Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Museum Boijmans graaft in zijn oorlogsverleden en laat het oordeel aan u

Cultuur

Sandra Kooke

Boijmans-directeur Dirk Hannema in zijn kantoor in het Schielandshuis, 1926 © Museum Boijmans

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte directeur Dirk Hannema van Museum Boijmans samen de Duitsers. Zo bezorgde hij zijn museum een slechte naam. Met een onderzoek en tentoonstelling wil het museum volledige openheid geven over deze moeilijke periode. 

Het raam van de kamer van Sjarel Ex kijkt uit op de Westersingel. “Daar, direct achter die bomen, begon in de oorlog de verwoeste stad,” wijst de directeur van Museum Boijmans Van Beuningen. “De schouwburg en de concertzaal, die werden allebei gebombardeerd. Het museum werd gespaard, omdat de brand die daarna uitbrak, hier niet kon komen. Het water van de singel zat ertussen.”

Lees verder na de advertentie

Het museumgebouw was pas in 1935 geopend. Onder leiding van de energieke directeur Dirk Hannema transformeerde Museum Boijmans vlak voor de oorlog van een tamelijk onbeduidend museum in een van de belangrijkste kunstinstituten van het land. Met dank aan de rijke havenbaronnen die Hannema voor zijn museum wist te interesseren.

We doen dit niet om ons te recht­vaar­di­gen, maar om te kunnen zeggen: Kijk, zo hebben mensen zich gedragen

Sjarel Ex, directeur Boijmans van Beuningen

Maar in de oorlog bracht deze grote kunstliefhebber het museum in moeilijk vaarwater. Hannema trad toe tot culturele instituties van de Duitse bezetter, zoals de Nederlandsche Cultuurkring en de Kultuurraad, die sturing moesten geven aan het culturele leven. Hij nam zelfs zitting in het schaduwkabinet van Mussert, als Gemachtigde voor het Museumwezen. De gemachtigden zouden als minister fungeren als de NSB aan de macht zou komen.

Een opluchting

Deze geschiedenis is niet onbekend, maar nu heeft Boijmans de oorlogsperiode eens grondig laten onderzoeken. Ariëtte Dekker onderzocht het oorlogsleven in het museum en zijn mecenassen, Wessel Krul schreef een lijvige biografie over Dirk Hannema. Vanaf zaterdag is in de tentoonstelling ‘Boijmans in de oorlog – kunst in de verwoeste stad’ te zien, het resultaat van de onderzoeken.

De donkere oorlogsgeschiedenis kleeft nog altijd aan het Rotterdamse museum. Dat is een van de redenen voor directeur Ex, de zevende Boijmans-directeur na Hannema, om 100 procent openheid van zaken te geven. “Het is voor ons een opluchting dat we de geschiedenis nu zo systematisch hebben doorgeakkerd dat de kans klein is dat we nog een lijk in de kast vinden. We laten alles zien, zo transparant mogelijk. Niet om ons te rechtvaardigen, maar om te kunnen zeggen: Kijk, zo hebben mensen zich gedragen. Oordeelt u zelf.”

Uit de onderzoeken blijkt dat Boijmans gedurende de oorlog een spilfunctie had in het Rotterdamse sociale en culturele leven. Het was een van de weinige gespaarde gebouwen met grote zalen, hier kon je nog bijeenkomsten organiseren. Het had zelfs een concertzaal met een goede vleugel; tot in de hongerwinter organiseerde Hannema kamermuziekconcerten. Met 44 tentoonstellingen in vijf jaar kreeg het ook behoorlijk veel museumbezoek. En dat terwijl alle belangrijke kunstwerken vanwege het gevaar van bommen in de kelder waren opgeborgen. Eigentijdse kunstenaars kregen nu de kans om te exposeren.

Dat alles was te danken aan de ambitie en inventiviteit van Hannema. In de prachtige biografie die Krul over hem schreef is te lezen hoe gedreven hij was. Boijmans moest belangrijker worden dan het Rijksmuseum, dat was zijn drijfveer.

Musserts schaduwkabinet

Met een indrukwekkend netwerk van Rotterdamse mecenassen om hem heen lukte het de collectie voortdurend uit te breiden, zelfs met de ‘De Emmaüsgangers’ van Vermeer, een werk waar alle musea op aasden, en wat uiteindelijk een vervalsing van Han van Meegeren bleek te zijn.

De Emmaüsgangers wordt ingepakt, ca. augustus 1939. Geheel rechts Dirk Hannema. © Frank Castelein

In de jaren dertig was Hannema kort lid geweest van de NSB. Later distantieerde hij zich daarvan, maar zijn voorliefde voor fascisme en een sterke autoritaire leider à la Mussolini behield hij. Toen de Duitsers Nederland binnen waren gevallen en de Duitse overheersing een feit was, besloot hij in te gaan op het verzoek om lid te worden van de Nederlandsche Cultuurkring, een door rijkscommissaris Seyss-Inquart opgerichte club van pro-Duitse intellectuelen die de Duitse culturele belangen in Nederland moesten bevorderen.

