Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Met geloof, aanbidding en toewijding heeft Esther Gerritsen weinig moeite

Cultuur

Jann Ruyters

© ANP Kippa
Recensie

In ‘De trooster’ schetst Esther Gerritsen de worsteling van een koster die in de Paasweek de zonde van een vriend op zich neemt. 

Wat zoeken mensen in een klooster? In de openingszinnen van haar ontroerende paasroman ‘De trooster’ schetst Esther Gerritsen het ‘ideaalbeeld’ kraakhelder. Aan het woord is Jacob, conciërge in het retraitecentrum. Hij repareert dingen. “Ik herinner me dat ik deurposten schuurde, dat ik spierpijn had, mijn vingers kapot waren, dat ik het hout blanker en gladder zag worden en ik zeker wist dat ik gelukkig was. Het werk onder je handen zien verbeteren. Het hout en ik, dat was genoeg. Ik was tevreden met mijn gebrekkige lichaam, dat brandt en slijt, en toch volstaat, dat doet wat het moet doen. Ik verlangde niets.”

Lees verder na de advertentie
In ‘De trooster’ spreekt Esther Gerritsen de taal van een gelovige, koster Jacob, eenvoudig in zijn geloof, gecompliceerd als mens

Het is duidelijk: dit wordt een andere kloosterroman dan bijvoorbeeld ‘Het hout’ van Jeroen Brouwers die je ook direct het monnikenleven in trok - ‘de pij irriteert de huid’ - maar een cynischer toon aansloeg. In ‘De trooster’ spreekt Esther Gerritsen de taal van een gelovige, koster Jacob, eenvoudig in zijn geloof, gecompliceerd als mens.

Bekeerling Jacob is met zijn mismaakte gezicht, dat voor de ene helft mooi is en voor de andere helft scheef (‘een prachtige afspiegeling van de willekeur van ons gelaat’), een buitenstaander. Ook in het klooster. Toen hij lang geleden eens voor de spiegel stond en bedacht dat hij meer van zichzelf hield dan dat anderen van hem hielden, sloeg het inzicht toe. “Toen realiseerde ik me dat het Gods liefde moest zijn die ik voelde, Gods liefde voor mij.” Een liefde die hij vooral voelde als hij alleen was. “Andere mensen leiden me af van dat geluk, leiden God af zou ik haast zeggen, staan voor zijn uitzicht, zodat ik zijn liefde niet meer voelen kan.”

Zo klinkt deze verteller als de spreekwoordelijke gelukzalige gelovige, maar dit is een ‘paasroman’, en Jacobs gelukzaligheid zal op de proef worden gesteld. Een nieuwe gast arriveert in het klooster. Deze Henry Loman, een staatssecretaris die iets op zijn kerfstok heeft, wordt als belangrijk man door de nieuwsgierige broeders gretig onthaald, maar wendt zich in zijn zoektocht naar loutering juist tot de stuurse Jacob. Deze stelt zich tegen wil en dank open voor de vreugde en intimiteit van de vriendschap, wordt door hem uit zijn schulp het leven ingetrokken, om dan wreed teleurgesteld te worden. Jacob stuit op eigen nalatigheid maar vooral op egocentrisme en opportunisme, ofwel de zondeval, van de ander. De gebeurtenissen herinneren hem (én de lezer) aan de onmacht van Jezus zelf, de mensenredder die ‘onbegrijpelijk’ de schuld van de mensen op zich nam en het niet redde.

Smerige gevoelens

Klinkt dit al te bijbels, in haar verwijzingen naar het lijdensverhaal blijft ‘De trooster’ ook vrij simpel, maar Gerritsen palmt je in met haar observaties, dat talent om het menselijk streven en tobben in het onderlinge contact oh-zo precies weer te geven. Al moet je voor deze ‘paasroman’ misschien wel een christelijke opvoeding genoten hebben. Alleen dan zal bijvoorbeeld Jacobs poging om met een kotelet het bloed van het lam aan Lomans deurpost te smeren om Gods toorn af te weren, niet alleen bizar zijn maar ook aandoenlijk en onthutsend.

Met geloof, aanbidding en toewijding heeft Gerritsen weinig moeite

In een taal waarin ernst, nuchterheid en ironie afwisselend de boventoon voeren, schetst Gerritsen de zwenkingen in Jacobs humeur. Hij spreekt ontnuchterend over zijn verbroken huwelijk (‘zonder vrouw in huis is het makkelijker masturberen’), maar benadert de manie als hij zijn liefde voor God en het goddelijke betuigt: “Hoe overweldigend het kan zijn, dat lucht, licht, gras, boom en mens tegelijkertijd bestaan, allemaal in mij.”

Met geloof, aanbidding en toewijding heeft Gerritsen weinig moeite. Alleen al een wandeling door de kloostergang beschrijft ze prachtig, zo dat de volgzaamheid van de kloosterling erin doorklinkt. “Voor ik mijn voet neerzet, rusten mijn ogen altijd kort op de tegel die ik zo zal raken, waardoor mijn stappen in een perfecte mal vallen, een melodie van telkens op de juiste plek aankomen. Dat alles op een zacht zoemende innerlijke melodie. Het is de melodie waarop ik loop en zo lijkt mijn gang nooit mijn eigen gang, meer een gehoorzaam volgen.”

Dat de schrijfster in haar zevende roman in een klooster, bij Jezus zelf, is aanbeland hoeft voor haar lezers ook geen verrassing te wezen. In Jacob herken je de mensenreddingsfantasieën van ‘superduif’ Bonnie en van Olivia uit ‘Broer’. Maar Jacobs worsteling ontroerde me meer. Ergens schetst de kwetsbare verteller hoe hij zijn zelfbeheersing bewaakt door ‘de lichamen om hem heen cel voor cel weer af te breken’ tot hij de gevoelens van weerzin, jaloezie en wantrouwen die de mensen bij hem oproepen van hen heeft losgeweekt, en het alleen nog zíjn jaloezie, zíjn weerzin, zíjn wantrouwen is. “Ik ben een kamer vol smerige gevoelens. Met liefde ruim ik die kamer op.”

De ascese volgens Gerritsen. Je ziet hier de auteur zelf aan het werk, zij het dat zij gevoelens niet zozeer opruimt als wel benoemt, zo helder soms dat het raakt aan een openbaring.

Esther Gerritsen
De trooster
De Geus; 224 blz. € 20,99
Oordeel: Simpel maar kraakhelder in observatie van mens en gevoelens


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

In ‘De trooster’ spreekt Esther Gerritsen de taal van een gelovige, koster Jacob, eenvoudig in zijn geloof, gecompliceerd als mens

Met geloof, aanbidding en toewijding heeft Gerritsen weinig moeite