Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Met 'Wees onzichtbaar' van Libris-winnaar Murat Isik heeft de Bijlmer ook een beetje gewonnen

Cultuur

Sander Becker en Sybilla Claus

Murat Isik © Martijn Gijsbertsen
Interview

'Jij komt er wel', sprak zijn docent creatief schrijven. En zie, maandag won Murat Isik de Libris Literatuur Prijs. 

Dit is pas het begin, belooft hij, want hij is nog lang niet door zijn verhalen heen. 'De rauwe wereld moet oprijzen uit het papier.'

Lees verder na de advertentie

Overwhelmed' was hij. 'Flabbergasted'. Murat Isik (40) houdt van Engelse woorden, bleek tijdens zijn speech, maandagavond na het winnen van de Libris Literatuur Prijs 2018. Het valt opnieuw op bij een bezoek aan zijn huis in Hoofddorp, de volgende dag. "Ik heb een no shoe policy", verklaart hij bij de voordeur. Dus als je door het huis de zonnige tuin in wilt lopen, dan moeten de schoenen uit.

De schrijver is nog beduusd van de overwinning, vertelt hij, eenmaal geïnstalleerd aan de houten tuintafel. Al die loftuitingen... Recensenten vergelijken hem met grootheden als Charles Dickens en William Somerset Maugham. Niet vanwege zijn voorliefde voor Engelse woorden, maar omdat ze hem zo'n begenadigd verteller vinden en omdat zijn boek zo'n hoog sociaal-realistisch gehalte heeft.

De jury koos voor een roman waarin de hoofdpersoon 'van kwetsbaarheid naar kracht gaat'. De vijfjarige Metin Mutlu uit 'Wees onzichtbaar' arriveert in 1983 met zijn ouders en zusje in de Bijlmer. In deze wijk, die snel in verval raakt, voert de uit Turkije afkomstige Metin een overlevingsstrijd op meerdere fronten. Uiteindelijk komt hij tot bloei.

Ik heb het boek geschreven vanuit een soort koorts, in een soort flow

Overeenkomsten

De auteur heeft veel met zijn hoofdpersoon gemeen. Ook hij arriveerde al jong in de Bijlmer, omdat zijn vader op de vlucht was voor politieke vervolging in Turkije. De familie behoort tot de Zaza, een volk met een eigen taal, dat oorspronkelijk uit Perzië komt.

Isiks vader, een atheïstische communist, weigerde te werken voor het kapitalistische systeem. Hij wilde ook geen vader of echtgenoot zijn en keek nauwelijks naar zijn kinderen om. Het goede voorbeeld kwam van Isiks moeder, een aleviet (aanhanger van een humanistische stroming binnen de islam), die zich opofferde voor haar kinderen en daarnaast een emancipatiestrijd voerde die haar economisch onafhankelijk maakte - net als de moeder in het boek.

Behalve de prijs heeft de schrijver meer reden tot opwinding: er bestaat veel interesse in de film- en vertaalrechten. Intussen heeft hij zijn handen vol aan zijn zoontje, acht maanden oud. En hij werkt aan zijn derde roman.

Hoe voelt het om de Librisprijs weg te kapen voor de neus van grote concurrenten als Tommy Wieringa en Ilja Leonard Pfeijffer?

"Fantastisch! Het is geweldig om met zo'n sterke shortlist als winnaar uit de bus te komen. Ik zie het als bekroning van het harde werken. Ik heb vier jaar en drie maanden aan dit boek gewerkt. De eerste versie telde 1200 pagina's. Ik heb het boek geschreven vanuit een soort koorts, in een flow, als een stream of consciousness met allerlei zijpaden. Achteraf moest ik hard schaven om de kern bloot te leggen."

Uw boek gaat voor een groot deel over de Bijlmer. Waarom moest u daar zoveel over kwijt?

