Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Oeuvreprijs voor Marga Minco krijgt bittere bijsmaak

Cultuur

Sander Becker

Schrijfster Marga Minco ontvangt de P. C. Hooftprijs op 99-jarige leeftijd © mark kohn

Pijnlijk toeval: de bestuursvoorzitter van de aan Marga Minco toegekende P. C. Hooftprijs is een kleinkind van het paar dat na de oorlog familiebezit van de Joodse Minco’s inpikte.

Zelden is het heden zo ruw met het verleden in botsing gekomen als hier. “Het is een bizar toeval”, zegt Jessica Voeten, de jongste dochter en woordvoerster van schrijfster Marga Minco. “Als je dit zou verzinnen, zou niemand het geloofwaardig vinden.”

Lees verder na de advertentie

In december vernam Marga Minco (99) via haar dochter dat ze de ­P. C. Hooftprijs 2019 zou krijgen. Bestuursvoorzitter Gillis Dorleijn, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde in Groningen, wilde haar het nieuws zelf telefonisch vertellen. Maar dat leek de schrijfster niet zo’n goed idee, ‘ook voor hem niet’.

Zonder dat hij het wist, blijkt Dorleijn namelijk de kleinzoon te zijn van een Amersfoorts echtpaar dat tijdens de Tweede Wereldoorlog een verzameling huisraad van de Joodse familie Minco in bewaring nam en daarna inpikte. Marga Minco, de enige overlevende, vroeg de spullen na de oorlog tevergeefs terug. Omdat haar ouders waren weggevoerd en omgebracht, viel alles automatisch aan de bewaarders toe, redeneerden de Dorleijns.

Stilte

Minco heeft aangrijpend over de kwestie geschreven in haar beroemde verhaal ‘Het adres’ uit 1957. De achternaam Dorleijn veranderde ze in Dorling, waardoor de kleinzoon – geboren in 1951 – nooit iets heeft vermoed. Tot afgelopen december.

De dochter van Minco hield de connectie aanvankelijk stil. “Anders zou het in de pers alleen nog maar dáárover gaan”, verklaart ze aan de telefoon. “En dan waren al die mooie stukken over mijn moeders werk niet geschreven.” De schrijfster had vrede met de stilte. “Hij kan er niets aan doen”, was haar reactie toen ze de naam van de bestuursvoorzitter hoorde. Waarom zou ze hem dan aan de schandpaal nagelen?

Veel andere Joden hebben iets vergelijkbaars meegemaakt. Maar bij niet-Joden in Nederland is het historisch besef hierover beperkt

Jessica Voeten, dochter Marga Minco

Toch bleef het knagen, zeker nadat de dochter de na-oorlogse briefwisseling tussen haar moeder, de officiële instanties en de Dorleijns had bestudeerd. Marga Minco en haar man Bert Voeten werden destijds simpelweg aan hun lot overgelaten, ook door de overheid. Ze waren ‘zo arm als kerkratten’, vertelt de dochter, maar kregen geen hulp bij het terugvorderen van hun bezittingen. “Bij ons in de familie kenden we dit verhaal allang. Veel andere Joden hebben iets vergelijkbaars meegemaakt. Maar bij niet-Joden in Nederland is het historisch besef hierover beperkt. Daarom wilde ik het alsnog in z’n geheel vertellen.”

Toen de P. C. Hooft-stichting na de prijsuitreiking het traditionele boekje met het juryrapport ging vormgeven, bleek dat een mooie gelegenheid. Dochter Voeten, werkzaam als journalist, opent het deze week verschenen boekje met een tekst waarin ze de twist over het familiebezit gedetailleerd uit de doeken doet. Dan volgt, na het juryrapport, het oorspronkelijke verhaal Het adres: werkelijkheid en literaire weerslag, pal naast elkaar.

