Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Montserrat Caballé (1933-2018): Zo hemels zacht zingen als zij, kon niemand anders

Cultuur

Peter van der Lint

Operazangeres Montserrat Caballé tijdens een optreden in 2005. © AFP

In Barcelona stierf zaterdagnacht Montserrat Caballé, een van de grootste operasopranen van de vorige eeuw. Ze was vooral beroemd om haar onwaarschijnlijk zachte, hoge noten.

Zou Montserrat Caballé het zelf hebben begrepen toen ze in de Carnegie Hall al na haar eerste aria een overdonderend applaus kreeg? Zou ze zich hebben gerealiseerd dat ze daar en toen een wereldster was geworden? De Catalaanse sopraan was in New York op 20 april 1965 ingevallen voor Marilyn Horne in de opera ‘Lucrezia Borgia’. Het was repertoire dat ze niet kende. Met slechts 20 dagen voorbereidingstijd drong ze desondanks op fenomenale wijze door in Donizetti’s noten en scoorde met haar waagstuk een complete triomf. De woorden worden vaak geheel ten onrechte gebezigd, maar in het geval van Caballé was het onmiskenbaar een feit: ‘A star was born’. Op de voorpagina van The New York Times stond de volgende dag te lezen: ‘Callas + Tebaldi = Caballé’.

Lees verder na de advertentie
Marilyn Horne zei dat ze zich na Caballé’s onovertrefbare interpretatie van Lucrezia nooit meer aan die rol zou wagen

Zaterdagnacht overleed Montserrat Caballé in haar geboorte- en woonplaats Barcelona. Ze was 85 jaar én wereldberoemd. Eerst en vooral in de internationale operawereld, maar na 1987 ook ver daarbuiten toen ze samen met Freddy Mercury van Queen een enorme hit scoorde met ‘Barcelona’. Mercury was een groot bewonderaar van Caballé, en schreef het nummer speciaal voor haar. Het duet, een catchy en kitschy mix van de symfonische popmuziek van Queen en de dramatische operawereld van Caballé, werd in 1992 de officiële hymne van de Olympische Spelen in Barcelona en maakte van de sopraan een megaster.

Het eerdere, plotselinge succes in 1965 in New York had grote gevolgen voor de Catalaanse sopraan, die daarvóór al positief was opgevallen in Barcelona, maar ook in de operahuizen van Basel en Bremen, waar ze jarenlang aan haar veelzijdige repertoire bouwde. In de kleedkamer van Carnegie Hall volgde na het tumultueuze slotapplaus van wel 25 minuten een nog tumultueuzer treffen met vertegenwoordigers van platenmaatschappij RCA Victor die haar een open contract aanboden, en met mensen van The Metropolitan Opera in New York die haar zo snel mogelijk op die beroemde bühne wilde laten debuteren. Dat gebeurde al een half jaar later. Marilyn Horne, voor wie ze was ingevallen, belde haar op om te vertellen dat ze zich na Caballé’s onovertrefbare interpretatie van Lucrezia nooit meer aan die rol zou wagen. Later, in 1980, zouden de twee glorieus samenzingen in Rossini’s ‘Semiramide’ in Aix-en-Provence.

Vocale gave

In die New Yorkse uitvoering van ‘Lucrezia Borgia’, waarvan gelukkig een illegale opname is bewaard, is hét handelsmerk van Caballé al in optima forma hoorbaar: het schier eindeloos en onwaarschijnlijk zacht kunnen zingen van hoge tonen. In de finale van de proloog klinkt haar lang aangehouden hoge noot – superzacht, maar boven alles uit hoorbaar – als een muzikale boei in het geheel. Zelf zei ze dat ze vaak getroffen was door de pianissimi van Renata Tebaldi, haar grote voorbeeld, en dat ze alles in het werk stelde om dát ook te kunnen. Met haar lerares aan het conservatorium van Barcelona, de Hongaarse Eugenia Kemmeny, werkte ze net zolang aan haar ademtechniek tot ze die volledig bemeesterde. Caballé heeft Kemmeny altijd de full credits gegeven voor die bijzondere vocale gave van haar.

De grote jaren voor Caballé begonnen dus na 1965 en duurden tot ver in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Tebaldi en Callas waren toen aan het einde van hun carrière, en het was tijd voor een nieuwe generatie sopranen. Jarenlang waren het nu vooral Leontyne Price, Joan Sutherland, Mirella Freni en Caballé die de dienst uitmaakten, de hoogste gages kregen en de meeste plaatopnamen mochten maken. Caballé zong op die vele opnamen en in alle belangrijke operahuizen vaak samen met de drie grote tenoren Plácido Domingo, Luciano Pavarotti en José Carreras. De laatste had zijn succes vooral aan haar te danken.

In Nederland debuteerde Caballé in 1959 bij De Nationale Opera in een redelijk onopgemerkte ‘Tosca’. Ook in 1971 tijdens een Vara-Matinee zat de zaal lang niet vol. Maar in 1989 puilde het Amsterdamse Concertgebouw uit toen ze er in een grote bontmantel optrad met tenor Giacomo Aragall en het Radio Symfonie Orkest onder leiding van Kenneth Montgomery. Het duet uit Massenets ‘Manon’ was die avond een hoogtepunt.

Sopraan Nelly Miricioiù, die in 1972 bij de door Caballé voorgezeten Viñas Singing Competition in Barcelona de hoogste prijs won, vindt die Manon de allerbeste rol van haar Catalaanse collega.

Ongeëvenaard

“De manier waarop deze in alle opzichten grande dame, groot van stem en groot van postuur, zichzelf transformeerde tot het kleine meisje Manon was ongeëvenaard. Door die unieke stem geloofde je haar onmiddellijk. Maar haar grootste verdienste was natuurlijk die ongekende gave om zwevende, puur op legato en adem gedragen hoge tonen te zingen. Daar ging zo’n charisma en betovering van uit. Het klonk hemels, het klonk subliem. Tebaldi en Callas hadden ook een prachtig legato, maar bij Caballé kwam daar nog een soort fluwelen zachtheid bij die het echt bijzonder maakte. Met zoiets moet je geboren worden, het is een gave van God.”

Op de voorpagina van The New York Times stond: 'Callas + Tebaldi = Caballé'

“Daarnaast was ze als persoon echt genereus en sympathiek. Het voelde alsof je met je zusje aan het praten was. En naast dat zachte pianissimo was haar aanstekelijke gegiechel misschien wel net zo beroemd. Ze groeide uit tot een ware belcanto-specialiste. Ze zong nooit stroperig en in de hoogte was het nooit scherp. De tonen vielen altijd prettig in de oren. Ze had een uitstekende smaak en een prima muzikaal instinct in alles wat ze deed. Zelfs in haar ‘Barcelona’-duet met Freddy Mercury, waar ik enorm van hou, viel die goede smaak op. En het gevoel tot relativeren. Als er iemand was die om zichzelf kon lachen, dan was zij het wel. Haar humor was kostelijk. Toen iemand na een recital eens tegen haar riep dat ze als toegift Puccini’s ‘ Ch’il bel sogno di Doretta’ moest zingen, liep ze naar de piano, sloeg een toon aan, probeerde die even uit en zei vervolgens: ‘Sorry, die toon lukt vandaag niet’. Die spontaniteit was zo typerend voor haar. Vandaag is een treurige dag.”

De Catalanen hebben zondag gelegenheid om afscheid te nemen van Montserrat Caballé. Maandag wordt ze in Barcelona begraven.

Deel dit artikel

Marilyn Horne zei dat ze zich na Caballé’s onovertrefbare interpretatie van Lucrezia nooit meer aan die rol zou wagen

Op de voorpagina van The New York Times stond: 'Callas + Tebaldi = Caballé'