Volgens Krul is dit het moment waarop Hannema zich in het openbaar bekende tot het nationaal-socialisme, al zag Hannema dat mogelijk anders. Hij beschouwde zijn deelname aan de Cultuurkring niet als een principiële, maar een pragmatische stap: in deze positie kon hij meer voor de kunst betekenen. Ook zijn latere deelname aan het schaduwkabinet van Mussert kan met deze redenering te verklaren zijn.

De Duitse visie op entartete Kunst vond hij flauwekul, hij kocht gewoon een portret van een Joodse communist

Peter van der Coelen, conservator Boijmans van Beuningen

Het is een feit dat Hannema nooit te betrappen is geweest op antisemitische uitlatingen, vertelt conservator Peter van der Coelen, een van de samenstellers van de tentoonstelling. “De Duitse visie op entartete Kunst vond hij flauwekul. Hij kocht in 1936 gewoon een portret van een Joodse communist, geschilderd door Kees van Dongen.

“Hij probeerde ook voor zover mogelijk Joodse verzamelaars te helpen, museum­medewerkers vrij te krijgen van dwangarbeid in Duitsland en ter dood veroordeelde verzetsstrijders vrij te pleiten. Hij bleef maar brieven schrijven, met als argument dat iemand waardevol was voor het culturele circuit. Eén keer is inderdaad een vonnis ingetrokken door zijn inspanning.

“Goed te praten is zijn gedrag in de oorlog natuurlijk niet, want hij bleef maar lid van die clubs, maar het beeld van hem is wel verrijkt door dit onderzoek.”

Raadselachtiger en tragischer

Zo denkt ook Ex erover. “Hij was fout, zonder enige twijfel, hij was een collaborateur. Hij werd lid van het schaduwkabinet van Mussert. Dat had hij natuurlijk niet moeten doen. Maar hij was ook het soort man dat niet anders kón, omdat hij het uiterste wilde bereiken voor het museum. Ik heb wel eens gevraagd aan oud-directeur Coert Ebbinge Wubben, die in de oorlog in de staf van Hannema zat, hoe het was om met hem te werken. Hij zei dat Hannema nooit iemand heeft gedwongen om mee te doen. Hij zorgde ervoor dat je bij de ontvangst van hooggeplaatste nazi’s niet aanwezig hoefde te zijn. Hij had het volste respect voor ieder die een andere keuze maakte.”

Het rijkere beeld van Hannema maakt hem enerzijds begrijpelijker in zijn keuzes, vindt Ex, maar anderzijds ook raadselachtiger en tragischer. Dat maakt het interessant voor het publiek, denkt Ex. Want al is de oorlog bijna tachtig jaar geleden, mensen zijn nog altijd geïnteresseerd in dit soort verhalen.

“Hoe ga je om met goed en kwaad, het dilemma van het mens-zijn: dat houdt zoveel mensen bezig. Hannema was fout, maar je ziet door deze uitgebreide studie dat zijn bedoelingen de kwestie complexer maken.”

Want Hannema is ook de directeur die het mogelijk maakte dat families hun boedel in het museum konden opslaan. Hij zorgde ervoor dat brokstukken van verwoeste kunst, zoals standbeelden, praalgraven, smeedijzeren hekken, tegeltableaus en ornamenten van gebouwen, uit heel Rotterdam in Boijmans werden opgeslagen.

Hij zorgde er ook voor dat kunstenaars die hun atelier en werk kwijt waren geraakt geld kregen van de rijksoverheid. Hij protesteerde met succes toen de Duitsers hem een NSDAP-tentoonstelling wilden opleggen over vrouwenarbeid. Een tentoonstelling over het Duitse boek, waarin ‘Mein Kampf’ een prominente plaats innam, kon hij niet voorkomen. Maar ook het Rijksmuseum kreeg die tentoonstelling opgedrongen.

Ja, Van Beuningen heeft met de Duitsers gehandeld, maar dat deden er velen

Sjarel Ex

Havenbaron

De andere kwestie die steeds opnieuw ter sprake komt, is de handel tussen havenbaron D.G. van Beuningen en de Duitsers. Van Beuningen was voor en tijdens de oorlog een van de belangrijkste mecenassen van Museum Boijmans. Hij kocht de tekeningencollectie van bankier Franz Koenigs en gaf die in bruikleen aan het museum. Maar een deel ervan verkocht hij via zijn schoonzoon aan de Duitsers. Koenigs had gewild dat de collectie bijeen bleef.

Het bezorgde Van Beuningen na de oorlog zo’n slechte naam dat er nog altijd stemmen opgaan om Van Beuningen uit de naam van het museum te halen. Ex gaat er niet over, zegt hij. “De gemeenteraad heeft er in 1958 toe besloten, vanwege de grote verdiensten voor de stad.”

