Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mythische monsterdieren houden we graag in leven

Cultuur

Paul Q de Vries

© XX
Interview

Een tentoonstelling over dieren die niet bestaan. Of toch wel? In de verhalen over Nessie, yeti en eenhoorn zit toch een kern van waarheid. Bovendien: 'De wereld is leuker als er monsterdieren zijn.'

Een klein, groen terreinwagentje stopt bij de achteringang van Teylers Museum in Haarlem. Max Kühbandner (donkere bril, lange grijze paardenstaart) stapt uit, rekt even zijn armen na de lange rit uit München en opent dan de kofferbak. Door een sluier van plastic staren bizarre, opgezette wezens naar buiten. Een haas met hoorns op zijn kop. Een soort miniatuur-hyena met vampiertanden. Een kruising tussen een leguaan en een waterhoentje.

Lees verder na de advertentie

Het zijn wolpertingers, gedrochtjes uit de Beierse folklore, die deel uitmaken van de tentoonstelling 'Monsterdieren' in Teylers. Taxidermisten als Kühbandner maken ze van de losse onderdelen die ze overhouden na het opzetten van een dier: het lichaam van een vossenpup, de hoorntjes van een reebok. Vooral om bezoekers 'uit het noorden' in de maling te nemen.

Speeksel van wolpertingers

Kühbandner toont ook een flesje olie: "Gemaakt van het speeksel van wolpertingers. Bevordert de haargroei." Tussen de in elkaar geknutselde dieren zet hij een authentiek Australisch vogelbekdier. "Gekocht van een zigeuner. Hij vertelde dat zijn grootvader hem had geschoten in de Donau."

Ook volwassenen zijn goed in staat om monsterdieren het voordeel van de twijfel te gunnen

Jet Bakels, gastcurator en cultureel antropoloog

Niet-bestaand of onontdekt, authentiek of hoax en altijd omgeven met sterke verhalen. Alleen al bij de wolpertingers komen al die elementen van monsterdieren samen, die worden onderzocht op de expositie en in het gelijknamige boek. Gastcurator en cultureel antropoloog Jet Bakels verzamelde nog veel meer monsterdieren (olifantsvogel en drakenbotjes), bewijsstukken (filmbeeld van Bigfoot) én mogelijke verklaringen (de zeeslang is de bizarre riemvis of haringkoning).

De tentoonstelling en het boek zijn voor kinderen én volwassenen. "Kinderen schakelen wat gemakkelijker tussen feit en fantasie", zegt Bakels. "Maar volwassenen zijn ook nog goed in staat om monsterdieren het voordeel van de twijfel te gunnen."

Waarom heeft u het over monsterdieren en niet over monsters?

Bakels: "We hebben bewust gekozen voor een ambivalente titel. Bij monsters denk je aan onnatuurlijke, vaak kwaadaardige wezens, die alleen in onze verbeelding bestaan. Een monsterdier bevindt zich op het breukvlak tussen monster en dier. Een antropoloog als ik is geïnteresseerd in hoe mensen denken over dieren, en bij de monsterdieren is er veel denken, juist omdat er weinig dier is. Dat is verstopt of raadselachtig. We kunnen dus alles invullen met onze fantasie. Maar verhalen over monsterdieren hebben altijd een kern van waarheid."

De tekst loopt door na de afbeelding.

© xx

Geef eens een voorbeeld.

"De kongamato, een reusachtige vogel die Afrikaanse vissers in hun bootjes aanvalt. In diverse landen waar hij gezien wordt, zijn fossielen van pterosauriërs opgegraven. Zulke vondsten kunnen het begin van de mythe zijn. Of neem de Orang Pendek, de 'korte mens' uit het oerwoud van Sumatra. De lokale bevolking zegt dat de voeten van dit aapachtige wezen achterstevoren staan, zodat je nooit zijn spoor kunt volgen. Als antropoloog wilde ik dat al snel duiden als een symbolische constructie. Maar vorig jaar werd een nieuwe orang-oetansoort op Sumatra ontdekt, die veel zuidelijker leeft dan de bekende populaties. De verhalen van de Orang Pendek verwezen misschien wel naar deze dieren. Een orang-oetan die op de grond loopt, steunt op zijn knokkels, waardoor zijn naar binnen gekeerde hand een omgedraaid spoor lijkt achter te laten."

Op de tentoonstelling is ook een kap te zien gemaakt van de scalp van een yeti, de Verschrikkelijke Sneeuwman. Wat is hier waarheid?

"Zo'n kap, die wordt gedragen door Nepalese monniken, is een belangrijk relikwie voor de bergvolken. Voor hen is een yeti een soort dier, maar ook een berggod, een voorouder. Een beetje een rommelig wezen, dat tussen de categorieën invalt. Voor westerlingen kan dat niet, bij ons is het 't een of 't ander. Dus al het bewijs is nageplozen, tot DNA-analyses aan toe. De kap blijkt te zijn gemaakt van paardenhaar. De meeste onderzoekers denken nu dat ontmoetingen met de Himalaya-beer, een zeldzame en grote ondersoort van de bruine beer, de inspiratie vormden voor de yeti."

