Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nieuw boek onthult het privé-Domein van schrijfster Sidonie Gabrielle Colette

cultuur

Ger Leppers

Sidonie Gabrielle Colette (1873-1954) © Getty Images
Boekrecensie

Vertaalster Kiki Coumand wist uit boekfragmenten, documenten en journalistieke stukken waarin schrijfster Sidonie Gabrielle Colette verhaalt over haar doen en laten, een Privé-Domein over haar samen te stellen. 

Haar generositeit, sensualiteit en levendige belangstelling voor mensen van allerlei slag leidden tot een turbulent bestaan

Lees verder na de advertentie

Een echte autobiografie heeft de Franse schrijfster Sidonie Gabrielle Colette (1873-1954) nooit geschreven. Dat is jammer want ze had een wild leven en ze beschikte over een gouden pen. Haar generositeit, sensualiteit en levendige belangstelling voor mensen van allerlei slag leidden tot een turbulent bestaan, waarin ze na elk malheur als een duikelaartje weer overeind kwam. Maar naast haar beroemde herinneringen aan haar moeder, ‘Sido’, leverde dat geen verdere memoires op.

Goed nieuws voor haar Nederlandse bewonderaars evenwel want vertaalster Kiki Coumans heeft nu uit boekfragmenten, documenten en journalistieke stukken waarin Colette verhaalt over haar doen en laten, toch een Privé Domein-deel weten samen te stellen. Het gevolgde procedé heeft als voordeel dat je allerlei mooie parels bij elkaar kunt zetten, maar als nadeel, zo men wil, dat een rode draad of alomvattende opzet ontbreekt.

Colette had een scherp oog voor de natuur, en kende al wat groeit bij naam en toenaam. Lezers met weinig verstand van planten en bloemen doen er misschien goed aan een flora bij de hand te houden. Maar je kunt ook, zoals ik gedaan heb, je eenvoudigweg laten meeslepen door de muziek van de plantennamen en bewondering voor het scherpe oog van de schrijfster, dat eenheid brengt in de diversiteit van al deze stukken.

Dierengedrag

De observaties van dierengedrag zijn eveneens heel precies. Zoals deze beschrijving van een bij, die de schrijfster op een koude aprildag op een Parijs’ trottoir aantrof: “‘Ik blies haar warm’, zoals kinderen dat noemen. Ze begon weer te bewegen en ik nam haar mee naar huis, waar vuur en bloemen waren. Op de bloemenkroon van een wilde appelboom vouwde ze zich open, controleerde al haar pootjes en opende haar vleugels. Maar ze dronk pas suikerwater nadat ze eerst minutieus haar toilet had gemaakt. De beweginkjes waarmee ze zichzelf schoonlikte en gladmaakte deden me aan katten en vogels denken. Daarna rustte ze uit, leek - voor mijn weinig verfijnde mensenogen - te slapen en met schokjes te dromen Buiten sloeg de hagel tegen de ruiten; de lente was weer dichtgegaan. De gesterkte maar onrustige bij draaide zorgelijk haar antennes en bolle oogjes naar de schemering… Ik kon niets voor haar doen en gaf haar de genadeklap, een mooier cadeau kon ik niet bedenken…”

Spijtig is het dat de Eerste Wereldoorlog, die in het leven van alle Fransen zulke diepe sporen achterliet, maar kort aan bod komt. De artikelen over Colette’s clandestiene verblijf aan het front in Verdun, waar ze haar stiefzoon/minnaar opzocht, behoren tot de hoogtepunten van het boek, en doen verlangen naar meer. Jammer is ook dat de vele mensen in haar leven hier vaak schimmen blijven. Dat verrast enigszins, bij een schrijfster die in haar romans juist steeds zo’n subtiel psychologe is. We moeten het hier voornamelijk doen met een afstandelijk-boos portret van Willy en wat anekdotes over Proust, Debussy en Sarah Bernhardt.

