Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mocromode: een schild van glittergympen en gouden logo’s

Cultuur

Isabel Baneke

Elise Roodenburg & Soufyan El Hammouti, documakers over Mocro-mode. © Maartje Geels

Marokkaans-Nederlandse jongeren dragen graag kleding van Louis Vuitton, Gucci en Armani. Waarom eigenlijk? Documentairemakers Elise Roodenburg en Soufyan el Hammouti zochten het uit.

Voor de kleedkamers sjort hij aan het blauw met wit gevlekte jasje. Eigenlijk is het kledingstuk net iets te krap, maat L zou Omar Lachiri beter passen. Maar ja, het is wél Versace. “Vooral die achterkant hè?”, vraagt hij zijn neefje Moggie Sghiri om bevestiging. Op de rug van het jasje is met goudgaren een afbeelding van Medusa gestikt, het embleem van het Italiaanse modehuis. “Die komt wel overal binnen man, ja ja ja.” De camera blijft hangen op het prijskaartje van de bijpassende ceintuur: 350 euro.

Lees verder na de advertentie

De liefde van Marokkaans-Nederlandse jongeren voor peperdure merkkleding, het fascineerde antropoloog en journalist Elise Roodenburg (29). Met opgetrokken wenkbrauwen bestudeerde ze de outfits die op straat en in de media voorbijtrokken. Ze zag tasjes van slangenprint, losjes bungelend rond de heupen. Opzichtige glittergympen. En misschien nog wel het meest in het oog springend: al die reusachtige logo’s op de petjes, shirts en riemen

Waar zou die toch vandaan komen, vroeg ze zich af, de obsessie voor Louis Vuitton, Gucci en Armani? Waarom kopen juist deze jongeren, van wie velen in achterstandswijken wonen, deze peperdure kledingstukken?

© -

Ze benaderde Soufyan el Hammouti (28), haar voormalige studiegenoot aan de Universiteit van Amsterdam die nu werkt voor een luxe-sneakermerk. Hij had een scriptie geschreven over het thema, herinnerde ze zich. “Als zoon van een Marokkaanse vader en een Nederlandse moeder groeide ik op in een probleembuurt. Mijn zusje raakte op haar veertiende plots geobsedeerd door kleding van Burberry. Dat was de aanleiding voor mijn onderzoek.”

Al discussiërend ontsproot het idee voor ‘Mocromode’, een 26 minuten durende documentaire die VPRO-Dorst morgen uitzendt op NPO 3. El Hammouti en Roodenburg werpen daarin een blik op de relatie tussen jonge Marokkanen en designerkleding.

Ruim drie jaar werkte het duo met tussenpozen aan de film. “De grootste hobbel was het vinden van de hoofdpersonen”, zegt Roodenburg op het terras van filmmuseum EYE in Amsterdam. Aanvankelijk stroopten zij en El Hammouti de straten van de hoofdstad af. “Maar daar vonden we geen hangjongeren die zich goed konden uitdrukken en zich kwetsbaar op durfden te stellen.”

© -

Via via wordt het tweetal uiteindelijk in contact gebracht met Omar Lachiri (24) en Mokhtar ‘Moggie’ Sghiri (22), vloggende neven uit de wijk Charlois in Rotterdam-Zuid. Een pietje precies, wordt boos als z’n haar niet goed zit, heeft een kort lontje, zegt de een over de ander. Sghiri, de jongste, wordt op zijn beurt omschreven als ‘heel straight en verstandig’.

In de documentaire volgt de camera de neven naar hun vaste hangplek, de kapsalon, tijdens het uitgaan en natuurlijk wanneer het tweetal nieuwe kleding gaat inslaan. “We hebben ze zelfs gefilmd onder de douche”, lacht El Hammouti. “Het is echt een persoonlijk portret geworden, van twee jongens die symbool staan voor misschien wel de meest gestereotypeerde groep in onze samenleving.”

“Door het dagelijks leven van Moggie en Omar te laten zien, afgewisseld met korte interviews, hopen we vooroordelen over Marokkaans-Nederlandse jongeren te kunnen wegnemen. We willen de kennis over deze groep vergroten, begrip kweken. Bontkragen en grote logo’s worden nu vaak geassocieerd met criminaliteit, niemand gelooft dat hangjongeren die dure kleding kunnen betalen.”

