Meer dan 1200 uur gaans van de Sneffels

cultuur

Arend Evenhuis

Review

In zijn romans reisde Jules Verne via de maan naar ongekende diepten der aarde. Zelf verliet hij zijn vaderland Frankrijk nimmer; hij trad zelfs niet buiten de lus Nantes-Parijs-Amiens. De schoonste reizen maak je nu eenmaal in je dromen, 'voorbij het mogelijke, voorbij het bekende'. Met vijf tentoonstellingen eert het Bretonse Nantes zijn zoon Jules Verne.

Op dinsdagnamiddag 14 maart 1999 beende gemeentesecretaris Arsène Certain naar café Le Perroquet aan Place du Bouffay, nog in de middeleeuwse wijk van de voormalige Bretonse hoofdstad Nantes. ,,Goed'', repeteerde hij bij zichzelf, ,,ik zal mijn enthousiasme temperen, maar daardoor niet minder voortvarend te werk gaan.'' In 'Le Perroquet' wachtten de directeuren van vijf gemeentelijke musea, die hij eens duchtig om de oren ging slaan en hun onderling gekissebis met het sleutelbegrip 'samenwerking!' zou hij beslechten. En passant zou hij zijn stad de nodige trots herbezorgen. Stel je voor: Nantes' grote zoon Jules Verne gedurende zes maanden herdacht en verbeeld in vijf musea. Zie het eens voor je!

De klok van de Sainte-Croix had juist zeven maal geslagen toen de gemeentesecretaris 'Le Perroquet' waardig maar borrelend van overwinningslust verliet. Het was hem gelukt: hij had de vijf museumdirecteuren op de knieën gekregen. Er was lang gekibbeld over wie wat, en waarom eigenlijk, zou gaan doen, en nog veel langer was gekniesoord over de vraag wat nou precies de aanleiding voor de vijfvoudige tentoonstelling was. Verne was honderd jaar geleden geboren noch gestorven, er waren geen onbekende manuscripten opgedoken en van een recent uitgegeven biografie die 'de eerste science-fictionschrijver' alsnog in een verbluffend of anderszins liederlijk daglicht stelde, was ook al geen sprake.

Met de vlakke hand op tafel dreunend had gemeentesecretaris Certain ('Muggeziftende spijkers op laag water!', 'Genoeg!', 'Tonnerre de tonnerre de Brest!') het aanhoudende gemekker afgehamerd. ,,Behalve het Verdict -zoals u allen weet van 1598- moeten wij blijven inzien dat de geboorte van Jules Verne tot de glorieuze wapenfeiten van Nantes behoort. Hij was Nantois, en hij blijft Nantois. Dat alleen al is afdoende 'aanleiding'. En als jullie er dan per se toch nog een rond getal bij willen hebben, wijs ik op de komende eeuwwisseling. Ziedaar zowel naam, vlag als thema van de tentoonstelling: Jules Verne -Les Mondes Inventés- Verzonnen Werelden in het eeuwenlang als imaginair beschouwde jaar 2000! Verleden en destijdse toekomstverbeelding in een hedendaagse echo samengebald. Maar dat hoef ik ú, in uw functie, toch niet toe te lichten?''

Pas nadat de gemeentesecretaris, met gespeelde tegenzin, toezegde dat alle museumdirecties, hoewel samenwerkend desondanks een strikt onafhankelijk Verne-beleid zouden voeren en dat bovendien met een particuliere tentoonstellingsondertitel mochten onderstrepen, gingen de musea van Nantes overstag. Zomer en najaar van 2000 zouden van Jules Verne, en bovenal van museaal Nantes zijn. Hier met die ciderkan!

Het Museum voor Schone Kunsten liet het letterlijke Jules Verne-thema meteen al varen en koos onder de vlag 'Vision Machine' voor een tentoonstelling waarin gemanipuleerde röntgenfoto's, op celdeling en atoomsplitsing geïnspireerde videobeelden, plastieken en maquettes, onderwatersteden en antroposofische ruimtedorpen, de toon zetten. Voor verbeelde technologie, kortom.

Maar ook vermeende geestverwanten van Verne als Paul Klee, Jackson Pollock, Max Ernst, Sigmar Polke, Hans Hollein, de Nederlanders Constant, Joep van Lieshout en de Oostenrijkse architecten Coop Himmelb(l)au, stolden hun fantasie op doek, in sculptuur, architectuur of fotografie.