In haar laatste jaren genoot ze intens van haar lekkend appartement

Het boek bevat verder mooie teksten over een reis per zeppelin, het proces tegen een moorddadige hoerenmadam in Algerije, een scheepsreis naar New York, een artikel over haar katten (Colette had er in de loop van haar leven meer dan vijftig!), en fraaie beschrijvingen van de Provence en vooral van het Palais-Royal, dat schitterende gebouw met cafés en theaters en een parkachtige binnentuin in het hart van Parijs. In haar laatste jaren genoot de schrijfster er intens van haar lekkend, rondom inzakkend, maar ruim en licht appartement. “Het is pure betovering die ons hier houdt en die in het centrum van Parijs alles bewaart wat langzaam aftakelt en blijft, wat bezwijkt en toch niet van zijn plaats wijkt.”

“Op je negenenzeventigste min een kwart”, concludeert Colette aan het eind van haar leven, “heb je nog altijd plannen, en ook mij ontbreekt het er niet aan. Zo ben ik van plan nog een tijdje te blijven leven, mijn lijden op een waardige manier voort te zetten - dat wil zeggen zonder veel ophef of rancune -, te lachen als er reden toe is, te beminnen wie mij liefheeft, en alles netjes achter te laten, zowel mijn bankrekening als de la met oude foto’s, en zowel het schaarse linnengoed als de weinige brieven. Zorgvuldig zijn, klaar zijn, op orde zijn, komt allemaal op hetzelfde neer.”

En ze besluit met de woorden: “Ik heb me onderweg in ieder geval goed vermaakt.”

Sidonie Gabrielle Colette (1873-1954)

Na een gelukkige jeugd op het platteland van de Bourgogne trouwde Colette jong met de veel oudere schrijver Willy. Hij bleek een boemelbaron die niet schroomde haar eerste teksten onder zijn naam uit te geven.

Colette kreeg een lesbische verhouding met de markiezin de Morny, bijgenaamd Missy. Samen speelden ze in pantomimestukken die veel opzien baarden. ‘Rêve d’Egypte’, dat werd opgevoerd in de Moulin Rouge, werd in 1907 zelfs verboden. Nadat Colette gescheiden was van Willy en haar verhouding met Missy had beëindigd, hertrouwde zij met de journalist en politicus Henry de Jouvenel. Ze kreeg van hem een dochter, maar begon ook een relatie met zijn 25 jaar jongere zoon Bertrand - die daar in zijn latere leven met grote dankbaarheid op terugzag.

Ondertussen schreef ze gestaag voort: romans, journalistiek werk, het libretto voor Maurice Ravels opéra-fantaisie ‘L’Enfant et les sortilèges’. Ze werd benoemd tot ridder in de orde van het Legioen van Eer en later bevorderd tot grootofficier, en begon in 1925 aan haar laatste huwelijk, met de zakenman en schrijver Maurice Goudeket.

Haar laatste jaren was de schrijfster aan bed gekluisterd in haar appartement in het Palais-Royal in Parijs

De onvermoeibare Colette, die inmiddels als voorbeeld gold van de Franse elegantie en esprit, opende in de jaren dertig ook nog een schoonheidssalon in Parijs. Haar laatste jaren was de schrijfster aan bed gekluisterd in haar appartement in het Palais-Royal in Parijs. Na haar overlijden kreeg Colette in 1954 als eerste vrouw in de Franse geschiedenis een staatsbegrafenis.

De eerste keer dat ik mijn hoed verloor Vert. & samenst. Kiki Coumans. Arbeiderspers; 358 blz. € 24,99

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Haar generositeit, sensualiteit en levendige belangstelling voor mensen van allerlei slag leidden tot een turbulent bestaan

In haar laatste jaren genoot ze intens van haar lekkend appartement

Haar laatste jaren was de schrijfster aan bed gekluisterd in haar appartement in het Palais-Royal in Parijs