Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nella Larsen is een openbaring: in toon en thema is ze verrassend en akelig modern

Cultuur

Jann Ruyters

© Frank Castelein
Recensie

Eerste vertaling van twee klassiekers van de Afro-Amerikaanse schrijver Nella Larsen: buitenbeentje en rebel. 

Nella Larsen
Drijfzand & Schutkleur
Vert. Lisette Graswinckel Nieuw Amsterdam; 320 blz.
€ 21,99

Lees verder na de advertentie

Het verhullen van je raciale identiteit (Engels: passing) is een fenomeen dat laatst nog opdook in het werk van de (witte) Nell Zink. In ‘Misplaatst’ voerde ze een witte vrouw op die, als haar de grond te heet onder de voeten wordt, de identiteit van een overleden zwarte vrouw inpikt en met haar blonde dochtertje verder leeft als Afro-Amerikanen zonder dat dat ook maar bij iemand vragen oproept. Mij deed die roman in absurditeit, meer komisch dan kritisch, nog het meest denken aan Woody Allens pseudo-documentaire ‘Zelig’ over de pathologische, angstige conformist Zelig die zich zo graag aanpast aan zijn omgeving dat hij steeds de uiterlijke kenmerken overneemt van degene met wie hij spreekt.

Van een heel andere orde, niet speels maar urgent en pijnlijk realistisch, is ‘passing’ in het werk van de Afro-Amerikaanse auteur Nella Larsen. Een schrijver van wie ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord had, tot haar roman ‘Passing’ uit 1929 enkele weken terug opdook op de lijst van favoriete romans van wijlen David Bowie - door zijn zoon via Twitter verspreid. Toevalligerwijs belandde de eerste Nederlandse vertaling van deze roman diezelfde week ook op mijn bureau, in een tweeluik met een andere roman van Larsen. Beide novelles - ‘Drijfzand’ (‘Quicksand’) en ‘Schutkleur’ (‘Passing’) - gaan over zwarte vrouwen die enige tijd toetreden tot een witte gemeenschap, waarbij het beklemmende ‘Schutkleur’ ook echt over ‘passing’ gaat. Een van de twee hoofdpersonen is Clare Kendry, een licht getinte vrouw die haar Afrikaanse wortels verborgen houdt. Ze trouwt met een witte zakenman, een racist die zich hardop verbaast over de met de jaren steeds donkerdere teint van zijn vrouw, en haar ‘grappend’ aanspreekt met Nig. Even pijnlijk als spannend is de scène waarin Clare haar vriendin Irene, ook licht van kleur maar wel getrouwd met een zwarte man en moeder van twee donkere zoons, voorstelt aan haar nietsvermoedende echtgenoot. Irene reageert met een hysterische lachbui op de racistische opmerkingen van de man, maar gaat niet tot ontmaskering over. “Ze kon Clare niet verraden, ze kon niet eens het risico lopen de schijn te wekken een belasterd volk te verdedigen, uit vrees dat die verdediging ook maar in de geringste mate zou bijdragen aan de uiteindelijke onthulling van [Clare’s] geheim. Het was hun gedeelde ras dat haar aan Clare bond, dezelfde band die Clare zo radicaal verloochende, maar niet volledig had kunnen verbreken.”

Larsen is een openbaring: in toon en thema is ze verrassend en akelig modern

Een ontdekking

Een ontdekking is ze zeker, deze Nella Larsen. Vroeg twintigste-eeuws wel in haar taalgebruik en in haar portrettering van tragische burgerlijke heldinnen die streven naar geluk in een onvrije wereld, maar schrijnend modern in psychologie, in de schets van zelfhaat en vooringenomenheid, van (wederzijds) racisme, en van de moeilijkheid om je als individu aan die beperkende kaders te ontrekken.

In de ‘Drijfzand’ ligt het perspectief bij de ‘trotse, ijdele’ Helga Crane, die niet alleen in naam herinnert aan Ibsens Hedda Gabler, maar ook in rusteloosheid en eigenzinnigheid. Helga is (net als Nella Larsen zelf) dochter van een Deense immigrante en West-Indische vader die, als het boek begint, werkt op Naxos, een zwarte school, waar ze besluit te vertrekken omdat ze niet langer tegen de schijnheiligheid kan. Deze ‘beste school voor negers volgens de blanke dominee’ die er die ochtend een toespraak hield, barst volgens Helga uit zijn voegen van zelfgenoegzaamheid.