De on­ver­kwik­ke­lij­ke geschiedenis vond plaats vóór ieder van ons geboren was, maar heeft ons na driekwart eeuw pijnlijk geraakt en maakt ons in feite sprakeloos

Gillis Dorleijn, kleinzoon van het echtpaar dat de huisraad van de Minco's inpikte

De uitgave biedt ook ruimte voor een korte reactie van Gillis Dorleijn. Net als de andere kleinkinderen is hij ‘beschaamd’ en ‘bijzonder ontsteld’, schrijft hij. “De onverkwikkelijke geschiedenis vond plaats vóór ieder van ons geboren was, maar heeft ons na driekwart eeuw pijnlijk geraakt en maakt ons in feite sprakeloos.” Hij heeft Minco een brief geschreven, maar wil verder geen toelichting geven. De schrijfster vindt het oké zo. Ze doet niet graag dramatisch en ziet een gesprek met Dorleijn niet als zinvol.

Zilveren lepeltjes

Uit een historisch document blijkt dat de huisraad van de Minco’s bestond uit ‘enkele complete serviezen, gordijnen, een tafelkleed, roestvrije messen, zilveren lepeltjes, lijfgoederen, pullen en veel glaswerk’. Er zat ook een schilderij bij, gemaakt door Marga Minco’s zus. “Veel Joden gaven zulke voorwerpen uit voorzorg in bewaring bij een aardige buurman, voor het geval dat ze een oproep kregen om ‘op reis’ te gaan”, vertelt Voeten. “Na de oorlog bleek die buurman vaak toch niet meer zo aardig. Dat is iets universeels wat je nog steeds ziet in gebieden met veel ellende: mensen maken misbruik van andermans ongeluk.”

Thuis sprak de schrijfster zelden over de verloren spullen. Feitelijk school haar verdriet ook veel minder dáárin dan in de mensen die ze was kwijtgeraakt. Toch was er één bezitting die ze geregeld ter sprake bracht: de zilveren theelepeltjes. Die werden een gevleugeld begrip. Op een van haar twee bezoekjes bij de Amersfoortse ‘bewaarfamilie’ had Minco op een onbewaakt ogenblik een greep uit de bestekla gedaan. Zo pikte ze een aantal zilveren theelepeltjes terug die haar familie hadden toebehoord. Voeten: “Als er bij ons mensen op de thee kwamen, vroegen ze vaak met een glimlach: ‘Zijn dit nou de Amersfoortse lepeltjes?’”

In Het adres laat Marga Minco de terugdiefstal onvermeld. Wel vertrekt haar hoofdpersoon ineens halsoverkop uit het Amersfoortse huis als iemand de bestekla wil openen. De gewaarschuwde lezer weet nu wat daarachter zat. Zoete wraak, literair vereeuwigd.

Lees ook:

Bij Marga Minco komt altijd toch de oorlog weer boven

Schrappen, herschrijven, nog eens opnieuw beginnen. Met grote precisie schreef Marga Minco een klein maar fijn oeuvre bij elkaar, dinsdag bekroond met de P.C. Hooftprijs voor proza 2019. “Per verhaal flikker ik soms een volle Albert Heijn-tas met eerdere versies weg.”

P.C. Hooftprijs voor Marga Minco (98): ‘Een daad van historische rechtvaardigheid’

Marga Minco krijgt de P.C. Hooft­prijs voor verhalend proza. De schrijfster van ‘Het bittere kruid’ is inmiddels 98 jaar oud, maar: ‘Beter laat dan nooit’.

Deel dit artikel

Veel andere Joden hebben iets vergelijkbaars meegemaakt. Maar bij niet-Joden in Nederland is het historisch besef hierover beperkt

Jessica Voeten, dochter Marga Minco

De on­ver­kwik­ke­lij­ke geschiedenis vond plaats vóór ieder van ons geboren was, maar heeft ons na driekwart eeuw pijnlijk geraakt en maakt ons in feite sprakeloos

Gillis Dorleijn, kleinzoon van het echtpaar dat de huisraad van de Minco's inpikte