Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mijn transitie naar een veelzijdiger wereld kostte heel wat moeite en tranen

Cultuur

Rob Schouten

Rob Schouten © Maartje Geels
Column

Als kind was ik een filister, een racist en een inquisiteur. Bovenal dacht ik dat ik was wie ik moest zijn. 

Sommige onorthodoxe gedachten van mijzelf verwierp ik, na er voor de vorm licht mee te hebben geworsteld, als zondig en in het algemeen probeerde ik in de pas te lopen met mijn familie; mijn twee ouders en mijn twee zusjes deden dat immers ook: het maakte ons tot het gezin dat we waren.

Lees verder na de advertentie

Op een dag, ik was een jaar of acht, negen, vroeg een buurjongetje, Jan Wismeijer geheten, of ik meeging naar het carnaval. Ik had geen idee wat dat was maar volgens hem was het heel leuk en mocht ik het niet missen. Ik liep met het voorstel naar mijn ouders die het mij per omgaande verboden, dat was niks voor ons soort mensen. Zo kwam ik er achter dat er buiten mijn dampkring nog meer leven was waar ik mee had om te gaan. Het begin van mijn ware bestaan. Mijn veronderstelling dat alles noodzakelijk liep zoals het liep en dat mijn lot bepaald was, dat sommige mensen eng en vreemd waren, en dat ik ze als het ware zou kunnen aangeven bij God, die alles bestierde en die rechtsprak, begon in rap tempo te eroderen. Je zou ook kunnen zeggen; de schellen vielen me van de ogen.

Moeite en tranen

Mijn transitie, zoals ik het maar zal noemen, naar een omvangrijker en veelzijdiger wereld die toch wellicht ook deugde, kostte heel wat moeite en tranen, ook omdat mijn ouders leken tegen te stribbelen. Het begon ermee dat ik met mijn oude, aanvankelijke leven ging sjoemelen. Ik ging nog braaf naar de kerk, liep heitje voor een karweitje voor de padvinderij (ik kan het bewijsmateriaal in de vorm van een blauw zegelboekje overleggen!) maar in mijn hoofd begonnen de vragen, die ik vroeger als zondig had weggegooid, een nieuw leven: waren die vreemde mensen met andere praktijken en ideeën wel echt gek en bedreigend, hoe zat het precies met God, moest ik die werkelijk alleen maar eren, hadden mijn ouders het wel bij het goede eind?

Ik was in een onbegrensder iemand overgegaan en sindsdien is het nooit meer anders geweest

Enfin, het kwam erop neer dat ik Nietzsche en W.F. Hermans ging lezen, langzaam de kerk uit wandelde, een soort waterige cultuurchristen werd of zelfs dat niet meer. Kortom, ik was in een onbegrensder iemand overgegaan en sindsdien is het nooit meer anders geweest. Geen idee of ik ben wie ik moet zijn, of er niet om de hoek nog een heel ander leven, met andere prioriteiten ligt te wachten.

Van de week kreeg ik weer eens een bericht of ik niet naar Canada wilde emigreren want, zeiden ze, daar zitten ze op mij en mijn verdiensten te wachten. Of toch maar een traplift kopen. Of een cruise, 'de reis van mijn leven'. Kan allemaal nog. Het rechtzinnige idee uit het begin dat je al bent gearriveerd is nooit meer in me opgekomen. In plaats daarvan heb ik leren twijfelen, dat hoogste menselijke goed, leren snuffelen aan andere opvattingen, lig ik 's nachts wakker, niet van de zondige gedachten maar van de mysteries van het bestaan, doorploeg ik de kosmos op zoek naar houvast: melkwegstelsels, misschien nog andere universums. Maar naar carnaval ga ik nog steeds niet, inmiddels geheel uit eigen wil.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Deel dit artikel

Ik was in een onbegrensder iemand overgegaan en sindsdien is het nooit meer anders geweest