Het Rotterdamse architectenbureau Nox ontwierp een met wit gaas omspannen geraamte, waarin je je in een potvis of in een reusachtig oor waant. De golvende bodem doet een beroep op je zeemansbenen en ook de nekspieren en ogen worden op de proef gesteld aangezien de schilderijen behalve schots en scheef ook aan het plafond van de potvisbuik hangen. Je weet niet wat je ziet, luidt het dan.

In een zaal zo groot als een hangar hangen de bouwtekeningen van de houten potvis nog. Toen die tientallen meters papierrollen bij het Museum voor Schone Kunsten binnenkwamen, voelden de museale bouwvakkers hun schoenen met lood volgegoten: ze waren toch geen zoölogen die een gestrande walvis moesten prepareren?

In het kasteel waar de Bretonse Hertogen het Verdict van Nantes tekenden is een schip letterlijk gestrand, met gedrapeerde trossen in het kasteelzand verankerd. Een houten boot-zonder-water diagonaal tegen de buitenmuur geplakt als 'Vliegende Hollander' of anderszins als schip dat gereedligt ruimte & tijd te bevaren. De ontwerper van 'Voyages Extraordinaires' bedacht een vernuftige tentoonstellingsroute, die knapper en boeiender is dan de uitvoering zelf. Verschillende Verne-reizen kronkelen zich door dezelfde kasteelruimte, terwijl je toch niet op de bezoekers van achterliggende of nog te voltooien reizen botst. Maar oei-oei; wat een hoog decorbouwgehalte uit een televisieserie als 'Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?' De welkomstwoorden van Vernes tijdgenoot Charles Baudelaire klonken zo hoopvol ('Voyager dans les rêves, au-delà des possibles, au-delà du connu'. / Reizen door dromen, voorbij het mogelijke, voorbij het bekende.) naast de authentieke landkaart uit 1888 plus globe van de planeet Mars (in bruikleen van de Parijse Société Astronomique), waarop in 1903 al waterrijke stromen werden aangegeven.

Maar betreed je het IJslandse gebergte 'Le Sneffels', waarin Verne professor Lidenbrock en zijn neefje Axel hun reis 'Naar het middelpunt van de aarde' laat beginnen, dan knerpen je voeten langs bordkartonnen stalagmieten die een Brabantse carnavalvereniging nog niet op een praalwagen zou durven te zetten. Teneinde de verbeelding nog wat extra kracht bij te zetten weerklinkt uit luidsprekers watergedruppel, golfgeklots en door houten katrollen vierend scheepstouw.

De tentoonstelling begint op de bovenste verdieping, dus daalt de bezoeker getrouw naar de romantitel af, langs enorme slakkenfossielen, silhouetten van mythische of toch oerdieren, plakken glinsterend graniet ofwel araucarioxylon, en het gigantische doek 'De eruptie van de Vesuvius op 24 augustus van het jaar 79' in 1813 verbeeld door de schilder Pierre-Henri de Valenciennes. Professor Lidenbrock en Axel kwamen na hun ondergrondse wereldreis immers in zuidelijk Italië weer bovengronds.

O, wat een reis! Wat een vreemde reis! De ene vulkaan waren wij in, een andere uitgekomen, en die andere lag meer dan twaalfhonderd uur gaans van de Sneffels, van dat barre IJsland, dat op de grenzen der aarde ligt! De toevalligheden op deze tocht hadden ons naar de liefelijkste streken der aarde gevoerd!

Dieper en duizelingwekkender nog moet de bezoeker 'Twintig duizend mijlen onderzee' dalen; langs kartonnen klinknagelkabinetten met zeekaarten, zestiende-eeuwse duikershelmen, door het gestoffeerde zoetwater interieur van kapitein Nemo's schip de 'Nautilus', waarin net de pijpen van zijn orgel passen, en langs de replica van de metersbrede maanvis Mola Mola. Over dezelfde kasteeltrappen omhoog nu, om 'Van de aarde naar de maan' te komen, en op een motor van de Ariane-4-raket plus een aards Marswagentje of op Paris Match-omslagen over de eerste maanlanding te stuiten.

Het halve uurtje wandelen van het Kasteel der Hertogen naar het Musée d'Histoire Naturelle is broodnodig om oogopslag en gemoed weer enigszins op orde te krijgen. Niet voor lang weliswaar, want de van edelstenen glinsterende winkeletalages van Nantes vloeien in onverstoorbare bijoux flonkering over in de museale vitrines.

Zo groot en volgepropt het Musée d'Histoire Naturelle is met fel schitterende brokken sulfaat, fosfaat, carbonaat, phyllosilicaat en tectosilicaat, met opgezette en levende reptielen en Maorihoofden-op-sterk-water, zo verfrissend kortstondig zijn de twee diepzeeblauw getinte zalen van het Verne-onderdeel 'Classifiction'. Aan een viskarkas van plexiglas, ontegenzeggelijk fraai belicht, hangen oerroggen, slangen, reuzenzeesterren en -kijk aan, daar is ie weer- de monstrueuze Mola Mola. Dat die maanvis ook hier floreert ligt voor de hand: het Musée d'Histoire Naturelle leende het maanviszusje aan het kasteel uit, en niet andersom.

Het monumentale dieptepunt van Nantes' Jules Verne-vijfluik vormt 'Le roman de la science' in de als buurthuis vermomde Médiathèque. Maar het past niet nu te schamperen, want de Médiathèque is het krapst behuisd en kreeg (daardoor?) het minste geld. Exemplaren of slechts omslagen van stripverhalen verwoorden hier de platte en negatieve betekenis waartoe het grootse romanbegrip 'sciencefiction' gereduceerd raakte. Alleen de titels van die zielloze beeldverhalen al: Die Spinne, Robocop, Flash Gordon, Atomas, Météor, Galaxie, Air Wonder Stories, Across the Zodiac.

In letterlijke zin is Jules Verne (1828- 1905) inderdaad een sciencefictionschrijver. Maar zijn personages zijn geen bovenmenselijke geweldenaars die er louter op los slaan, wurgen, moorden en anderszins verwoesten. Het zijn mensen van vlees en bloed, die de gevaren op hun reizen steevast met logica en vooral vindingrijkheid te lijf gaan. Nog afgezien van het feit dat veel van zijn verzonnen uitvindingen ook aantoonbaar praktisch bleken (maanlanding, onderzeeërs, duikersconstructies), maakte Verne zijn fantastische vertellingen waarschijnlijk, zo niet aannemelijk. Dat valt van hedendaagse sciencefiction niet te zeggen.

Verne las zich eerst suf aan wetenschappelijke boeken en publicaties voordat hij zijn fantasie romantiseerde. Naast de Sneffelsbergen beschreef hij uitermate nauwgezet hoe de hoofdstraat van Reykjavik er aan het eind van de negentiende eeuw uitzag, hoe de IJslanders woonden, wat ze aten, hoe ze spraken en hoe zij zich kleedden. Terwijl Verne nimmer zijn vaderland Frankrijk verliet, zelfs nooit buiten de menhirvormige lus Nantes-Parijs-Amiens kwam.

Aangezien sciencefiction die negatieve connotatie opliep, valt Verne liever in de geest van de klassieke sprookjesschrijvers te rangschikken. Maar hoewel even fabuleus dan toch nauwgezetter, want waar de sprookjesschrijvers met 'Er was eens....' consequent onbepaald in tijd en plaats beginnen, weet je bij Verne in zijn eerste romanregels al precies waar je wezen moet. Zoals de openingszin van 'Een kapitein van vijftien jaar' (Deel I: De walvisjagers): ,,De 2de Februari 1873 bevond de schoenerbrik Pelgrim zich op 43°57' Z.B. en 165°19' W.L. van de meridiaan van Greenwich.''

Verne hield niet van zijn geboorteplaats, ook niet van zijn vader die hem onder druk zette rechten te gaan studeren, om zo in diens advocatenkantoor te kunnen werken. Zelfs met kennelijke tegenzin trad hij in het huwelijk; op de bruiloft droeg hij zwarte handschoenen als teken van onvrijwilligheid. Maar hij was tenminste weg uit Nantes, en leefde zijn verdere leven teruggetrokken in Amiens, waar hij ook stierf. Zijn dagindeling was strak: lezen, studeren, lezen, schrijven en tussendoor enthousiaste brieven van zijn lezers vriendelijk maar afhoudend beantwoordend. Hij had een bootje of schip, waarmee hij via de Somme misschien even naar de Atlantische branding voer. Verder hoefde wereldreiziger Verne ook niet. Zijn reizen zaten in zijn hoofd; die hij dagelijks in zijn werkkamer bijstuurde en sublimeerde.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie