Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Misschien zijn we een beetje Mahler-moe aan het worden

Cultuur

Peter van der Lint

Gustav Mahler, 1907 © Getty Images
Klassiek & zo

‘Die Zeit für meine Musik wird noch kommen.’ Woorden van die strekking heeft Gustav Mahler zich ooit laten ontvallen in de heilige overtuiging dat de tijd waarin hij werkzaam was nog niet rijp was voor de allesomvattende symfonische bouwsels die hij in zijn spaarzame vrije tijd – hij was een drukbezet dirigent en operadirecteur – in elkaar zette. 

Zijn woorden bleken uitermate profetisch, want waar ter wereld wordt nou geen Mahler gespeeld? Misschien is het onderhand zelfs de spuigaten uitgelopen en zijn we allemaal wat Mahler-moe aan het worden. Daarover zo.

Lees verder na de advertentie

Aan het begin van de twintigste eeuw waren al die Mahler-symfonieën natuurlijk supernieuwe partituren, waarvan de inkt waarmee ze volgeschreven waren nog nat was. Het was muziek die net als de hypermoderne muziek van nu niet altijd en overal begrepen werd. Vorige week was de wereldpremière van ‘Fin de partie’, de eerste opera van György Kurtág. Een historische gebeurtenis, maar in het Milanese Teatro alla Scala verlieten aardig wat mensen voortijdig de zaal, omdat ze kennelijk niets aan konden vangen met de compromisloze en uitgebeende muziek van Kurtág. Iemand die wel tot het einde bleef en zich buitensporig enthousiast toonde was de Hongaarse premier Viktor Orbán.

Kijk, en dat was nou weer gek. Want populistische politici en moderne klassieke muziek, dat gaat zelden samen. Hedendaagse muziek schopt tegen de gevestigde orde aan en is dus in de aard der dingen links. Maar Orbán is naast populist ook nationalist, en een wereldpremière op díe plek van een opera van zijn landgenoot, terwijl de culturele wereld toekeek, dat was vast smullen.

Waarom is de keuze voor dirigenten zo voorspelbaar? Er lopen toch jonge honden rond die de Mah­ler-tra­di­tie aardig opschudden

In zwang

De ‘nieuwe’ muziek van Mahler is inmiddels ruim een eeuw oud en wereldwijd omarmd. Er lopen geen toehoorders meer weg, maar tot vrij lang na Mahlers dood in 1911 was dat zo. Dankzij een paar dirigenten die wél in zijn muziek geloofden, kwam die steeds meer in zwang. En nu moet je constateren dat geen enkele dirigent van naam zonder een complete Mahler-cyclus op zijn cv voor vol wordt aangezien.

Deze week begon de voorverkoop van de passepartouts voor het Mahler Festival 2020 in het Amsterdamse Concertgebouw. Het is de derde keer dat daar zo’n Mahler-feest georganiseerd wordt – het eerste was in 1920, het tweede in 1995. In 1995 betaalde je voor de zestien concerten in totaal 2105 gulden. Nu moet er voor de tien concerten van toporkesten en -dirigenten 2100 euro worden neergeteld. Met dat exorbitante bedrag geef je weer hele andere populisten munitie om te schieten: die Mahlers daar in het Concertgebouw zijn alleen maar voor de rijken, een festival voor de elite, voor mensen die nooit naar een bloemencorso gaan kijken.

Wat opvalt bij het doorbladeren van de brochure: het is veel van hetzelfde, weinig vooruitstrevend. Dat de orkesten uit Berlijn, New York, Wenen en Amsterdam hun negen Mahlers tot in de puntjes kennen, dat weten we wel. Maar waarom is de voltooide Tiende symfonie niet aan de canon toegevoegd? En waarom is de keuze voor dirigenten zo voorspelbaar? Er lopen inmiddels jonge honden rond (Teodor Currentzis bijvoorbeeld) die de Mahler-traditie aardig aan het opschudden zijn. Jammer dat geen van hen gevraagd is en dat daarmee Mahler-moeheid overheerst in plaats van opwinding.

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek. U leest zijn columns trouw.nl/klassiekenzo

Deel dit artikel

Waarom is de keuze voor dirigenten zo voorspelbaar? Er lopen toch jonge honden rond die de Mah­ler-tra­di­tie aardig opschudden