Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mysterie vol wraak op oudejaarsdag

Cultuur

LIEKE VAN DUIN

Review

'Een van de mooiste principes van het betere verhalenwerk is het mysterie', schrijft de Vlaamse auteur Bart Moeyaert (30) in het nieuwste nummer van Literatuur zonder leeftijd (tijdschrift voor de studie van jeugdliteratuur). En inderdaad, als er één jeugdboekenschrijver is, die weg weet met het mysterie, dan is het Bart Moeyaert. Niet zozeer het bovennatuurlijke mysterie trekt hem, maar dat van de menselijke psyche, aards dus. En bovenal het literaire mysterie: de kunst om met weinig woorden veel te suggereren, spanning op te roepen, de lezer nieuwsgierig te maken.

Dat bleek met name uit zijn prachtig geschreven novelle 'Kus me' (1991). Daarin trachten vier jongeren elkaar geheimen te ontfutselen in het grensgebied tussen tiener-erotiek en kinderverbeelding over kikkers en prinsen. Het sprak ook uit het melancholieke 'Voor altijd, altijd' (1992), dat een triest geheim bevat, en het spreekt opnieuw uit het recente 'Blote handen', waarin de geheimen gevoed worden door angst en wraakzucht, die op hun beurt veroorzaakt worden door een onvermogen om met elkaar te communiceren.

Platteland

'Blote handen', speelt zich af op een koude, winderige Oudejaarsdag, ergens in een heuvelachtig platteland. Het begint met twee jongens van een jaar of elf die een heuvel afhollen. Ze rennen voor hun leven, achterna gezeten door een woedende boer met een plastic kunsthand: Betjeman. De ik-figuur, Ward, heeft een dode eend onder zijn jas. Het is een Betjemans eend. Wie heeft die eend gedood? Ward? Waarom? En doet Betjeman daar niet iets engs met Wards hondje, dat niet over de sloot kan springen zoals Ward en zijn vriendje Bernie?

Het is alsof de lezer met een telelens inzoomt: je ziet iets heftigs tussen mensen gebeuren, je voelt dat er iets heel erg mis is, maar je kunt slechts gissen naar wát precies. Geleidelijk worden, in de volgende hoofdstukken, brokstukjes van motieven en achtergronden onthuld, maar de lezer moet die stukjes zelf tot een samenhangend geheel samenvoegen.

Dat is typisch Bart Moeyaert: een geheim neerzetten en de lezer laten raden, of liever laten zoeken. Landschap, jaargetijde, temperatuur, geuren, geluiden, vochtigheidsgraad, windkracht en bewolking zijn glashelder. Uiterlijk gedrag van de personages ook, evenals primaire gevoelens. Maar wat hen drijft, wat erachter zit is aanvankelijk vaag.

Pas op tweederde van het boek wordt duidelijk dat de dode eend het onbedoelde gevolg was van Wards wraakzucht ten opzichte van Betjeman. Wraak, omdat hij denkt dat de gehate boer bij zijn alleenstaande moeder en hem en zijn zusje wil komen inwonen. Dat maakt hij op uit het feit dat Betjeman met Kerst bij hen gegeten heeft en stralend naar zijn moeder keek.

Voor de lezer ligt er een andere interpretatie van dat etentje voor de hand, namelijk dat de man was uitgenodigd omdat hij eenzaam is. Waar het echter om gaat is dat Ward er niet over praat met zijn moeder, maar zijn eigen conclusies trekt, daarnaar handelt, samen met Bernie, en zo een reeks gebeurtenissen van wraak op wraak op wraak in gang zet.

Er gebeurt meer in de fantasie van Ward dan in werkelijkheid, bijvoorbeeld wanneer hij Betjeman tegenkomt: “De hele wei ritselde onder Betjemans voeten. Hij spaarde zijn woede op voor zo meteen, als hij vlak bij was en in mijn gezicht kon spugen. Hij hield de smerigste vloeken klaar tussen zijn tanden, hij verzon al de ergste scheldwoorden.

Ik zette me schrap, maakte me breder. Als Betjeman ook maar iets lelijks tegen me ging zeggen, dan zou ik iets lelijks antwoorden, en dan zouden we de scheefste toren bouwen die er ooit van woorden is gebouwd. Hij, ik, hij weer, ik weer, een paar keer heen en weer, eens zien wie het eerste omviel.''

Zo bouwt Ward een toren van vooroordelen, construeert en cultiveert hij zijn eigen vijandbeeld door de negatieve eigenschappen van de oude knorrepot op te blazen tot monsterlijke afmetingen.

Explosief

Bart Moeyaert schildert een samenleving waar nauwelijks gepraat wordt, maar des te meer opgepot en gefantaseerd, vooral door de beide vriendjes, die opereren als één paar schoenen, die niet zonder elkaar kunnen. Geen wonder dat daar een explosieve sfeer ontstaat, dat sommige mensen zo razend worden dat ze zichzelf niet meer in de hand hebben. Het vuurwerk aan het einde van die Oudejaarsdag is daarvan de metaforische climax die de hele wereld in lichterlaaie zet.

Zo, vanuit het mysterie van de broeiende, gesloten psyche schrijft Bart Moeyaert over (voor)oordelen.

Een merkwaardig toeval: Moeyaert woont in Antwerpen tegenover Anne Provoost, die dit jaar voor 'Vallen' (over neo-nazisme) terecht een hele reeks literaire prijzen ontving. Beiden zijn dertig en behoren zo jong als ze zijn al tot de top van de Vlaamse jeugdliteratuur. Ze lezen elkaars manuscripten met waardering. Zowel 'Vallen' als 'Blote handen' gaat over (voor)oordelen en vijandbeelden die gedijen in een omgeving zonder dialoog. Maar wat een wereld van verschil in literaire uitwerking! Anne Provoost schrijft cerebraal, vult die (voor)oordelen sociaal-politiek in, en haar sterkste kant is de gerafineerde opbouw van de roman, waarin ze subtiel talloze metaforen verwerkt. Bart Moeyaert daarentegen schrijft vanuit de intuïtie, interpreteert die (voor)oordelen individueel-psychologisch, en zijn sterkste kant is ongetwijfeld zijn sfeertekening, fraaie stijl en zijn hanteren van het mysterie als literair begin- en eindpunt.

Deel dit artikel