Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Marjan Unger schonk honderden juwelen aan het Rijksmuseum: 'Sieraden symboliseren een oerkracht'

Cultuur

Henny de Lange

Marjan Unger © Maartje Geels
Interview

In 2010 schonk ze 500 sieraden uit haar verzameling aan het Rijksmuseum. Nu heeft kunsthistorica Marjan Unger (71) ook de rest van de collectie, 200 stuks, weggegeven. Ze was van plan dat 'ooit' te doen, maar de aanleiding dat dit eerder gebeurt is een verdrietige: ze is ongeneeslijk ziek.

Ze wilde eerst niet toegeven dat ze een verzamelaar is. En dan nog wel van sieraden. "Dat klinkt zo bezitterig." De aanstekelijke lach van Marjan Unger (71) klinkt door haar woonkeuken. Ja, lachen kan ze nog steeds. En ook nog genieten van het leven en de dingen die dat veraangenamen. Ze wijst naar de schaal met mooie chocolaatjes 'die we allemaal moeten proeven'. Genieten, zelfs nu ze terminaal ziek is.

Lees verder na de advertentie

Zo, het hoge woord is er meteen maar uit. Ze heeft vooraf zitten dubben of dat wel in de krant moet. Niet dat ze haar sombere prognose na uitgezaaide botkanker niet onder ogen wil zien. "Misschien heeft dat te maken met mijn favoriete onderwerp. Sieraden symboliseren een oerkracht. Alle menselijke lusten en lasten zijn in sieraden tot uiting gekomen."

Het is ook moeilijk om haar ziekte te verzwijgen, omdat die indirect de aanleiding is voor dit interview. Unger - kunsthistorica, jarenlang docent in het kunstonderwijs en schrijver van het in 2004 verschenen standaardwerk over het Nederlandse sieraad in de twintigste eeuw - schonk in 2010 al 500 sieraden uit haar belangwekkende collectie aan het Rijksmuseum. Nu heeft ze met haar echtgenoot Gerard Unger opnieuw tweehonderd 'juwelen' - 'zo heten ze nog altijd binnen het Rijks' - overgedragen. "Dat was ook de bedoeling, ooit. Nu is die schenking in een stroomversnelling gekomen."

Stoel verdiend

Haar hele leven is ze al dol op sieraden. Deze ochtend koos ze een ketting met een opvallende hanger: een bronzen stoel, gekocht in Brussel. "Het is een Afrikaans stoeltje, afkomstig uit Burkina Faso. Alleen de dorpsoudsten krijgen daar een stoel aangeboden, omdat ze op hun ervaring aangesproken kunnen worden, al laten hun benen hen in de steek. Ik vind dat ik nu ook wel zo'n stoel heb verdiend."

Het is leeg geworden in de kasten en kluisjes in huize Unger, nu al die sieraden weg zijn. Alleen de hele persoonlijke en dierbare accessoires heeft ze gehouden, en de etnografische. "Voor de rest zijn zowel mijn handbibliotheek als de sieraden met een museale waarde aan het museum geschonken. Daar zaten stukken bij uit de negentiende eeuw, een mooie collectie modesieraden en recente stukken. Sommige exemplaren heb ik het afgelopen jaar pas gekocht. Die had ik nog heel leuk kunnen dragen."

Het sieraad markeert mijlpalen in het leven. In Nederland bijvoorbeeld bij het huwelijk of de geboorte van een kind

Was het niet moeilijk om afstand te doen?

"Ik heb gemerkt dat ik dat heel goed kan, afstand doen van dingen. Over alle sieraden die ik heb verzameld, valt wel een verhaal te vertellen. De mooiste verhalen staan in de twee boeken die ik heb geschreven. Mijn tweede boek, 'Jewellery Matters', dat ik samen met conservator Suzanne van Leeuwen van het Rijksmuseum heb gemaakt, is net uitgekomen. De sieraden blijven bewaard in het Rijks, het mooiste huis van Nederland. Het is toch prachtig als je het zo kunt afronden? Ik heb alles kunnen doorgeven wat ik weet over sieraden, de materialen, waarom mensen ze dragen en wat ze zeggen over ons doen en laten. Het is nu allemaal netjes achtergelaten."

Waarom ging u sieraden verzamelen?

"Los van mijn liefde voor accessoires, kreeg ik er ook beroepshalve mee te maken als docent, eerst op mode-opleidingen. Later, na mijn studie kunstgeschiedenis ook op de Rietveld Academie en het Sandberg Instituut, waar ik les gaf aan studenten die werden opgeleid tot edelsmid en sieradenontwerper. Van jongs af aan heb ik mij afgevraagd waarom de dingen om mij heen er uitzagen zoals ze er uitzagen. Als kunsthistoricus heb ik mij altijd gericht op de dingen die mensen dichtbij zich houden. Hoe ze zich kleden, wat ze in huis halen, waar ze van eten en uit drinken. In de jaren tachtig werd ik vormgevingsdeskundige, toen een nieuw begrip. Ik heb ook veel over textiel, keramiek, productvormgeving en grafisch ontwerpen geschreven.

Sieraden hebben ons zoveel te vertellen. Alle menselijke eigenschappen kun je eraan aflezen, de mooie en de kwade

"Toen ik rond 1995 op zoek was naar een onderwerp om me helemaal in te kunnen verdiepen, bleek de geschiedenis van het sieraad in Nederland het slechtst onderzocht en beschreven. Er was ook geen museum in Nederland dat tussen 1900 en 1965 sieraden van Nederlandse ontwerpers had verzameld. Omdat er niets was uit die periode, ben ik vanaf 1995 zelf maar gaan verzamelen. Ook heb ik veel stukken gekocht van mijn eindexamenstudenten."

Haar collectie dijde uit tot vele honderden sieraden, gemaakt van allerlei materialen, van goud tot plastic en zelfs afvalmaterialen. Ze lagen niet alleen mooi te wezen in lades en kluisjes bij haar thuis. Ze heeft ze ook bijna allemaal gedragen.

Tekst loopt door onder afbeelding.

© Maartje Geels

Met die bijzondere accessoires viel u zeker wel op?

"Dat was ook de bedoeling. Ik ben een echte babyboomer, voor mijn generatie moest alles anders. Er was een tijd dat ik ook naar familiebijeenkomsten ging met gekke plastic kettingen om mijn nek, omdat ik mezelf wel interessant vond met mijn baan in de mode- en kunstwereld. Mijn moeder vroeg me dan: 'Kon Gerard niet iets goeds voor je kopen?' Daarmee bedoelde ze natuurlijk een sieraad van goud of een parelsnoer. Daar ben ik wel in veranderd hoor, ook omdat de menselijke drang om ergens bij te horen eigenlijk sterker is dan de wens om altijd maar op te vallen en een uitzondering te zijn. Ach, je wordt ouder en ik zie het ook als een rijpingsproces. Net zoals ik tot het inzicht kwam dat ik niet alleen hele bijzondere en extreme sieraden moest verzamelen, maar ook alledaagse."

In uw nieuwste boek Jewellery Matters gaat u uitgebreid in op de vraag : waarom dragen mensen sieraden en wat willen ze daarmee zeggen? Wat zijn zoal de motieven?

"Je kunt met sieraden zoveel uitstralen. Dat vind ik er ook zo interessant aan. Vaak worden ze gezien als luxe voorwerpen die niet echt nodig zijn voor het dagelijks bestaan.

"Maar het sieraad is zoveel meer. De geschiedenis ervan is meer dan 100.000 jaar oud, het wordt wereldwijd gedragen en kent een eindeloze variëteit aan verschijningsvormen en betekenissen.

"Het is een universeel cultuurfenomeen, omdat het iets vertelt over de mensen die het hebben gedragen en hun doen en laten. Het markeert mijlpalen in het leven, in Nederland bijvoorbeeld bij het huwelijk, de 18e of 21ste verjaardag of de geboorte van een kind.

"Met een sieraad kun je dierbare herinneringen koesteren aan mensen die overleden zijn, maar ook een machtspositie, een politieke of religieuze overtuiging uitstralen." 

Ze bladert in haar boek en wijst naar een broche met het nazi-teken. 

"Dat zegt toch wel iets over de persoon die dit gedragen heeft." Met als andere uiterste uit de Tweede Wereldoorlog een armband van zilveren dubbeltjes met de beeldenaar van koningin Wilhelmina, als blijk van stil verzet.

Wanneer besloot u uw collectie te schenken en waarom aan het Rijksmuseum?

"In 2008 zat ik in de tuin en vroeg ik me ineens af: wat moet ik met al die spullen? Het ligt hier maar. In een flits bedacht ik dat het naar het Rijksmuseum moest, omdat hun sieradencollectie ophield in 1900 en mijn verzameling daar naadloos op zou aansluiten. Er was niet veel dat ontbrak.

"Tot eind jaren zestig had ik allerlei ijkpunten uit de geschiedenis van het Nederlandse sieraad verzameld. Wat de verzameling met name interessant maakt voor het museum is dat ik veel vroege stukken heb gekocht van sieraadontwerpers die zich internationaal gemanifesteerd hebben.

"Ik heb Wim Pijbes gebeld (de toenmalige directeur, red.) en die was blij verrast. Ik gunde mijn collectie ook wel aan het Rijks, dat in die tijd alleen maar negatief in het nieuws kwam. Ze zaten toen midden in de verbouwing. In 2010 hebben Gerard en ik 500 sieraden overgedragen, naar aanleiding van mijn promotie aan de Universiteit van Leiden. Hij heeft mij altijd gesteund in mijn interesses, ook financieel.

Een van mijn basisprincipes is dat je als hardwerkende vrouw nooit je man hoeft te ontmoedigen om jou een sieraad te schenken. Het mooie is dat het sieraad sinds de heropening in 2013 binnen het Rijks echt een plek heeft verworven, ook dankzij conservator Suzanne van Leeuwen."

Na die grote schenking bent u gewoon doorgegaan met verzamelen. Was het ook een verslaving geworden?

"Doe ik het nu helemaal niet meer?, vroeg ik me af, toen die sieraden het huis verlieten. Ik vond het zo leuk. Ik wilde nog steeds verliefd kunnen worden op een sieraad. Maar ik nam me wel voor om niet al te hard meer te jagen en toch raakten de lades en kluisjes zo al weer aardig vol."

De drempel om toe te geven dat u sieraden verzamelt, is inmiddels wel weg.

"Al lang. Sieraden hebben ons zoveel te vertellen. Alle menselijke eigenschappen kun je eraan aflezen, de mooie en de kwade. Ja, sieraden doen ertoe."

Deze vier sieraden geven een indruk van de rijke en gevarieerde collectie die zich nu in het Rijksmuseum bevindt:

Aan dit varkentje van roze parels (Pearlsow, 8 x7.3 cm, 2003) van David Bielander heeft Unger een speciale herinnering. Ze droeg deze broche op 17 maart 2010 toen ze promoveerde op haar onderzoek naar het Nederlandse sieraad in de 20ste eeuw en een tekst over het sieraad als universeel cultuurfenomeen. Bij zo’n plechtige bijeenkomst horen juwelen, maar ze vond dit verleidelijke varkentje een mooi alternatief voor een parelketting. FOTO: Albertine Dijkema. © Jeanette Vos001
Christian Astuguevieille (1946) ontwerpt spectaculaire sieraden voor de grote modehuizen, zoals deze ketting van knalrood velours in de vorm van een kreeft (30 x 22 cm, 2000-10). Hij werkt vaak met ongebruikelijke materialen als textiel en rubber. Unger koos dit collier als een hommage aan conservator Suzanne van Leeuwen van het Rijksmuseum, met wie ze de afgelopen jaren intensief samenwerkte. Samen schreven ze het boek ‘Jewellery Matters’, tevens de catalogus vande collectie-Unger. FOTO: Albertine Dijkema. © Jeanette Vos001
Een van de weinige stukken die Unger echt mist is deze gouden ring (3.3 cm, 1971) van Chris Steenbergen. “Hij droeg zo lekker, is genereus en bezit een aangename monumentaliteit.” Unger heeft grote bewondering voor het vakmanschap van Steenbergen (1920-2007). De ring die ze op de foto bij dit artikel draagt is van de jonge Zweedse sieradenontwerper Göran Fink. “Met zijn vsmiley is het een zeer bevredigende vervanger van de ring van Chris Steenbergen.” FOTO: Carola van Wijk. © Jeanette Vos001
Van haar moeder mocht Unger geen plastic sieraden dragen. In plaats daarvan kreeg ze een zilveren slavenarmband en een parelketting. Toen ze ging studeren kocht ze van haar eigen geld op het Waterlooplein in Amsterdam deze plastic broche (6.5 x 5.8cm, 1950-1960) van een konijn op ski’s. Het was een ‘licht provocerende’ reactie op haar ‘keurig nette’ opvoeding, al heeft het konijn ook wel iets erotisch, vindt ze, als het op de borst van een vrouw is gespeld. FOTO: Albertine Dijkema. © Jeanette Vos001

Deel dit artikel

Het sieraad markeert mijlpalen in het leven. In Nederland bijvoorbeeld bij het huwelijk of de geboorte van een kind

Sieraden hebben ons zoveel te vertellen. Alle menselijke eigenschappen kun je eraan aflezen, de mooie en de kwade