Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Musea, laat zien die viezigheid

Cultuur

Joke de Wolf

Een van de beelden uit de expositie ‘I Scream Daddio’, de officiële Britse bijdrage van kunstenares Sarah Lucas voor de Biënnale van Venetië in 2015. © Hollandse Hoogte / Polaris Images
Essay

Musea zijn er om alle kunst te tonen, óók seksueel grensoverschrijdende. Laat het morele oordeel over aan het publiek, betoogt Joke de Wolf.

In 2015 zijn in Nederland 23 schilderijen verboden, met daarop (half)naakte jongetjes met engelenvleugels die seksuele handelingen verrichten. De makers boden ze online te koop aan. Zij hadden zich, zo gaven ze toe aan de Hoge Raad, direct laten inspireren door kinderpornofoto’s. De Raad oordeelde dat het bezit en verkopen van de schilderijen strafbaar was: het waren weliswaar schilderijen, maar ‘de wijze van schilderen is zodanig dat men bijna van een fotografische afbeelding kan spreken’.

Lees verder na de advertentie

Het is glad ijs, blote kinderen en kunst, net als het strafbaar stellen van het hebben en maken van een schilderij. Toch is de veroordeling in dit geval terecht: de makers hadden geen achtergrond in de kunst, wel in het verzamelen van kinderporno. Er was geen aanwijzing dat ze met de schilderijen iets anders ambieerden dan geld verdienen ten koste van minderjarige kinderen. Dit wás kinderporno, geen kunst.

Kunstenaar Sonia Boyce (1962) maakte van de angst voor grensoverschrijdend naakt een kunstwerk: ze liet een schilderij met naakte nimfen een paar dagen verwijderen van hun vaste plek in een museum in Manchester. De reacties op deze onverwachte censuur hangen in maart in het museum, als kunst.

Enige minpuntje, het moet gezegd: Nederlandse musea blijven achter

Even dacht ik dat het verhaal van Léon Hanssen (1955), vorige week in Letter & Geest, ook een kunstwerk was. Hij roept op tot scherper bewustzijn over hoezeer de ‘oude geile bokken’ de kunstgeschiedenis nog beheersen met hun perverse schoonheidsideaal. De usual suspects: Breitner dwong zijn model Geesje Kwak in suggestieve pose, Egon Schiele had misschien seks met minderjarigen, Tachtigers degradeerden vrouwen tot dierlijke seksuele wezens, en het museum zou dat nu nog goedpraten. De cultuurhistoricus pleit voor een debat over wat we tonen en hoe, vooral van het vrouwenlichaam. Het gaat hem niet om het verbannen van kunstnaakt, wel moeten we, schrijft hij cryptisch, ‘ruimte maken’ voor ‘vormen van schoonheid die nog nooit geschitterd hebben’.

Geilebokkenblik

Ik ben benieuwd welke schoonheid Hanssen ons wil tonen, en wat daarvoor moet wijken. Die perverse werken? Het is een geluid uit een andere eeuw, een tijd waarin het tonen van seksuele handelingen smerig is en vrouwen machteloos slachtoffer zijn in plaats van kunstenaars die jaren geleden al reageerden op die geilebokkenblik. Ik zag meteen de zinnelijke naakten van Marlene Dumas voor me, die ze naschilderde uit pornoblaadjes. En werk van de Guerrilla Girls, een groep anonieme vrouwelijke kunstenaars die sinds 1985 met frisse humor de door mannen gedomineerde kunstwereld op de hak nemen.

Ook in de kunstgeschiedschrijving heeft vooral de tweede feministische golf van de jaren zeventig haar sporen nagelaten. De mannelijke blik van Hanssen ís al uitgebreid onderzocht, ontleed en op een genderneutrale weegschaal gelegd. En musea doen mee. In 2009 toonde het Parijse Centre Pompidou ‘Elles’, met alleen vrouwelijke kunstenaars. In Frankfurt was vorig jaar onder de naam ‘Geslechterkampf’ een indrukwekkende tentoonstelling over de ‘strijd tussen de seksen’ in kunst van 1860 tot 1950, met vrouwelijk én mannelijk naakt, kunst met verkrachtingen en adoratie, en met kunst van mannen én vrouwen, van Gustave Moreau tot Jeanne Mammen. Het New Yorkse MoMA exposeerde vrouwelijke abstract expressionisten (ja, die waren er, en ze waren goed) en in het Brooklyn Museum was aandacht voor ‘Black radical women 1965-85’. Enige minpuntje, het moet gezegd: Nederlandse musea blijven achter.

Bij het al dan niet veroordelen van grensoverschrijdende praktijken in de beeldende kunst zijn twee aspecten te onderscheiden die Hanssen verwart - een klassieke fout. Hij ziet op schilderijen van Balthus seksuele gebaren van kinderen en omschrijft die als ‘een poging tot verkrachting’, alsof de kunstenaar de verkrachter was. Ook Schiele’s ‘onzedelijke tekeningen’ kunnen niet door de beugel.

Nee, iets afbeelden is niet hetzelfde als het doen of willen. Het maken van een obscene tekening is hier en nu gelukkig in principe niet strafbaar. Het beeld dat iemand maakt staat los van de biografie van de kunstenaar - voor Hanssen, die meerdere kunstenaarsbiografieën schreef, misschien lastig te erkennen. Bij die biografie zit hier de grootste moeilijkheid, daarover straks meer. Eerst het kunstwerk zelf.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

© Hollandse Hoogte / Camera Press Ltd

Zonder grensoverschrijdende beelden zou de kunstgeschiedenis oersaai zijn. Grenzen opzoeken maakt kunst interessant, zo krijgen we een blik in die zo moeilijk te doorgronden wereld om ons heen, van nu en in het verleden. Ons lichaam en onze seksualiteit met alle duistere kanten hoort daarbij. In de beeldende kunst zorgde dat vaak voor verbazing, vertedering, verwarring en wellust bij de toeschouwers - emoties die autoriteiten regelmatig probeerden terug te dringen.

Neem de Sixtijnse kapel in Vaticaanstad, waar Michelangelo tussen 1536 en 1541 het Laatste Oordeel schilderde: een wirwar van lichamen, in alle mogelijke houdingen, naakt. Tijdens het Concilie van Trente in 1563 kwam de schaamte ter sprake die Adam en Eva na hun verdrijving uit het paradijs voelden voor hun naaktheid. Schilderijen die tot lust aanzetten, zo besloten de kardinalen, werden verboden. Geslachtsdelen verdwenen onder draperieën. Daarna was ook andere, oudere kunst aan de beurt: uitstekende piemels moesten eraf en werden bedekt met een vijgenblad. Toch waren de beelden ook met vijgenblad of lendendoek overtuigend realistisch. Tot ver in de twintigste eeuw zal het voor veel kerkgaande jeugd het enige naakte volwassen vlees zijn geweest dat ze regelmatig zagen.

Klassieke bordjestekst bij een kunstwerk in het museum: ‘Toen dit gemaakt werd in 1863/1913/1997, vond men dit lelijk, walgelijk, werd de kunstenaar bespot en veroordeeld.’ Edouard Manet met zijn Olympia, een brutale hedendaagse prostituee; Marcel Duchamp met zijn urinoir, zo uit de fabriek; Andres Serrano met de foto van een plassende gekruisigde Christus en een vrouw die een man in de mond plast. En kijk ons nu eens genieten. Zand erover, deze kunst heeft de geschiedenis overleefd, de beelden getuigen nu van een eigenzinnige blik van de kunstenaar en van een andere reactie dan de huidige. Niet dat elk schokkend beeld meteen kunst is, laat staan goede, dat bepalen de toeschouwers, de galeries, de kritiek -soms meteen, soms later pas. Onschuldige kunst, bijvoorbeeld met beelden van naakte jonge kinderen, wordt vaak (steeds vaker misschien) als kinderporno bestempeld. In dat geval is het bijna altijd, net als bij de fresco’s van Michelangelo, de toeschouwer degene wiens fantasie op hol slaat, niet de maker.

Alsof feministen tegen naakt zouden zijn

Zo komen we bij de kunstenaar, het brein, de maker én degene die bepaalt wat we zien. Die hand, verbeelding en blik was tot ver in de twintigste eeuw mannelijk - niets meer aan te doen. Hanssen heeft het over een ‘shockerende mannelijke blik’ en schermt meteen met #MeToo. Gelukkig is een blik niet voldoende voor grensoverschrijding of machtsmisbruik, daarbij gaat het om een actieve handeling. En o ja, vrouwen kijken ook naar naakt.

Hanssen wil opkomen voor het schildersmodel, dat in zijn ogen gedwongen werd zich in de fantasie van de man te wurmen. Hanssen gooit daarmee feminisme en de #MeToo-beweging op één hoop met preutsheid. Alsof feministen tegen naakt zouden zijn.

Sommige kunstenaars hebben inmiddels last van de verminderde tolerantie. Michael Kirkham, die veel naakten schildert, verklaarde vorige week nog in Het Parool: “Als het zo doorgaat, kun je als witte man binnenkort niets meer schilderen. Geen vrouwen in ieder geval, en al helemaal niet in aanstootgevende positie.” Let wel: Kirkham schildert uit het hoofd, zonder modellen.

Kinderporno

Met naakte kinderen ligt het nog gevoeliger. In Berlijn werd museumdirecteur Demandt van de Alte Nationalgalerie in 2014 spontaan recalcitrant toen als gevolg van de kinderpornozaak rond politicus Sebastian Edathy het tonen van kunst met naakte kinderen ter discussie kwam. Die kunst zou, zo beweerde Edathy, hem hebben aangezet tot het verzamelen van kinderporno. Demandt haalde een schilderij dat Lovis Corinth maakte van zijn naakte zoon en vrouw uit het depot en hing het op: alleen zo kon iedereen zien dat een vader die zijn naakte zoon schildert ook onschuldig kan zijn. En dat de veroordeling daarvan bij de toeschouwer ligt.

