Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Olifanten hadden vroeger neuzen

Cultuur

LIEKE VAN DUIN

Review

Kitty Crowhter: 'Mijn koninkrijk', vert. Henny Kroonenberg, Van Goor, ¿ 22,50, vanaf 6 jaar; John A. Rowe: 'Baby Kraai', vert. Selma Noort, De Vier Windstreken, ¿ 24,90, vanaf 4 jaar; Rudyard Kipling: 'Het Olifanten-Kind', ill. John A. Rowe, vert. Annie M.G. Schmidt, De Vier Windstreken, ¿ 22,50, vanaf 5 jaar; Rudyard Kipling: 'Hoe de olifant aan zijn slurf kwam', vert. Ernst van Altena, ill. Agnes Mathieu, Casterman (Letterkast-serie), ¿ 7,95.

Links en rechts van haar wonen twee potige buren, Dominique en Patrick. En wel op nog hogere toppen, in respectievelijk een paleis en een kasteel. Die buren maken voortdurend ruzie, en we zien van alles over het huisje van het meisje heen vliegen: een deegrol, schaar, bijl, broodmes, taarten en pijlen. Dan komen de buren bij het meisje op bezoek. Dominique neemt een taart mee en Patrick een bosje bloemen. Beiden beweren het geruzie vervelend te vinden, geven de ander de schuld en . . . beginnen te vechten. Het meisje staat er ontredderd bij te kijken.

Maar Hond weet raad: “Dat moet je niet pikken”, zegt hij. “Het is jouw huis. Gooi ze eruit. Alle twee!” De dieren helpen het meisje al haar moed bij elkaar te rapen en eindelijk durft ze haar buren de les te lezen. Dat werkt - wel érg snel overigens. Het is alsof Dominique en Patrick wakker geschud zijn. Tenslotte is het vrede in 'Mijn koninkrijk'.

Het boekje kan over ruzie tussen al of niet gescheiden ouders gaan, tussen buren of tussen kinderen onderling. Het belangrijkste is echter dat het slachtoffer van die ruzies tenslotte laat zien dat hij niet te manipuleren is en van zich afbijt. Wat dat betreft heeft 'Mijn koninkrijk' een duidelijke boodschap. Toch komt het niet boodschapperig over. Dat ligt vooral aan de expressieve prenten, in een stijl die soms aan Sylvia Weve doet denken, soms aan Ted van Lieshout. Ze hebben iets kinderlijk-onbevangens, maar de eenvoud heeft raffinement. 'Mijn koninkrijk' is het derde boekje afkomstig uit wat kennelijk een serie aan het worden is bij de Parijse uitgeverij L'école des loisirs. Het eerste, 'Felix & Florine' (1993) van Elzbieta, ging over oorlog en het tweede, 'Mauwtje' (1994) van Rascal & Sophie, over adoptie. De boekjes hebben veel gemeen: alle drie behandelen ze een zwaar onderwerp op een lichtvoetige, maar niet-verhullende manier voor jonge kinderen. Alle drie doen ze dat gestileerd zonder abstract te worden; evocatief, zodat kinderen aangemoedigd worden om er hun eigen verhaal van te maken. En alle drie paren ze bescheidenheid aan pure kwaliteit.

Minder bescheiden komen de prentenboeken van John A. Rowe (50) over, 'Baby Kraai' en 'Het Olifanten-Kind', in Nederland geïntroduceerd door uitgeverij De Vier Windstreken. Rowe kan daar zelf echter weinig aan doen. Hij maakt prachtige, karakteristieke prenten in dekkende verf, humoristisch, geheimzinnig en geladen. Elke prent is een wereld op zich, gevat in een dwingende compositie die soms - en dat is het enige minpunt - overgecultiveerd, bedacht, aandoet. Zulke aandacht zuigende prenten vereisen een sterke maar typografisch rustige tekst en doordachte boekverzorging. Daar ontbreekt het in beide boeken aan. 'Baby Kraai' heeft nog wel een vermakelijk verhaal, over een jonge kraai die maar niet kan leren zingen, terwijl zijn grootvader operazanger was. Opa weet gelukkig raad, maar daarna krast baby alle kraaien horendol. Rowe laat opa dan rode kersen als geluidsdemper gebruiken; handig, want zo'n kleurige toets heeft hij net nodig om zijn wat donkere prenten mee op te vrolijken. De typografie van 'Baby Kraai' is echter een ramp. De vette letters (allemaal hoofdletters) zijn te opdringerig, staan te wijd uit elkaar om prettig te lezen en de tekstblokken zijn onevenwichtig over de pagina's verdeeld. Jammer van de fraaie prenten.

In 'Het Olifanten-Kind' is het nog beroerder. Het verhaal, geschreven door Rudyard Kipling en vertaald door Annie M.G. Schmidt, is de klassieke fabel over hoe de olifant aan zijn slurf kwam. Het vertelt hoe vroeger de olifanten geen slurven hadden, maar een stompe neus. Een nieuwsgierig olifantje wilde wel eens weten wat de krokodil als middagmaal gebruikt. Toen hij het hem wilde vragen, trok de krokodil hem aan zijn neus, net zo lang tot die was uitgerekt tot een slurf.

Annie M.G. Schmidt mag dan de koningin van de Nederlandse jeugdliteratuur zijn, deze vertaling (uit 1985) had beter in het vergeetboek weggemoffeld kunnen worden. De lezer wordt door haar aangesproken als 'O Bovenste Beste', het olifantje heeft een 'onverzadiglijke nieuwsgierigheid' en ook verder stoort de opgefokte leukdoenerigheid. Ernst van Altena maakte voor Casterman in het overigens wel erg pietepeuterig kleine boekje 'Hoe de olifant aan zijn slurf kwam' een minder geforceerde en daarmee betere vertaling.

Ook 'Het Olifanten-Kind' lijdt aan een te vette belettering en onevenwichtig bladbeeld. Bovendien, en dat is het ergste, is de relatie tussen tekst en beeld compleet zoek. Het is aan de prenten nog net te zien dat het verhaal over een olifantje en een krokodil gaat, maar voor de rest vraag je je af waar Rowe met zijn gedachten was bij het illustreren. En zo kan het gebeuren dat een prentenboek, met een wereldberoemd schrijver (Kipling), een in Nederland even beroemde schrijfster (Schmidt) en een uitstekend illustrator (Rowe) een totale mislukking wordt.

Deel dit artikel