Mysterie van een sf-auteur

cultuur

Jann Ruyters

Review

Zelfs ’zijn’ vrienden wisten niet dat sciencefictionschrijver James Tiptree een vrouw was. De mannelijke identiteit gaf de auteur meer vrijheid, analyseert Julie Phillips in haar prachtige biografie.

’Je weet het van jezelf wanneer je onoprecht bent, of onwaarachtig maar ik was gewoon ik’, schrijft de Amerikaanse sciencefictionschrijver James Tiptree JR in 1976 in een brief aan zijn vriend en bewonderaar Jeffrey Smith.

De zich verward maar ook gekwetst tonende Smith, hoofdredacteur van het sciencefictionmagazine ’Phantasmicom’, is er dan net achter gekomen dat Tiptree, met wie hij al jaren correspondeert, geen man is maar een vrouw. Achter het pseudoniem James Tiptree JR, Amerikaanse cultfiguur in de jaren zeventig, schrijver van drie romans en vele korte verhalen, winnaar van verschillende sf-prijzen, gaat Alice Bradley Sheldon schuil: een gehuwde vrouw van ergens in de zestig, een doctor in de waarnemingspsychologie. Ze was al 52 toen ze onder pseudoniem haar eerste korte sciencefictionverhaal publiceerde.

Tot Nederland zijn de verhalen en romans van sf-schrijver James Tiptree JR nooit zo doorgedrongen. Ze zijn hier niet te vinden in boekhandels en bibliotheken. Dat waren ze ook niet in de jaren zeventig en tachtig toen Tiptree ’zijn’ beste en bekendste verhalen schreef, en toen de tweede feministische golf ook in Nederland voor een grotere interesse in experimentele, feministische sciencefiction zorgde. Het boek ’De vrouw-man’ van Joanna Russ was toen een kleine bestseller en ook de romans van Ursula Le Guin – beiden correspondentievriendinnen van Tiptree – vonden gretig aftrek. De verhalen van James Tiptree JR, experimentele, apocalyptische, vaak beklemmende sciencefiction, bleven echter achter in populariteit.

Misschien dat deze met de ’National Biography Award’ bekroonde biografie ’James Tiptree, JR. The double life of Alice B. Sheldon’ van de Amerikaanse journaliste Julie Phillips – woonachtig in Amsterdam – daar nu verandering in gaat brengen. Een goudmijn voor een biograaf, zo mag je dit dubbelleven wel noemen, inclusief het jarenlang gekoesterde geheim, de onvrijwillige dramatische onthulling (waar je naartoe leest als naar de climax van Harry Potter) en het even dramatische levenseinde (een dubbele zelfmoord). En dan heb ik veel nog niet genoemd.

Alice Bradley, dochter van reisverhalenschrijfster Mary Hastings en advocaat en ontdekkingsreiziger Herbert Bradley, wordt in 1915 geboren in Chicago. Als klein meisje reist ze met haar ouders mee op expeditie naar Afrika waar ze geconfronteerd wordt met oorlogsgeweld (lijken liggen in de berm) en waar ze in dorpen komt waar nog nooit eerder een wit kind gezien is. Phillips vermoedt dat Alice’s latere interesse in ’aliens’ en de desolate landschappen van de toekomst naar deze vroege, vervreemdende ervaringen terug te herleiden zijn. Moeder Mary legt haar avonturen alvast vast in haar boeken ’Alice in Jungleland’ en ’Alice in Elephantland’. Krantenkoppen begeleiden de terugkeer van de ’debutante’ naar Chicago waar ze zich in het bohémienne uitgaansleven stort en een carrière begint als beeldend kunstenares.

Haar volwassen leven begint vol avontuur en plezier maar Alice Bradley zal toch altijd een buitenbeentje blijven; een zoeker met zin voor spanning en experiment die echter ook aan depressies lijdt en later vrijwillig kiest voor een geïsoleerd bestaan. Ze ontwikkelt intense verliefdheden op vrouwen maar trouwt als ze net twintig is halsoverkop met schrijver Bill Davey, ook om aan de greep van haar verwachtingsvolle ouders te ontkomen.

