Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Na ruim een eeuw krijgt Delius’ opera eindelijk een Nederlandse première

Cultuur

Peter van der Lint

Dirigent Sir Mark Elder. © -
KLASSIEK & ZO

In 1907 ging in de Komische Oper in Berlijn de opera ‘Romeo und Julia auf dem Dorfe’ in wereldpremière. 

Het succes van deze opera over twee simpele Zwitserse geliefden levend onder een verkeerd gesternte, eindigend met een heuse wagneriaanse Liebes­tod, was aanzienlijk. En toch hield het werk amper repertoire, zelfs niet in Groot-Brittannië, waar Sir Thomas Beecham een groot voorvechter was van ‘A village Romeo and Juliet’, de originele Engelstalige versie. Hij maakte er in 1948 in de befaamde Abbey Road Studios een nog steeds prachtige opname van.

Lees verder na de advertentie

En nu, meer dan een eeuw later ontfermt de NTR ZaterdagMatinee zich over dit bijzondere kleinood. Zaterdagmiddag is de Nederlandse première in het Amsterdamse Concertgebouw, zoals altijd live te volgen op NPO Radio 4. Om de uitvoering de nodige authenticiteit mee te geven is de Britse dirigent Sir Mark Elder, uitgenodigd om de opera van zijn landgenoot te leiden. Hoewel je dat begrip landgenoot in dit bijzondere geval ruim moet nemen.

Om de opera de nodige authenticiteit mee te geven is Sir Mark Elder uitgenodigd

Want de componist Frederick Theodore Albert Delius was weliswaar in Engeland geboren, maar had Duitse ouders met een Nederlandse achtergrond. Bovendien woonde en werkte hij bijna zijn hele leven in Frankrijk. Eerst als vrije en losbandige jongeling in Parijs, waar hij de syfilis opliep die hem op latere leeftijd verlamde en blind maakte, later met de Duitse kunstschilder Jelka Rosen in het kunstenaarsdorp Grez-sur-Loing aan de rand van het woud van Fontainebleau. 

Niet echt het prototype van een Brit dus, onze ­Delius. Maar na de bittere Eerste Wereldoorlog werd hij als ‘Brit’ in Duitsland niet meer gepruimd en lijfde het Verenigd Koninkrijk hem alsnog in als een van hen.

Ontroerend prachtige muziek

Toen Beecham in 1907 voor het eerst een compositie van Delius hoorde, raakte hem dat in extremis en hij heeft zich zijn hele werkzame leven ingezet voor diens muziek. Hij voorspelde dat Delius’ muziek binnen een halve eeuw uiterst populair zou worden, maar daar heeft hij zich danig in vergist. Het enige Delius-stuk dat ik zelf redelijk kende, dankzij Beecham, was ‘The Walk to the Paradise Garden’, een orkestraal intermezzo uit ‘A village Romea and Juliet’. Ontroerend prachtige muziek, die meer betekenis krijgt als je de context in de opera ontdekt.

Een walk to paradise was het leven van Delius zelf zeker niet. De open relatie die hij met Jelka had, de frustraties die dat met zich meebracht, de bastaardzoon die Delius bij een zwarte vrouw in Florida had, alsmede het ellendige levenseinde van de componist: genoeg stof voor een opera in drie lange aktes. Daar steekt het lot van de geliefden Sali en Vreli, de dorpse Romeo en Julia, gunstig bij af. Zij laten het schip waarop ze varen, zinken en kiezen voor een gezamenlijke dood.

Toen Delius in 1937 in Grez stierf wilde hij in zijn eigen tuin begraven worden, maar de Franse autoriteiten verboden dat. Als tweede keus had de componist een kerkhof in het zuiden van Engeland op het oog. Toen zijn weduwe Jelka zich sterk genoeg voelde, maakte zij met haar dode man de overtocht naar Engeland, waar Delius in Limpsfield begraven zou worden. Op de boot werd Jelka ziek en ze moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Zij miste de middernachtelijke herbegrafenis van haar man en stierf twee dagen later, waarna zij in hetzelfde graf begraven werd. Niet echt een Liebestod zoals in de opera, maar wel eentje die tot de verbeelding spreekt.

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek.

Deel dit artikel

Om de opera de nodige authenticiteit mee te geven is Sir Mark Elder uitgenodigd