Als je niet precies weet wat je ziet, interpreteer je die waarneming naar de verhalen die je kent

Wat vinden de Himalaya-volken ervan dat westerse wetenschappers hun mythe komen doorprikken?

"Ach, dat maakt geen indruk. Zo'n kap blijft hun heilige object. Misschien heeft de yeti de onderzoekers wel betoverd, kunnen ze denken. Ze maken niet zo'n sterk onderscheid tussen mythe en realiteit, dus het verhaal blijft overeind. Overigens zeggen de jongeren in Nepal wel dat de yeti vooral iets van de oudere mensen is. Met respect hoor, maar voor hen is yeti toch vooral Yeti Airlines."

Dus een dier inspireert tot een verhaal dat weer leidt tot waarnemingen van een monsterdier?

"Het verhaal is de basis, daarin wordt het beeld van het monsterdier gecreëerd. En dat beïnvloedt latere waarnemingen. Als je niet precies weet wat je ziet, interpreteer je die waarneming naar de verhalen die je kent. Neem de waarnemingen van het monster van Loch Ness vanaf 1930. De meeste mensen beschrijven dan een plesiosaurus-achtig beest met vinnen en een lange nek. Vlak voor die tijd kwam de film 'King Kong' uit, waarin voor het eerst dinosaurussen naast mensen in een film te zien waren, waaronder een plesiosaurus. Het beeld is toen gevestigd, latere waarnemingen sluiten erop aan."

De eenhoorn zou zelfs zijn ontstaan door een vertaalfout in de Bijbel.

"Het Hebreeuwse re'em, dat verwijst naar stier of oeros, werd vertaald met het Griekse monokeroos, eenhoorn dus. Zodra het dier genoemd werd in de Bijbel - natuurlijk bij uitstek een bron met autoriteit - ging men het ook zien. Je ziet wat je kent. Zeker als er ook nog lange, gedraaide hoorns in omloop zijn. Apothekers verkochten poeder van die hoorn als medicijn tegen elk denkbaar gif. We weten nu dat het om de hoorn van de narwal ging, die ook te zien is op de tentoonstelling."

U beschrijft in uw boek hoe de hoorn van de eenhoorn in de zeventiende eeuw wordt ontmaskerd als de stoottand van een narwal. Om ook meteen te bewijzen dat die geen geneeskrachtige werking heeft, vergiftigt de onderzoeker jonge katjes en geeft ze schraapsel van de hoorn te eten. Ze gaan dood. Welkom wetenschap!

De tekst loopt door na de afbeelding.

Het monster van Loch Ness? © xx

"Het is inderdaad heel rauw. De wetenschap wil ook echt afrekenen met dat sprookjesachtige, met kennis gebaseerd op gewoon geloven, en zelf onderzoeken of iets wel of niet bestaat. Het meer Loch Ness is volledig afgespeurd met duikbootjes en sonar. Peter Scott, een van de onderzoekers en medeoprichter van het Wereldnatuurfonds, gaf het monster van Loch Ness in 1969 alvast een Latijnse naam: Nessiteras Rhombopteryx. Als het dier ontdekt zou worden, moest het meteen worden beschermd en daarvoor zou het handig zijn als hij al een Latijnse naam had."

Pas in de achttiende eeuw is met de Verlichting de waterscheiding tussen waar en niet-waar ontstaan. Nu lijkt het erop dat Nessie uit het domein van de wetenschap naar het rijk der fabelen terug moet

Dat heeft ook wel iets symbolisch: met de Latijnse naam wordt het monster het domein van de wetenschap binnengebracht.

"Zeker. Pas in de achttiende eeuw is met de Verlichting de waterscheiding tussen waar en niet-waar ontstaan. Nu lijkt het erop dat Nessie weer uit dat domein van de wetenschap naar het rijk der fabelen terug moet. Je zou een populatie van plesiosaurussen in dat meer moeten hebben om dit verhaal aannemelijk te maken, en dat is natuurlijk zeer onwaarschijnlijk. Maar de wetenschap ontkracht niet alleen hoor, ze brengt ons ook mooie nieuwe verhalen. We weten nu dat mensapen in staat zijn tot empathie en dat de tentakels van de octopus onafhankelijk van elkaar aangestuurd worden door zenuwknopen, als servers op het internet. Daarover kunnen we ons ook verwonderen."

Toch maak je, met al die verklaringen voor de monsterdieren, het raadsel wel een beetje stuk.

"Ergens wel. We proberen het raadsel zo lang mogelijk in stand te houden. In het boek bieden we de verklaringen pas aan het eind van elk hoofdstuk. We stellen eigenlijk constant vragen: wat kunnen mensen hebben waargenomen als ze zeggen een zeeslang te hebben gezien? En hoever zijn we bereid mee te gaan in de verhalen over de monsterdieren?"