Exotisch snoepje

Gelukszoeker Helga vertrekt naar kennissen in Denemarken waar ze als een exotisch snoepje onthaald wordt, even geniet van feestjes, mode en alle nieuwsgierige aandacht, om na twee jaar uit heimwee toch terug te keren naar Harlem en uiteindelijk God en het noodlot te omarmen in de vorm van een huwelijk met een conservatieve, zwarte plattelandsdominee die haar kind na kind laat krijgen. Fascinerend bitter is Larsen in de schets van deze getalenteerde, mooie, met zichzelf gepreoccupeerde vrouw die een scherpe antenne heeft voor kleinburgerlijkheid, en in haar hartstochtelijke zoektocht naar vrijheid en geluk steeds maar heel even ergens rust vindt.

Een zelfde scherpte en bitterheid toont de schrijfster in ‘Schutkleur’, in het psychologische portret van de gemankeerde vriendschap tussen Irene Redfield en Clare Kendry, beiden met Afro-Amerikaanse wortels, maar zo licht dat ze voor wit kunnen doorgaan.

Het perspectief

Het perspectief ligt bij Irene, keurige doktersvrouw in Harlem, moeder van twee zoons, die na jaren weer contact krijgt met haar jeugdvriendin Clare die, zo blijkt, steeds meer gebukt gaat onder haar geheim.

Clare hunkert naar vriendschap, Irene is even gebiologeerd als geïrriteerd door deze ongrijpbare, ongelukkige vrouw, wier ‘passing’ ze veroordeelt, maar die ze toch ook lijkt te benijden. Als de vriendin zich verder in Irene’s leven binnendringt, ontspint zich een thrillerachtig script, dat voor alles benadrukt hoe pijnlijk onvrij beide vrouwen zijn, zowel Clare die niet als Irene die wel haar afkomst omarmt.

Oordeel: scherp psychologisch inzicht, beklemmend

Wie was Nella Larsen?

‘De meest enigmatische onder de schrijvers van de ‘Harlem Renaissance’’, aldus omschrijft literatuurhistoricus Elaine Showalter Nella Larsen (1891-1964). Niet alleen haar werk maar ook Larsen zelf is moeilijk te plaatsen. Was deze dochter van een Deense moeder en West-Indische vader een tragische ‘halfbloed’ bekneld tussen twee rassen? Sneed ze zich ongewild of juist welbewust af van haar ‘zwarte’ omgeving toen ze het bohemienne leven in Harlem en Greenwich Village omarmde? Verborg ze achter haar fascinatie voor ‘passing’ eigenlijk twijfels over haar heteroseksuele identiteit? . Of was ze juist een pionier die de rassengrenzen uitdaagde en overschreed?

Larsens biograaf George Hutchinson stelt dat de Deense witte moeder van Larsen een buitenbeentje maakte, maar dat ze zeker ook zelf een rebel was, zo blijkt uit haar levensloop.

Zo rebelleerde ze tegen de kledingvoorschriften (en het bevoogdende achterliggende idee van rassenverheffing) op de (zwarte) Fisk University waar ze na een jaar werd weggestuurd.

Als jongvolwassene trok ze naar Kopenhagen om daar het bohemienne leven te omarmen. Ze raakte er gegrepen door het werk van Ibsen en de Franse literatuur van het fin de siècle. Larsen hing aan het kunstenaarsleven, maar volgde eerst een opleiding tot verpleegster voor ze aan haar schrijverscarrière begon. Ze trouwde met Elmer Imes, de tweede zwarte Amerikaan die gepromoveerd arts was. Ze scheidde van hem toen hij een affaire met een witte vrouw bleek te hebben, een gebeurtenis die de plot van het eerder geschreven ‘Passing’ spiegelde. Bij de verschijning van haar korte verhaal ‘Sanctuary’ werd Larsen beschuldigd van plagiaat. Ze ontkende maar trok zich wel terug uit de literaire wereld en ging werken als verpleegster.

In 1964 stierf ze thuis. Haar lichaam werd na een paar dagen gevonden.

Lees hier meer boekrecensies van Trouw. 

Deel dit artikel

Larsen is een openbaring: in toon en thema is ze verrassend en akelig modern

Oordeel: scherp psychologisch inzicht, beklemmend