Uit het onderzoek blijkt dat het verhaal genuanceerder is dan wordt gesuggereerd, vindt Ex. “Ja, Van Beuningen heeft met de Duitsers gehandeld, maar dat deden er velen, Koenigs zelf ook. Van Beuningen had dat natuurlijk niet moeten doen. Maar voor de gemeenteraad was dat geen bezwaar om dertien jaar na de oorlog aan zijn familie aan te bieden dat zijn naam aan het museum werd verbonden, toen zijn collectie in Boijmans opging. Van Beuningen heeft na de oorlog vier oorkondes gehad voor zijn medewerking aan de bevrijding van Nederland.”

Diepe zucht

Het museum onderzocht de afgelopen jaren ook hoe het rond de oorlogsjaren aan zijn nieuwe kunstwerken was gekomen. Tijdens en vlak voor de oorlog moesten veel Joodse eigenaren en handelaren hun kunstbezit verkopen om te voorkomen dat ze het moesten afstaan aan de Duitse bezetters. Ook roofden de Duitsers veel kunst van hen. Na de oorlog bleek het moeilijk voor de nabestaanden om die kunstwerken, die soms via omwegen in musea terecht waren gekomen, terug te krijgen. Ook de Stichting Museum Boijmans was daar zeer terughoudend in.

Daarom onderzochten Nederlandse musea de afgelopen jaren de herkomst van de kunstwerken die zij rond de oorlog verkregen hebben. Boijmans had in de florerende havenstad veel mecenassen en kreeg er in de oorlog zo’n 6000 werken bij. Van dertig is niet met zekerheid te zeggen of het over geroofd of verloren bezit gaat, blijkt nu Boijmans het onderzoek heeft afgerond. Vijf daarvan zijn via Van Beuningen in het museum gekomen. Een aantal werken, zoals ‘Godsvertrouwen’ van Jan Toorop is terug bij de rechtmatige eigenaar.

Is het oorlogsverleden van Boijmans dan nu helemaal verwerkt? Als de naam Christine Koenigs valt, ontsnapt Sjarel Ex een diepe zucht. Zij is een van de erfgenamen van Koenigs en vindt, in tegenstelling tot de meesten van haar familie, dat Boijmans een groep tekeningen uit de Koenings-collectie moet teruggeven.

Boijmans claimt dat die tekeningen door Van Beuningen zijn gekocht en daarna aan het museum zijn geschonken. Zij zegt dat het een aparte groep tekeningen is. Al 22 jaar bestookt Christine Koenigs het museum met procedures, bestuursrechtelijk en civielrechtelijk. Tot nu toe kreeg Boijmans steeds gelijk. Op 6 december dient het hoger beroep bij de rechtbank in Den Haag. “Hopelijk zijn we dan echt van deze zaak af,” zegt Ex.

Van 1935 tot 1958

De tentoonstelling ‘Boijmans in de oorlog – kunst in de verwoeste stad’ behandelt de geschiedenis van Boijmans vanaf de bloeiperiode sinds 1935. Het is de tijd van de blockbusters en de aanschaf van talloze kunstwerken, waaronder ‘De Emmaüsgangers’ van Vermeer, die jaren later geen Vermeer bleek te zijn.

Dan is te zien hoe het museum de oorlog en de bezetting doorkwam, met de belangrijke kunst in de kelders en de moderne kunst aan de muren. Ook aan vier propagandatentoonstellingen ontkomt Boijmans niet. In die tijd is er voor het eerst subsidie voor kunstenaars. Er is 1 miljoen gulden beschikbaar om hen, bij wijze van werkverschaffing, noodwinkels te laten versieren.

Na de oorlog begint de wederopbouw van Rotterdam. De Bijenkorf schenkt het beroemde beeld ‘De verwoeste stad’ van Zadkine. Het eindpunt van de tentoonstelling is in 1958, wanneer het museum de collectie van havenbaron Van Beuningen verwerft. 

‘Boijmans in de oorlog’ is te zien van 13 oktober tot en met 27 januari. www.boijmans.nl

Lees ook:

In 42 Nederlandse musea hangt mogelijk van Joden geroofde kunst

Na jaren onderzoek is duidelijk welke kunstvoorwerpen waarschijnlijk voor en tijdens de oorlog van Joden zijn gestolen. Daaronder zitten belangrijke museumstukken.

De jacht op roofkunst

Al twintig jaar leidt Rudi Ekkart de zoektocht naar de rechtmatige eigenaren van roofkunst uit de oorlog. Van stoppen wil hij niet weten. De herkomst van zeker honderd objecten is nog steeds niet bekend. Lees hier zijn verhaal en bekijk de beelden.

Deel dit artikel

We doen dit niet om ons te recht­vaar­di­gen, maar om te kunnen zeggen: Kijk, zo hebben mensen zich gedragen

Sjarel Ex, directeur Boijmans van Beuningen

De Duitse visie op entartete Kunst vond hij flauwekul, hij kocht gewoon een portret van een Joodse communist

Peter van der Coelen, conservator Boijmans van Beuningen

Ja, Van Beuningen heeft met de Duitsers gehandeld, maar dat deden er velen

Sjarel Ex