Het huwelijk houdt maar een paar jaar stand. Alice keert het schilderen weer de rug toe en gaat het leger in waar ze de taak krijgt luchtfoto’s van landschappen te bestuderen. In het leger ontmoet ze veertien jaar oudere Huntington ’Ting’ Sheldon, een getrouwde man die voor haar zijn vrouw en drie kinderen verlaat. Ze trouwen; de seks is beroerd maar het huwelijk is goed. Er volgen nog wat carrièrewendingen (CIA, kippenboerderij, studie psychologie, promotie cum laude) tot Sheldon in 1968 haar eerste sciencefictionverhaal publiceert en naam maakt. In de supermarkt (Tiptree jam!) verzint ze haar pseudoniem, eerst alleen als grap, maar al gauw is het een aangenaam extraatje. De heimelijkheid omgeeft Tiptree’s werk met een mysterieus waas en baart opzien. Speculaties over wie of wat hij eigenlijk is (een Indiaan, een elf, een vrouw?) doen de ronde.

Phillips laat zien dat het pseudoniem van Tiptree meer is dan een puur op de uitgevers gerichte vermomming, zoals Charlotte Brontë zocht in het mannelijke Currer Bell, en Mary Ann Evans vond in George Eliot. Het toont Sheldons ambivalenties ten aanzien van haar sekse en seksualiteit. De mannelijke identiteit gaf Tiptree meer vrijheid, analyseert Phillips. Haar sekseoverschrijdende thema’s werden minder subversief gevonden. Als man is ze bevrijd van de vooroordelen waar vrouwelijke schrijvers tegenaan botsen. En de heimelijkheid bevrijdt haar ook van het juk van haar schrijvende moeder; ’van de noodzaak een genie te zijn’, aldus Phillips.

Hoe diep Sheldons ambivalenties ten aanzien van haar vrouw-zijn wortelen, blijkt ook in de jaren na de onthulling. Sheldon is er lang van overtuigd dat critici haar verhalen nu anders lezen; ze worstelt met een schrijfblokkade. In 1987 zal ze conform het zelfmoordpact dat ze jaren eerder met haar man sloot, eerst Ting in zijn slaap dood schieten en daarna de hand aan zichzelf slaan. Een van de schokkende onthullingen in de biografie is het feit dat die zelf gekozen dood voor haar geliefde Ting, die blind is maar niet levensmoe, vermoedelijk te vroeg kwam.

In interviews vertelde Phillips dat het niet zozeer de sciencefiction als wel haar interesse in de complicaties en contradicties van een vrouwenleven was die haar tot James Tiptree JR bracht. Beroemde biografieën zoals die van Hermione Lee over Virginia Woolf en de biografie van Millicent Dillon over Jane Bowles waren een inspiratiebron. Net als deze voorgangsters ontrukt Phillips’ boek het werk van een bijzondere schrijfster aan de vergetelheid en maakt de auteur een excentrieke, sterke vrouw tot een inspiratiebron.

Maar de grootste verdienste van deze rijke biografie ligt in het vermijden van het eenduidige verhaal, zoals Tiptree JR dat zelf ook nastreefde in haar sciencefiction. Het feit dat Tiptree’s ’echte’ sekse zo lang verborgen kon blijven, zelfs voor haar feministische penvriendinnen Le Guin en Russ (al voelden die wel soms nattigheid), zegt iets over de beperkingen van seksedefinities en ook over de scheppende kracht van het schrijven, stelt Phillips. Het zegt ook iets over de verbeeldingskracht van de schrijver Tiptree JR die zowel in ’fantasie’ als in ’werkelijkheid’ vooringenomenheid opblies. Het is te hopen dat deze geslaagde biografie nu ook leidt tot heruitgave van Tiptree’s korte verhalen, en liefst ook van ’zijn’ door Phillips geprezen, prikkelende, verhullende brieven.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie