Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Menno Wigman (1966-2018) wás poëzie, al kon hij er ook aangenaam over somberen

Cultuur

Janita Monna

Menno Wigman © ANP
Naschrift

De dichter overleed vandaag.

‘Je hart heeft moeten hoesten. Even, heel even viel de stroom uit in je bast.’ Donderdag is in zijn woonplaats Amsterdam de dichter Menno Wigman overleden. Onverwacht, al stond hij enkele jaren terug ook aan de rand van de dood, toen zijn hartkwaal hem op de intensive care deed belanden. Hij schreef er indringend over in ‘Slordig met geluk’: ‘Twee weken in mijn eigen graf gekeken, zo diep dat ik het haast begeven had.’

Lees verder na de advertentie

Het zal de laatste bundel blijven van de dichter die in 1997 zo veelbelovend met ‘’s Zomers stinken alle steden’ de Nederlandse poëzie binnenkwam. Meteen was duidelijk dat hier een dichter sprak die gevormd was door de poëzie uit de Romantiek en het fin de siècle. Baudelaire, Gérard de Nerval, Rainer Maria Rilke – dichters die hij ook vertaalde.

Wigman schreef sterk ritmische, zeer muzikale en vormvaste poëzie, die indruiste tegen de poëziemodes van toen.

Wigman schreef sterk ritmische, zeer muzikale en vormvaste poëzie, die indruiste tegen de poëziemodes van toen. Zijn gedichten over liefde, vergankelijkheid, met een hang naar de zelfkant, naar vuil, lelijkheid, decadentie, waren doordenkt van melancholie, klonken modern en klassiek tegelijk.

Hij leefde door en voor de poëzie, het was in elke regel voelbaar. Wigman wás poëzie, al kon hij er ook aangenaam over somberen: ‘ik verbeeld me niets// wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig/ lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.’ Zo opende hij zijn tweede bundel ‘Zwart als kaviaar’, die hem de Jan Campertprijs opleverde.

Wilde jaren

Na zijn derde bundel was het even stil, tot hij in 2012 terugkwam met ‘Mijn naam is Legioen’. De bundel werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. De jury sprak van ‘ontluisterende gedichten’. Zichzelf niet ontziend legde de dichter de eerste jaren van deze eeuw op de pijnbank: ‘Ik leefde snel en telde af, dat was toen mode./ Ik telde doden, steeds meer doden, en ik dacht/ aan drank, aan drugs, aan de millenniumnacht/ en rook.’

Wigman, die opgroeide in Santpoort, verhuisde na de middelbare school naar Amsterdam, de stad waarvan hij van 2012-2014 stadsdichter was. Hij was een graag geziene gast op literaire festivals, en kon ook aanstekelijk schrijven over die ‘ziekte die je met een handvol hopeloze idioten deelt’. In essays over zijn grote poëzieliefdes – gebundeld in ‘Red ons van de dichters’ (2010) – liet hij zien waarom het de moeite waard is om dode dichters levend te houden, om obscure dichters (weer) voor het voetlicht te brengen. Liet hij, kortom, zien waarom het de moeite waard is poëzie te lezen. Deze week werd bekend dat Wigmans laatste bundel genomineerd is voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs.

Aarde, wees niet streng

Aarde, hier komt een eerzaam lichaam aan

waarin een koninklijke zon is opgegaan.

Achter de ogen scheen een zomermaand,

het middenrif liep vol zacht avondlicht

en bij de hartstreek rees een tovermaan.

De handen voelden water, streelden dieren,

de voeten kusten stranden, kusten steen. Inzicht,

er sloop vreemd inzicht in het hoofd, de tong

werd scherp, er huisden vuisten in de vingers,

de hand bevocht brood, geld, liefde, licht.

Je kunt er heel wat boeken over lezen.

Je kunt er zelf een schrijven. Aarde, wees niet streng

voor deze man die honderd sleutels had,

nu zonder reiskompas een pad aftast

en hier zijn eerste nacht doorbrengt.

Menno Wigman
Uit: ‘Slordig met geluk’. 2016

Deel dit artikel

Wigman schreef sterk ritmische, zeer muzikale en vormvaste poëzie, die indruiste tegen de poëziemodes van toen.