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ondenkbaar: fatsoenlijk vernederen

Cultuur

Hans Driessen

Review

Israël is weer in de ban van geweld. Wie niet horen wil zal het voelen en wie wél horen voelen ook. Avishai Margalit, vredesactivist in Israël, winnaar van de Spinoza-lens 2001, hoogleraar filosofie in Jeruzalem, schreef over 'de fatsoenlijke samenleving'. Wat dat is? Een samenleving waar de instituties de mensen niet vernederen. Maar in een situatie van geweld heeft het geen zin een morele toon aan te slaan.

Er zijn gedachten zo simpel en vanzelfsprekend, dat je je verbaast dat iemand ze al niet veel eerder heeft opgeschreven. De gedachte van de fatsoenlijke samenleving is er zo een; de definitie zo simpel, banaal haast, als de gedachte zelf: een samenleving die mensen niet vernedert. De geestelijke vader ervan is Avishai Margalit; in zijn boek 'The Decent Society' werkte hij enkele jaren geleden zijn ideeën uit.

Avishai Margalit (1939), hoogleraar filosofie aan Hebrew University, oprichter van Vrede Nu, de belangrijkste vredesbeweging van Israël. In december ontving hij de Spinoza-lens, die tweejaarlijks wordt uitgereikt aan een schrijver, wetenschapper of filosoof die zich, in de geest van Spinoza, verdiept heeft in de ethische grondslagen van de wereldsamenleving.

Margalit hoorde de term 'fatsoenlijke samenleving' voor het eerst tijdens een discussie over John Rawls' spraakmakende boek 'A Theory of Justice' (1971); aan het eind van die discussie liet een deelnemer zich quasi-achteloos, zonder nadere toelichting, ontvallen dat ,,de urgentste kwestie niet zozeer de rechtvaardige, maar de fatsoenlijke samenleving is'. Deze uitspraak maakte diepe indruk op Margalit, maar pas na een rijpingsproces van twintig jaar achtte hij zich zelf in staat het idee uit te werken.

Dat dit idee zo lang moest rijpen, heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat de op het eerste oog zo simpele definitie ,,de fatsoenlijke samenleving is een samenleving waarvan de instituties mensen niet vernederen' bij nader inzien zo simpel niet is. Want wat is vernedering? Het is dus vóór alles zaak een definitie te vinden die zoveel mogelijk subjectieve componenten bevat, zonder dat het begrip 'vernedering' daardoor zijn algemene normativiteit verliest. Aan het formuleren van zo'n definitie besteedt Margalit het eerste deel van zijn boek. Hij gaat daarbij niet alleen te rade bij de filosofische traditie, hij voerde ook talrijke gesprekken met Palestijnen en met Russische Joden in hoeverre zij hun relatie met de Israëlische welzijnsinstellingen als vernederend ervaren.

Hij begint met een voorlopige definitie: ,,Van vernedering is sprake wanneer vormen van gedrag of omstandigheden iemand een gegronde reden geven om zich geschaad te voelen in zijn of haar zelfrespect.' Daarmee verschuift echter het probleem van het begrip vernedering naar dat van 'zelfrespect'. Want is zelfrespect, wat 'eer' of 'menselijke waardigheid'? Verder in zijn boek gaat Margalit uitvoerig op die vragen in. Hij komt tot de conclusie dat vernedering voornamelijk een kwestie van uitsluiting is. Bepaalde burgers of sociale groepen worden uit de gemeenschap buitengesloten en vervolgens behandeld alsof ze geen mensen zijn maar dingen; ze worden niet als volwaardige maar als minderwaardige burgers behandeld.

Hoe moet dan een fatsoenlijke samenleving eruitzien? Moeten er aan de culturele uitingen restricties worden opgelegd, bijvoorbeeld dat ze niet kwetsend zijn voor bepaalde bevolkingsgroepen? En hoeveel vrijheid moet de fatsoenlijke samenleving toestaan aan bepaalde subculturen? Margalit gaat daar heel gedetailleerd op in, tot en met de vraag hoeveel pornografie een fatsoenlijke samenleving aankan en of zij rekruten een bepaalde haardracht op kan leggen. Ten slotte zet hij uiteen hoe instituties, zoals sociale voorzieningen, zorg, vreemdelingendienst, onderwijs, eruit horen te zien. In dit verband geeft hij een aantal opmerkelijke opvattingen over bureaucratie ten beste.