Behoorlijk ver, blijkt. Waarom willen we zo graag geloven in monsterdieren?

"Diep in ons hart verlangen we naar een wereld waarin nog onbetreden plekken zijn, waar zich nog iets kan schuilhouden. De natuur krimpt, de wereld raakt overgeorganiseerd. Als er nog monsterdieren zijn, houdt dat het idee in stand dat de natuur nog steeds raadselachtig en betoverend is. We willen graag iets te ontdekken overhouden. De wereld is leuker en spannender als er monsterdieren zijn."

Kunnen gewone dieren ook het idee van een mysterieuze natuur oproepen?

"Sommige zeker. Hoe anders ervaar je een Nederlands bos als je weet dat je daar weer een wolf kunt tegenkomen! De westerse mens heeft lange tijd geprobeerd de wildernis te beteugelen en dieren als wolven en beren uit te roeien. Die houding is gekanteld. Nu zetten we weer beren en wolven uit. Nu de wildernis ver weg is en er een hek omheen staat, is ons beeld daarvan romantisch geworden. De wildernis is geen acute dreiging meer voor ons. We kunnen die tot leven wekken met spannende verhalen."

De tekst loopt door na de afbeelding.

© xx

Waarbij de grens tussen monsterdier en dier vloeibaar is?

"Daarom hebben we ook gewone dieren op de expositie. De komodovaraan werd pas in 1912 officieel beschreven, maar daarvoor gingen er al verhalen rond over een mysterieus Drakeneiland. De coelacanth werd geacht bijna 70 miljoen jaar geleden te zijn uitgestorven, maar werd in 1938 ineens weer opgevist bij Zuid-Afrika. De Tasmaanse buidelwolf is onder onze ogen uitgestorven, in 1936 in een dierentuin, in hetzelfde jaar waarin hij tot beschermde diersoort werd verklaard. Erg cynisch. Maar uitgestorven of niet, ook de buidelwolf wordt nog steeds gezien, in de outback."

Zouden we de natuur beter beschermen als die nog mysterieus en magisch was?

"Dat is een moeilijke. Sommige bomen worden nooit omgehakt omdat er elfjes in wonen. Maar als je daar zelf niet in gelooft vind ik het moreel niet in orde om gebruik te maken van magische voorstellingen die mensen van de natuur hebben om bescherming af te dwingen. Je kunt wel aansluiten bij lokale tradities, die vaak heel respectvol zijn jegens de natuur of bepaalde magische dieren, als je daarmee de culturele identiteit benadrukt. Niet zeggen dat je niet op de tijger mag jagen omdat hij je anders komt doden, maar wel: die tijger hoort bij jullie, bij een traditie waar je trots op mag zijn."

Zal de natuur uiteindelijk volledig onttoverd raken?

"Al geloof ik niet in elfjes, ik geloof wel in het beeld van elfjes, als metafoor van de groeikracht van de natuur. Dat kan heel inspirerend zijn. De natuur zal zijn geheimzinnige aantrekkingskracht nooit helemaal verliezen. We blijven verlangen naar de natuur, naar het intense gevoel verbinding te maken met iets groters, met een andere wereld. De tentoonstelling is daarom ook een loflied op de rijkdom en veelvormigheid van de natuur."

Zijn er nog nieuwe monsterdieren in de maak?

"Zeker. Denk aan wat we nog zullen ontdekken in de diepzee. We laten in Teylers een filmpje zien van de magnapinna, een bizarre, recent ontdekte inktvis met lange, flinterdunne tentakels. Er zullen genetisch gemodificeerde dieren ontstaan, zoals koeien zonder hoorns en muggen die geen malaria meer verspreiden. Die monsterdieren maken we zelf, zoals de wolpertingers. En denk aan de pocket monsters, de Pokémon! Die zijn gebaseerd op de Japanse verbeelding van de natuur, maar ook op de Noorse mythologie. De verbeelding van monsterdieren kan nu wereldwijd gedeeld worden. Ze blijven sowieso in ons hoofd bestaan."

De tentoonstelling 'Monsterdieren' is tot 10 juni te zien in het Teylers Museum in Haarlem. Het boek 'Monsterdieren, fabel of feit' van Jet Bakels en Anne-Marie Boer verschijnt bij Uitgeverij Rubinstein.

Deel dit artikel

Ook volwassenen zijn goed in staat om monsterdieren het voordeel van de twijfel te gunnen

Jet Bakels, gastcurator en cultureel antropoloog

Als je niet precies weet wat je ziet, interpreteer je die waarneming naar de verhalen die je kent

Pas in de achttiende eeuw is met de Verlichting de waterscheiding tussen waar en niet-waar ontstaan. Nu lijkt het erop dat Nessie uit het domein van de wetenschap naar het rijk der fabelen terug moet