Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Marmer, staal, ritme

Cultuur

Nels Fahner

’Transmission’, zo heet de tentoonstelling van Willem Harbers en Paul Smulders. Over marmer, woordcombinaties en schilderijen zonder titel.

De bergtoppen rondom Carrara lijken besneeuwd. Maar niets is minder waar: rond het Toscaanse stadje wordt marmer afgegraven. Al eeuwen. Michelangelo haalde er de grondstof voor zijn scheppingen. En nog steeds reizen beeldhouwers af en aan. Sinds zijn opleiding in Italië is de Amsterdamse kunstenaar Willem Harbers (1967) elk jaar in Carrara te vinden. Zijn belevenissen vertelt hij aan amateurbeeldhouwers, kunstliefhebbers en andere belangstellenden in lezingen onder de titel: ’De weg van het marmer’.

Harbers wijst op een foto van een verhoging in het kale landschap. Er staat een eenzaam huis op. De sokkel waar het op staat, is zeker vijftien meter hoog. „Eerst worden de bomen gekapt, dan wordt er een laag aarde afgegraven. Daarna is het marmer aan de beurt.” De stukken steen worden als legostenen uitgehakt. Soms maakt men gebruik van buskruit en dynamiet. Harbers: „Als je boven staat, hoor je het steengruis voortdurend schuiven”. Het gebeurt wel eens dat een helling instort; ook de ontbossing is niet ongevaarlijk. „Vorig jaar zag ik op het nieuws een modderrivier voorbijkomen, een paar auto’s lagen op een hoop bij de supermarkt. Ik schrok, want in het huisje op de achtergrond werk ik altijd. Ik was er een week eerder nog geweest”.

Hoog in de bergen wordt het marmer met kleine vrachtwagens, zigzaggend over de steile hellingen, vervoerd. Harbers: „Vroeger spande men er achttien ossen voor”. Een brok steen kon door een paar mannen met een touw van zijn plaats gesleept worden. Het waren zware klussen, want een kuub marmer weegt zo’n drieduizend kilo. Het geaderde steen wordt tegenwoordig in stukken gezaagd met een diamantzaag.

In de bergen heeft het marmer nog niet de glans die het krijgt als het gepolijst is. „Het ziet er doods uit als je erin werkt”, zegt Harbers. Wat het uiteindelijke effect van kleur, licht en vorm zal zijn, is een kwestie van voortdurend inschatten. Harbers pakt een spuitbus en loopt naar een brok marmer in zijn atelier. Het water heeft een vergelijkbaar effect als het polijsten: de tekening wordt zichtbaar en iets van de uiteindelijke kleur komt tevoorschijn. „Aan het eind komt er pas uit wat erin zit”.

Vandaag en morgen exposeert Willem Harbers in Amsterdam samen met de schilder Paul Smulders (1962) onder de titel ’Transmission’. De beelden van Harbers zijn een contrastrijke combinatie van marmer en staal. Sommige zien eruit als een apparaat, een gebruiksartikel, vaak met een wonderlijke naam als ’Introscoop’, of ’Giroclaaf’. Een bezoeker van een expositie in Eindhoven wilde weten wat dat nu betekende, een giroclaaf. Hij zocht op internet, maar google bracht hem niet verder. Harbers: „Hij kwam alleen op mijn site terecht.” Toch laten de titels wel iets los. „giro betekent iets als rondgang, circulatie; ’claaf’ doet denken aan autoclaaf, en dat heeft dan weer met druk en pressie te maken”.

De tentoonstelling ’Transmission’ is eigenlijk een tocht door Harbers’ werk. „Een paar jaar geleden werkte ik veel met hoeken van negentig graden.” Onlangs was het tijd om die rust los te laten. In het beeld ’Introscoop’ verwerkte Harbers bijvoorbeeld een diagonaal. „Er is meer dynamiek, meer emotie ingekomen.” Het beeld ’Ahab’, marmer en staal, is met zijn ronde vormen en gemengd witte kleur een mooi voorbeeld van de recente ontwikkelingen. De titel refereert aan een verhaal uit de wereldliteratuur: de roman Moby Dick waarin kapitein Ahab jaagt op een witte walvis. De staart van het zoogdier heeft bij Harbers’ beeld wel iets van een propeller. Harbers: „De afgeplatte vorm zou je ook nog in verband kunnen brengen met een moderne atoomonderzeeër.” De staart is onmogelijk te draaien; toch is er de suggestie van beweging. Paul Smulders, die met Harbers exposeert: „Een beeld is een gefixeerd moment met een verborgen energie.”

Gebruikt Harbers allerlei woordcombinaties, Smulders geeft zijn schilderijen geen titels. „Ik wil zo veel mogelijk ruimte voor interpretatie houden.” In zijn werk zoekt hij de spanning op tussen bestaand beeld en schilderkunst. Voor één van zijn schilderijen (nummer C2009 B02, 200x180 cm) maakte hij bijvoorbeeld gebruik van een foto die hij op een rommelmarkt in Litouwen vond: een man, een vrouw en een kind met op de voorgrond uitwaaierende stoepstenen. „Ik zoek vooral naar fotografische elementen die een ritme in zich dragen”. Het beeld wordt over een onderschildering gedrukt; daar komen weer één of meerdere verflagen overheen. Smulders gebruikt naast acryl graag reguliere verfsoorten: „Ik ben geregeld in de Gamma te vinden.” Zijn experimenten zorgen ervoor dat de stoffen soms tegen wil en dank een verbinding met elkaar aangaan. Smulders gaat met zijn hand voorzichtig langs een doek: „De mix van vloerlak en beits zorgt bijvoorbeeld voor deze honingbruine kleur”.

Over het ruimtelijke beeld van de lopende mensen staat in rood een groot gezicht geschilderd, dat de kijker aankijkt. Schuin in de linkerhoek is een ander hoofd te zien, donkerblauw, uit stippen opgebouwd, als een sterk uitvergrote krantenfoto. Dat raster komt op een verrassende manier tot stand. „Ik gebruik dit”, zegt Smulders, een bouwplaat van lego en duplo omhooghoudend. „Die stippen kun je dan weer met elkaar verbinden.” Over de kop heen staat met dikke lijnen, ten voeten uit, het silhouet van een man afgebeeld. Smulders: „Ik heb een injectiespuit gebruikt. Daar kun je prima mee tekenen.” Achter de man is een roos te zien: uitwijkende cirkels, als van verschillende golflengtes. Rechtsboven klimt een bloemmotief op, in zwart. Smulders zoekt spanning op: tussen het natuurlijke en het technische, tussen grafische beelden en schilderkunst, tussen verschillende verfsoorten. En dan nu de confrontatie met het werk van Harbers in de tentoonstelling van vandaag en morgen. Paul Smulders: „Op die collectieve aandacht moet ik me wel even voorbereiden. Het is een groot contrast met het intieme werk in het atelier”. Willem Harbers relativeert: „Kom op, elke kunstenaar hoopt toch op applaus?”. In Galerie Willy Schoots wordt het spannend, vandaag.

Lees verder na de advertentie
(Trouw)
¿Introscoop¿ (2009) van Willem Harbers. (FOTO KEES KUIL)

Deel dit artikel