Over de mannelijke blik hebben kunsthistorici al veel gezegd. Linda Nochlin schreef in 1971 haar beroemde artikel ‘Why have there been no great women artists?’ Antwoord: omdat vrouwen simpelweg de toegang niet hadden tot de opleiding en ook daarna uitgesloten waren van kunstenaarsverenigingen en tentoonstellingen. Opvallend: juist het naakt zat hun daarbij dwars. Vrouwen leerden weliswaar tekenen, maar tot aan het begin van de twintigste eeuw zat een kunstcarrière er niet in: ze mochten niet naar naaktmodel schilderen want dat zou hen maar in de war brengen. Het ontbrak hun daarom aan anatomische kennis en oefening, ze werden alleen daarom al niet voor vol aangezien. Mannen mochten op de academie trouwens tot rond 1850 ook geen vrouwelijke modellen tekenen, wel in kleinere kring, met of zonder docent.

Hoe realistisch ook geschilderd, het is fictie

Modellen zoals Breitners Geesje Kwak kwamen vaak uit het armste deel van de bevolking, en verdienden voor het poseren meer geld dan voor hun gebruikelijke werk - ze kon waarschijnlijk met dat geld emigreren naar Australië. Hoewel er vast kunstenaars zijn geweest die tijdens het modelschilderen misbruik maakten van de situatie, is het ondoenlijk en kinderachtig zonder bewijs alle naaktschilderijen te voorzien van waarschuwingen voor de kijker.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Replica van 'Fountain' (1917) door Marcel Duchamp tijdens een tentoonstelling in het Landesmuseum in Zurich. © epa

En dan nog: laten we niet vergeten dat een kunstwerk, hoe realistisch ook geschilderd, hoe nauwkeurig geënsceneerd, fictie is. Net als bij literatuur is bij beeldende kunst de grens tussen feit en fictie troebel. In een roman is de schrijver niet de ikpersoon. En zo is het beeld zelden een directe weergave van de werkelijkheid zoals de kunstenaar die zag, hij (en later zij) speelt daarmee, geeft zijn interpretatie, zijn uitsnede, maakt er een nieuw perspectief mee. Kunst.

Censuur is voor dictators, niet voor uitgevers, musea of andere cultuurpodia

Soms gaat de kunstenaar wél de fout in. Egon Schiele werd verdacht van seks met een minderjarige. Picasso, Dalí en Gauguin waren geen heiligen in hun omgang met vrouwen. Dat verhaal mogen musea gerust vertellen, verfrissend zelfs naast al die gepolijste reclametaal. Dat betekent nog niet dat daarom de kunst overboord moet. De toeschouwer zou verstandig genoeg moeten zijn om die twee dingen, de grensoverschrijdingen en de kunst, uit elkaar te houden.

Vieze taal

Portretschilder Chuck Close (1940) is nu beschuldigd van seksueel overschrijdend gedrag, hij zou zijn modellen ‘vieze taal’ hebben toegeroepen. De National Gallery in Washington heeft daarom een geplande expositie afgelast. Krampachtig en nergens voor nodig, láát er maar debat komen. Net zoals we de films van Roman Polanski en Woody Allen, ondanks de verdenking van misstappen van de regisseurs, niet schrappen uit de canon.

Hetzelfde geldt voor kunst gemaakt voor totalitaire regimes - kunst die vaak sowieso eerder wonderlijk dan goed is. Van Willy Vandersteen, geestelijk vader van Suske en Wiske, staat vast dat hij anti-semitische cartoons tekende. Moet tante Sidonia daarom in de ban? Nee natuurlijk. Censuur is voor dictators, niet voor uitgevers, musea of andere cultuurpodia.

Goede kunst roept emoties op, prettige en minder prettige, en laat ons daarmee meer begrijpen over onze eigen menselijke beperkingen, dromen en blokkades. Musea moeten daarom zoveel mogelijk wegblijven van morele oordelen, alle hoeken van het spectrum tonen, desnoods hedendaagse kunstenaars op die geile oude bokken laten reageren. Als het werkelijk te ver gaat is het oordeel aan de rechtbank.

En als het de bezoeker toch te gortig wordt, kijkt-ie maar de andere kant op. Dat vinden schilderijen geen enkel probleem. 

Joke de Wolf (1978) is kunsthistoricus. Ze schrijft over beeldende kunst, fotografie en hedendaagse cultuur in Trouw en andere media. Kijk ook: jokedewolf.nl.

Lees ook:

De shockerende mannelijke blik waar #MeToo op wijst, is ook op menig schilderij te vinden. Kunsthistoricus Léon Hanssen opent het debat daarover.

Deel dit artikel

Enige minpuntje, het moet gezegd: Nederlandse musea blijven achter

Alsof feministen tegen naakt zouden zijn

Hoe realistisch ook geschilderd, het is fictie

Censuur is voor dictators, niet voor uitgevers, musea of andere cultuurpodia