"Ik wilde de wijk van binnenuit beschrijven, de echte Bijlmer laten zien, in al z'n rauwheid. Tegelijk wilde ik ook het onbekende verhaal erachter vertellen. Want iedereen denkt dat het altijd een getto is geweest. Nee dus. Ooit was het de modernste wijk ter wereld, de duurste van Nederland, met huren die drie keer zo hoog waren als in de rest van Amsterdam. Er woonden advocaten en kunstenaars. Er waren wachtlijsten. Het was voor de happy few. Totdat het misging. Ik heb de wijk zien verloederen, met junks en vechtpartijen op straat. Die geschiedenis beschrijf ik heel filmisch. Je ziet de Bijlmer fysiek ten onder gaan.

"Voor mij als kind was het ook een mooie wereld met veel groen, spelende kinderen, voetbalveldjes en kastanje- en kersenbomen om in te klimmen. We konden overal fietsen, want er waren geen auto's in de wijk. Maar we wisten ook: als het donker wordt, moet je maken dat je wegkomt. Dan wordt het unheimisch."

Mijn jeugd was een over­le­vings­strijd: in de wijk, op school en in het gezin

Hoe bent u vanuit die wereld aan het lezen geraakt?

"In mijn jeugd waren er veel bibliotheken in de Bijlmer. Daar raakte ik gegrepen. En op de markt kocht ik vergeelde Marvel Comics. Die striphelden brachten me helemaal in de ban van het lezen. Ik was toen een jaar of zeven, acht. Mijn vader was een belezen man. Hij las Dostojevski, Tsjechov, Tolstoj, Marx en Lenin. Boeken stonden bij ons thuis in hoog aanzien. Maar mijn vader zei in mijn kinderjaren nooit 'lees dit eens'. Hij had sowieso geen oog voor mij. Op school heeft hij er wel voor gestreden dat ik naar het vwo mocht. En toen ik daarop zat, heeft mijn moeder me steeds aangespoord om mijn diploma te halen. Ik was diep ongelukkig op die school. Ik ben voor mijn moeder doorgegaan, omdat zij zich voor mij opofferde. Als ik was mislukt, zou ik me heel schuldig hebben gevoeld."

De hoofdpersoon in uw boek heeft een agressieve vader en wordt op school gepest, net als u vroeger. Hoe heeft u die pijn zo invoelbaar kunnen weergeven?

"Ik kén die pijn en ik wilde dicht op de huid schrijven. Mijn jeugd was een overlevingsstrijd: in de wijk, op school en in het gezin. Als je dat wilt beschrijven, moet je niet weglopen voor harde scènes. Het pesten, de afwijzing, de tirannie, je moet alles laten zien. De echte onveiligheid zat in het gezin. Een vader die zijn vrouw en kinderen afwijst... Op de middelbare school noemden mijn klasgenoten me schoonmaker. Ik had als enige een vader met een uitkering, ik was de enige zonder merkkleding, de enige uit de Bijlmer. Ik schaamde me dood.

"Voor het boek heb ik diep moeten graven in de pijn. Dat leverde veel materiaal op. Mijn vriendin is psycholoog. We hebben elkaar via online dating ontmoet en dat was gelijk raak. Met haar kan ik goed praten, over onze jeugd, over hoe ik in het leven sta. Niet therapeutisch, hoor. Het gaat over de menselijke psyche, botsingen van karakters. Dat interesseert ons allebei."

Mijn opa was ver­ha­len­ver­tel­ler, van heinde en verre kwamen ze om hem te horen

Wat vonden uw ouders van het vuistdikke boek?

"Mijn vader heeft het helaas nooit kunnen lezen. Hij overleed drie weken nadat de oerversie af was. Hij zou vast eerst boos zijn geworden, en daarna alsnog trots, denk ik. Zeker na de prijs. Mijn moeder was er al wel in begonnen, maar ze wachtte liever op het luisterboek. Dat is net verschenen, ingesproken door de Amsterdamse oud-burgemeester Job Cohen."

Hoe bent u met schrijven begonnen?

"Dat gebeurde tijdens mijn studie rechten. Ik was een van de eersten met e-mail en schreef korte verhalen aan vrienden. Ik had ook penvriendinnen. Bij een studentenblad kreeg ik voor het eerst te horen: 'Jij hebt een gouden pen.' Later had ik met mijn mails ook succes bij jonge dames. Toen ik een cursus creatief schrijven volgde, zei de docent: 'Jij komt er wel.' Dat was precies het zinnetje dat ik nodig had."

U wordt een rasverteller genoemd. Waar komt dat talent vandaan?

"Mijn opa was verhalenverteller in zijn dorp in Oost-Turkije. Mensen kwamen van heinde en verre om hem te horen. Mijn vader kon ook mooi vertellen. Van die kant komt het, denk ik. Als schrijver wil ik de lezers raken. Ik wil hen vanaf de eerste regels de Bijlmer intrekken, die flat in, met z'n smerige trappenhuizen, junks en potloodventers. Die rauwe wereld moet oprijzen uit het papier. Maar ik schrijf niet alleen over ellende. Er valt ook veel te lachen. Het is als het leven zelf, nu eens hard en kil, dan weer kleurrijk en warm. Die afwisseling maakt het aantrekkelijk. Lezers vertellen mij dat ze echt om de personages gaan geven. Sommigen willen de hoofdpersoon omarmen en knuffelen. Ik kan nog niet zeggen of hij terugkeert in mijn volgende roman. Maar het verhaal speelt in San Francisco, waar ik een half jaar heb gestudeerd. Dat is weer een heel ander milieu dan de Bijlmer of het Oost-Turkije uit mijn eerste boek 'Verloren grond'."

Ik ben niet iemand van twee boekjes, klaar. Ik werk aan een oeuvre

Bent u een voorbeeld voor jongeren met een vergelijkbare achtergrond?

"Na de prijs heb ik honderden berichtjes gekregen. Een vriend appte: 'Je hebt heel wat jonge mensen hoop en inspiratie geboden!' Dat vond ik bijzonder. Op middelbare scholen waar ik optreed, merk ik ook dat leerlingen met een vergelijkbare achtergrond, nog meer dan anderen, geraakt worden door het boek. Ze herkennen zich er sterker in. Sommigen putten er troost uit. Daar is het me nooit om te doen geweest, maar het vervult me met trots. Ook uit de Bijlmer kreeg ik veel trotse appjes, zoals: 'Wij hebben ook een beetje gewonnen'."

Is uw drive om te schrijven nog net zo sterk als vóór deze erkenning?

"Het voelt ergens gek om zo'n grote prijs al na je tweede roman te krijgen. Maar ik wil heel graag laten zien wat ik nog meer in me heb. Voor mijn gevoel begint het net. Ik wil me blijven onderscheiden door verhalen te vertellen die niet eerder zijn verteld. Ik ben niet iemand van twee boekjes, klaar. Ik werk aan een oeuvre. Mijn drive is misschien wel groter dan ooit, juist omdat het werk nu wordt gezien en gewaardeerd."

Lees ook: Murat Isik wint de Librisprijs 2018

Met zijn roman ‘Wees onzichtbaar’, een ‘epos over de Bijlmer’, wint Isik de Librisprijs.

Lees ook: Rotjeugd in de Bijlmer

De recensie die in Trouw verscheen over ‘Wees onzichtbaar’ waarmee Murat Isik de Libris Literatuur Prijs won. Het is een hele pil maar het leest als een trein dankzij de onpretentieuze maar soepele pen van rasverteller Isik.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Ik heb het boek geschreven vanuit een soort koorts, in een soort flow

Mijn jeugd was een over­le­vings­strijd: in de wijk, op school en in het gezin

Mijn opa was ver­ha­len­ver­tel­ler, van heinde en verre kwamen ze om hem te horen

Ik ben niet iemand van twee boekjes, klaar. Ik werk aan een oeuvre