© -

Toch gaan jullie in de documentaire niet diep in op de financiering van de Versace jacks en Gucci-shawls. Heeft dat een reden?

Roodenburg: “De neven hebben een YouTube-kanaal, genaamd Dumans.nl, dat ruim 37 duizend volgers telt. In de documentaire vertellen ze dat ze daarmee zo’n tweeduizend euro in de maand verdienen, afhankelijk van hoe vaak hun filmpjes worden bekeken.

“En het is ook niet zo dat hun hele kast volhangt met designerspullen hè? Er wordt veel geruild en geleend, en met één opvallend tasje kun je al indruk maken. Bovendien willen we in de film juist geen waardeoordeel vellen, de vraag hoe Omar en Moggie die kleding kunnen betalen, vinden we niet zo interessant. We hebben gekozen voor een antropologische benadering: waarom dragen ze die kleding?”

En?

El Hammouti: “Het is complex. Door de buitenwereld wordt neergekeken op Marokkaans-Nederlandse jongeren. Dat kan onzeker maken. Met merkkleding kopen Moggie en Omar zelfvertrouwen, grote logo’s geven hen status, respect, een identiteit. Draag je een dure broek, dan heb je het goed voor elkaar. Design impliceert rijkdom.

Maar die suggestie zorgt ook voor groepsdruk onderling. Je kleren bepalen in Charlois hoe hartelijk je wordt begroet op straat. Tijdens het huggen word je van top tot teen gecheckt. Heeft-ie de goede schoenen aan? Zonder dure outfits kom je op bepaalde plekken niet binnen en krijg je geen meisje.

© -

In de documentaire zie je Moggie en Omar worstelen. Enerzijds zijn ze trots op hun dure kleren, maar ook weten ze dat de buitenwereld met scheve ogen naar hun outfits kijkt. Eigenlijk willen ze hun geld helemaal niet uitgeven aan een jack van Versace. Een trainingspak zit veel lekkerder.”

Roodenburg: “En met namaak kom je niet weg. Wie dat draagt wordt gepest of zelfs in elkaar geslagen. Je moet aan je vrienden echt het bonnetje laten zien. Heel heftig. Iedereen houdt elkaar in de gaten. Omar en Moggie zitten vast in een vicieuze cirkel. In de eigen gemeenschap krijg je met dure kleren meer respect, terwijl diezelfde outfits er tegelijkertijd voor zorgen dat de stigma’s van buiten verharden.”

Wat zit er onder dat schild van kleren verstopt?

El Hammouti: “Onzekere jongens die verlangen naar liefde. Van vrouwen, vrienden en hun ouders. Het duurde een tijd voordat we het vertrouwen van Moggie en Omar hadden gewonnen. We hebben vaak met ze gechild, bij ze gegeten en veel, heel veel waterpijp gerookt. Maar toen ze eenmaal om waren, stelden ze zich heel kwetsbaar en open op.

© -

“Omar vertelt eerlijk over zijn vader, die hem niet stimuleert noch trots is op zijn zoon. Die eerlijkheid vind ik mooi. De neven geven allebei toe dat het de liefde is, waar het uiteindelijk echt om draait. Misschien moeten we daar nog een deel twee over maken Elise, over de liefde.”

Eerder maakte u de documentaire ‘Inside the Mind of Favela Funk’ (2016), over de pornografische muziek die razend populair is in de achterbuurten van Rio de Janeiro. Zijn er parallellen te ontdekken?

Roodenburg: “Jazeker. Ook in de favela’s, waar ik een huis heb en een deel van het jaar woon, zie ik die hang naar luxemerken. Daar lopen de bewoners bijvoorbeeld rond met blikjes Red Bull en flessen Johnnie Walker. De tegenstelling tussen arm zijn en rijk doen vind ik fascinerend.”

‘Mocromode’, geproduceerd door VPRO-Dorst, zondag 23.35 uur, NPO 3.

Deel dit artikel