In methodisch opzicht bewandelt Margalit twee wegen; die van de begripsverheldering -waarbij zijn scholing in de analytische filosofie en taalfilosofie hem goed van pas komt- en die van het empirische onderzoek -wat is de gangbare betekenis geworden van begrippen als 'eer' en 'waardigheid'? Deze twee methoden houden elkaar bij Margalit goed in evenwicht en zorgen ervoor dat zijn betoog nergens abstract is of ontaardt in vrijblijvendheid. Hij heeft een gelukkige hand met zijn voorbeelden uit het dagelijkse leven en uit de literatuur: dit draagt bij aan het leesgenoegen en biedt onvermoede perspectieven op een schijnbaar banale, maar brandende kwesties.

De fatsoenlijke samenleving is niet het boek van een bevlogen idealist -verre van dat. Hij is ook geen denker die diep doordringt in de filosofisch vooronderstellingen van de sociale kwestie. Margalit is een nuchter realist die onderzoekt wat er, gegeven het menselijke tekort, mogelijk is: daarbij gaat hij uit van de stelling dat het zinvoller is het kwaad te bestrijden dan het goede te bevorderen. Margalit bedrijft daarom eerder social engineering dan filosofie. Dat maakt zijn boek geschikt om er alledaagse sociale en politieke vraagstukken mee te lijf te gaan. Voor beroepspolitici is het dan ook zeer aan te bevelen.

Halverwege zijn boek zegt Margalit onverwachts: ,,Omdat een fatsoenlijke samenleving respect voor mensen in sluit en het verkeerd is wie dan ook te vernederen, moet er hierin geen onderscheid zijn tussen leden van de samenleving en wie geen lid zijn, maar wel binnen haar invloedssfeer vallen. Zo snijdt hij een problematiek aan die eigenlijk al vanaf de eerste bladzijde, impliciet, meespeelt: de Palestijnse kwestie. De vraag dringt zich dus op: is de Israëlische samenleving fatsoenlijk?

Sinds het aantreden van de regering-Sjaron kan deze vraag slechts op één manier beantwoord worden; met een ondubbelzinnig nee. Sterker nog: aangezien Sjarons politiek tot dusverre voornamelijk bestaat in het vernederen van individuele Palestijnen en het Palestijns gezag, moeten we de huidige Israëlische samenleving volgens de definitie van Margalit onfatsoenlijk noemen, maar dat zullen we niet vernemen uit de mond van de filosoof Margalit.

In een interview uit 2001 -Sjaron is dan nog niet zo lang premier- verzet Margalit er zich nadrukkelijk tegen dat 'De fatsoenlijke samenleving' uitsluitend tegen de achtergrond van het Palestijns-Israëlisch conflict wordt gelezen, en hij laat zich er niet toe verleiden uitspraken te doen over het al dan niet fatsoenlijk zijn van de Israëlische samenleving. Dat wil allerminst zeggen dat Margalit als Israëlisch staatsburger geen standpunt zou innemen in het conflict, integendeel. Hij heeft zich in tal van politieke beschouwingen in de New York Review of Books uitgesproken over de Joods-Palestijnse kwestie.

In het genoemde interview, dat is opgenomen in het dossier-Margalit, 'Fatsoen als maatstaf', vertelt Margalit uitvoerig over zijn eigen achtergrond. Hij komt eruit te voorschijn als een bewogen en scherpzinnig politiek analist. Eens te meer leren we eruit dat de Midden-Oosten-kwestie een uiterst complex geheel is waarop men door middel van begrippen als fatsoen en onfatsoen, goed en fout geen vat krijgt. Bovendien leven Joden en Palestijnen in staat van oorlog met elkaar; mensen worden werkelijk fysiek bedreigd, en in zo'n situatie heeft het geen zin een morele toon aan te slaan, zegt Margalit ten slotte. Met andere woorden: waar het geweld regeert, heeft een filosoof niets te zoeken. Met deze even nuchtere als sombere boodschap laat Margalit ons vertwijfeld achter.

Deel dit artikel