Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mensbeelden van twee kunstenaars tegenover elkaar

Cultuur

Joke de Wolf

© Peter Tijhuis

Alberto Giacometti (1901-1966) en Lynn Chadwick (1914-2003) waren beeldhouwers en tijdgenoten. Ze waren geen vrienden, hadden een verschillende manier van werken, toch zijn hun beelden aan elkaar gewaagd. Een grote tentoonstelling in Zwolle zet de twee kunstenaars voor het eerst naast elkaar.

De hond lijkt oud en hongerig. Het achterlichaam is uitgemergeld, de rug doorgebogen. Zijn kop houdt-ie met moeite vooruit, hij volgt zijn neus op zoek naar iets lekkers. De kat, schuin achter de hond, vermoedt onraad: rug recht, oren gespitst. En inderdaad, onder aan de sokkels waar de twee door Albert Giacometti gemaakte bronzen huisdieren op staan, nadert een vreemd wezen. ‘Beest VII’ noemde Lynn Chadwick zijn creatie. Het heeft vier poten, een staart en herkenbare vormen, maar op de plek van het hoofd zit alleen maar een verlenging van de nek, die hij nieuwsgierig richting hond en kat richt. Geen oren, geen bek, geen ogen.

Lees verder na de advertentie

Levensvatbare lijven

Deze beelden, die Giacometti en Chadwick begin jaren vijftig maakten, vatten de overeenkomsten en verschillen tussen hun werk prachtig samen. Beiden concentreerden zich op levende wezens en hoe die op de kunstenaar overkwamen. Maar terwijl Giacometti het silhouet flinterdun en breekbaar maakte en de hoofden en de ogen ­essentieel vond, maakte Chadwick ­stevige, levensvatbare lijven, en liet het hoofd consequent weg. Toch is het Chadwick die de figuren laat bewegen en op elkaar laat reageren, Giacometti’s wezens dwingen afstand af.

Giacometti maakt het lichaam tot een ijle schim, Chadwick zet juist robuuste, soms bijna aandoenlijke wezens neer

Nooit stond hun werk zo dicht bij elkaar als nu in Zwolle, terwijl de kunstenaars toch tijdgenoten waren, soms op dezelfde tentoonstellingen exposeerden, elkaar ook minstens één keer hebben ontmoet. Museum De Fundatie heeft een primeur die goed uitpakt, de beelden vullen elkaar aan. Giacometti is de bekende grote naam, zijn ijle mensfiguren en woeste portrettekeningen zijn beroemd en makkelijk herkenbaar, de naam Chadwick zal weinig ­bezoekers iets zeggen. 

Lepelvrouw

Bijna alle zalen zijn voor ze leeggeruimd. De tentoonstelling begint met de eerste beelden van Giacometti, van midden jaren twintig. De van oorsprong Zwitserse kunstenaar woonde sinds 1922 in Parijs, kreeg les van beeldhouwer Bourdelle, en liet zich inspireren door Afrikaanse beelden. In Zwolle staat een indrukwekkende ‘lepelvrouw’, waarbij de romp de vorm heeft van een lepel. Toen Giacometti in de ­jaren dertig besloot dat hij naar menselijke modellen wilde werken omdat hij grip zocht op het lichaam, zette André Breton de beeldhouwer uit de surrealistengroep. Volgens hen moest inspiratie immers vanuit het onderbewuste ­komen, niet vanuit de waarneming.

Griekse zuilen

Giacometti had zijn vorm gevonden. Dunne, langgerekte figuren, zoals hij ze ervaart als ze tegenover hem staan. De mannen bewegen, lopen, de vrouwfiguren staan stil, als Griekse zuilen. Het was, zo vertelde de kunstenaar, omdat hij bij vrouwen altijd meer afstand voelde dan bij mannen – een afstand die hij trouwens probeerde te verkleinen door regelmatig prostituee­bezoek.

Bij Chadwick, zo begrijp je meteen, was er geen afstand. Waar Giacometti het lichaam tot een ijle schim maakt, zet Chadwick juist robuuste, gepantserde, soms bijna aandoenlijke wezens neer. Niet altijd menselijk, wel hebben ze steeds poten of benen, een gevuld, massief lijf, en daarboven dus iets dat doet denken aan een hoofd maar het nooit is.

Anders dan Giacometti, die uit een kunstenaarsfamilie kwam en al jong schilderde en studeerde bij beeldhouwer Bourdelle, kwam Chadwick uit de bouwwereld. Hij werkte als technisch tekenaar, wilde architect worden, hij specialiseerde zich in het bouwen van stands bij beurzen. Om die presentaties wat dynamischer te maken, kwamen er steeds vaker mobiles bij, in 1949 presenteert hij die voor het eerst als kunstwerk in een galerie. Tot eind jaren zestig blijf je de aan elkaar gelaste metalen frames, die Chadwick gebruikte als basis voor zijn figuren, terugzien in de in brons gegoten beelden. Tot het eind van zijn leven maakt hij beelden, op het laatst balancerend tegen de kitsch.

Eenvoudige materialen

Het mooie is dat zodra Chadwick zijn entree maakt in de kunstwereld en in de tentoonstelling, je door de verschillen in aanpak details van het werk van de afzonderlijke kunstenaars beter gaat zien dan wanneer je alléén een van beiden zou bekijken. Zo werken ze beiden met eenvoudige materialen, vullen ze het metalen frame op met gips of cement. Naarmate ze meer erkenning krijgen, kunnen ze hun beelden vaker in brons gieten, toch blijft bij beiden het handwerk zichtbaar.

Jammer is dat, vanwege de nadruk op de vergelijking tussen de twee kunstenaars, de biografieën en historische context op de achtergrond blijven. Terwijl de beelden wél aanleiding geven tot vragen, bijvoorbeeld over hun politieke engagement – de titel van de tentoonstelling verwijst naar de sluimerende angst voor een derde wereldoorlog – en over hun persoonlijke situatie.

Levenslust

Bij de Biënnale in Venetië in 1956 kwam de enige echte confrontatie. Giacometti maakte voor het Franse paviljoen negen vrouwenbeelden, elk van iets meer dan een meter hoog. Daartegenover staan in Zwolle de drie wezens die Chadwick neerzette in het paviljoen van Groot Britannië. Giacometti’s vrouwen vormen een muur, afstandelijk en fragiel tegelijk. Chadwicks ­wezens steken hun armen uit, dansen, leven. De prijs voor beeldhouwkunst ging tot ieders verrassing naar Chadwick in plaats van naar Giacometti. De jury verkoos de levenslust en dialoog boven de afstand, beiden waren, midden in de Koude Oorlog, bang voor de toekomst. De spanning is na al die jaren opnieuw om te snijden.

‘Facing Fear: Giacometti en Chadwick.’ Tot 6 januari 2019 in Museum de Fundatie in Zwolle.

Deel dit artikel

Giacometti maakt het lichaam tot een ijle schim, Chadwick zet juist robuuste, soms bijna aandoenlijke wezens neer