Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederland moet inbinden in diplomatieke Rembrandt-rel

Cultuur

Romana Abels en Kleis Jager

Minister Jet Bussemaker is nog in onderhandeling met de Fransen. © anp

Het moeten moeilijke dagen zijn voor Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes. Om het diplomatieke overleg niet te verstoren, moet hij zijn kaken stijf op elkaar houden, maar het zweet zal hem geregeld uitbreken. Want de kans dat in zijn museum permanent de in 1634 door Rembrandt van Rijn vastgelegde beeltenissen van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit te zien zullen zijn, slinkt met de dag.

Hoewel hij een principe-overeenkomst sloot met de eigenaar, groeit de kans dat hij zich tevreden moet stellen met het bezit van óf Maerten, óf Oopjen. Wie het ook wordt, de ander zal het bezit zijn van Frankrijk.

Een dikke week geleden nog was Pijbes de koning te rijk. Toen maakte premier Rutte na lange, in het uiterste geheim gehouden besprekingen van onder meer een groep fractievoorzitters, bekend dat het Rijk 80 miljoen euro wil vrijmaken voor de aankoop van het schilderijenpaar. De helft van het door de eigenaar gevraagde bedrag. De andere 80 miljoen zou het Rijksmuseum bijeen sprokkelen.

Voor één keer kon dat. Het portrettenstel vormde immers 'een uniek werk', zo schreef minister Bussemaker aan de Tweede Kamer, waarvoor offers geoorloofd zijn, opdat ze 'in het Nederlandse publieke domein komen'. 'Rembrandts komen thuis', kopte De Telegraaf.

Samen delen
Wat volgde, in de loop van de afgelopen dagen, was een flinke diplomatieke rel tussen Nederland en Frankrijk. Het verhaal kwam met stukjes en beetjes naar buiten. Bijvoorbeeld het gegeven dat Frankrijk plotseling óók 80 miljoen voor de schilderijen beschikbaar had. En dat de Franse minister van cultuur, Fleur Pellerin, meende dat Nederland een afspraak tussen de twee landen had geschonden. Die afspraak luidde dat ze de aankoop samen zouden financieren, en het schilderijenpaar vervolgens beurtelings in het Louvre en het Rijksmuseum tentoon zouden stellen.

Kern van het conflict tussen Nederland en Frankrijk vormt een brief die de twee ministers van cultuur op 13 juli samen aan de huidige eigenaar van de schilderijen schreven. In de brief, in het bezit van deze krant, schreven ze met zoveel woorden over een 'engagement commun' om tesamen de aankoop te financieren. De Fransen vertaalden dit als 'gezamenlijke afspraak'. De Nederlandse minister Bussemaker spreekt liever van 'een optie'.

In de brief staat ook: "Die mogelijkheid is zeer gunstig voor de nationale collecties van beide landen, onderwijl getuigend van de diepe banden tussen uw familie en onze respectieve nationale collecties."

Onderhandelingen nog gaande
Over hoe het af zal lopen, zegt Bussemaker nog niets. Ze 'ziet nog mogelijkheden'. Maar volgens een ingewijde heeft de Franse interpretatie inmiddels gewonnen. Dat die uitkomst nog niet bekend mag worden gemaakt, komt doordat er nog over onderliggende zaken wordt onderhandeld.

"We zijn in goed overleg met de Fransen", zei Bussemaker gisteren in de Tweede Kamer, waar opviel dat haar toon inmiddels een stuk minder stellig is. Bussemaker stelde nu dat ze 'goede hoop heeft dat de schilderijen in Europees bezit blijven'. De minister vindt niet per se het eigenaarschap van de beide schilderijen, maar 'het idee dat ze in Nederland te zien zijn, nog steeds heel belangrijk'.

Als Nederland maar één doek koopt, zal dat voor museumdirecteur Pijbes zeker een teleurstelling betekenen. Maar aan deze mogelijkheid zitten ook voordelen: één schilderij zal de staat minder geld kosten. Hoeveel geld minder dan precies, daarover wilde minister Dijselbloem van financiën gisteren nog niets zeggen.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel