Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Marita Mathijsen staat uit beschermingsdrang wel eens voor Jacob van Lennep

Cultuur

Jaap Goedegebuure

© RV
Recensie

Marita Mathijsen toont ware liefde voor de talentvolle schuinsmarcheerder Jacob van Lennep.

Marita Mathijsen
Een bezielde schavuit. Jacob van Lennep 1802-1868
Balans; 600 blz.
€ 39,95

Lees verder na de advertentie

Amsterdammers, schrijft Marita Mathijsen in haar biografie van Jacob van Lennep (1802-1868), hebben alle reden om haar held dankbaar te zijn. Waar men voor de was, de plas en de dorst eeuwenlang gebruik moest maken van de vieze grachten, was het Van Lennep die het idee lanceerde om tussen de Kennemerduinen en de hoofdstad een pijpleiding aan te leggen die water van de zuiverste soort binnen bereik bracht. Het streelde niet alleen de tong, maar bevorderde ook de gezondheid. Vanaf 1850 maakte de cholera vele duizenden Nederlandse slachtoffers. Vervuild drinkwater was de grote boosdoener.

Hoewel hier meer dan onbaatzuchtige naastenliefde speelde (Van Lennep had aandelen), was er ook sprake van een filantropisch project. Niet alleen Van Lennep, maar ook Amsterdamse weldoeners als Sarphati (die de vuilophaaldienst professionaliseerde en aan de wieg van dierentuin Artis stond) of Van Eeghen (die een van de grondleggers van het Vondelpark was) sloegen zo wel eens twee vliegen in een klap.

Gigantisch oeuvre

Toch houdt de Amsterdamse Jacob van Lennepkade vooral de herinnering vast aan de auteur van een gigantisch oeuvre. Dat omvat romans als ‘Ferdinand Huyck’ en ‘De roos van Dekama’, het schandaalboek ‘Klaasje Zevenster’ (over een meisje dat tegen wil en dank in de prostitutie belandt), een hele reeks toneelstukken, historische werken, gedichten, brochures, tekstedities, woordenboeken en nog veel meer. Daarbij verrast niet alleen de variëteit, maar ook de enorme productie. Van Lennep was immers geen full time broodschrijver, maar een notabele die de ganzenveer uit liefhebberij hanteerde.

In het professionele bestaan was hij rijksadvocaat voor de provincie Noord-Holland. Ook trad hij een hele zittingstermijn op als lid van de Tweede Kamer. Niet dat hij daar een groot succes van maakte. Hij was er te ongedurig en te veel een grappenmaker voor. Wanneer de Haagse vergaderzaal hem te saai werd, schreef hij een schalks versje of maakte een grappige tekening en gaf die als een stoute schooljongen door langs de bankjes van zijn collega’s. Zijn parlementaire pleidooien, vaak gericht tegen de verwaarlozing van historische gebouwen en monumenten, leken meer op een oudejaarsconference dan een serieuze bijdrage aan het maatschappelijk debat.

Streken en strapatsen

De titel van dit levensverhaal, ‘Een bezielde schavuit’, legt de nadruk op Van Lenneps streken en strapatsen. Op zijn 19de had hij al een dochter verwekt bij een hooggeboren dame die voor eeuwig anoniem is gebleven nu ze haar baby tegen betaling achterliet bij een Amsterdamse volksvrouw. Die bracht het ondergeschoven kind groot als haar eigen telg. Pas vele jaren later zou Van Lennep deze Betje erkennen. Tijdens zijn parlementaire jaren hield hij het met een Haagse bakkersvrouw die hij vier nakomelingen schonk. Twee daarvan bleven in leven en hebben via hun nazaten de herinnering aan hun beroemde voorvader doorgegeven.

Zijn affaire met een buurvrouw zou Van Lennep nog lang achtervolgen

Tijdens zijn huwelijk met de tien jaar oudere Henriëtte Röell (ze overleefde hem) verwekte Van Lennep een schandaal door weg te lopen met een buurvrouw. Alleen omdat zijn vader hem op tijd wist te achterhalen werd voorkomen dat het overspelige stel richting Londen afreisde. Zoonlief stapte gedwee en op kousenvoeten in de koets naar Amsterdam. Zijn laarzen had hij in de verwarring in het Rotterdamse logement laten staan. De affaire zou Van Lennep nog lang achtervolgen en zijn beklimming van de maatschappelijke ladder soms flink in de weg staan. Zo werd hij tot zijn eigen verbazing geen hoogleraar in de Nederlandse letterkunde.

Tegen al deze schuinsmarcheerderij steekt een religieuze bevlieging merkwaardig af. Als Leids student raakte Van Lennep in de ban van de christenfundamentalistische dichters Bilderdijk en Da Costa, voormannen van het calvinistisch Réveil dat zou uitmonden in de Anti-Revolutionaire Partij en de door Abraham Kuyper gestichte Gereformeerde Kerken. Ook in dit geval was het zijn doopsgezinde vader die de dweperij zoveel mogelijk tegenging en zijn zoon tot redelijkheid maande. Naderhand zou Van Lennep zeggen dat regelmatige kerkgang ook een schaduwkant had: van al die mooie vrouwengezichten kreeg een mens zondige gedachten. Je kon beter lid worden van een mannengemeenschap als de vrijmetselaars.

Belangrijkste roman

Van Lennep heeft niet alleen aan onze literatuurgeschiedenis bijgedragen met zijn eigen werk en de inspanningen die hij leverde om Vondel opnieuw onder de aandacht te brengen, hij stond ook aan de wieg van de belangrijkste roman van de Nederlandse letteren. Toen Eduard Douwes Dekker alias Multatuli verwoede pogingen deed om met zijn ‘Max Havelaar’ (1860) een debat over de misstanden in Nederlands-Indië te ontketenen, was het Van Lennep die zijn vrijmetselaarsbroeder aan een uitgever hielp. Wel zwakte hij het pamfletachtige karakter flink af door in te grijpen in Multatuli’s tekst. Hij stuurde aan op een boek dat voor gewone lezers te duur was. Men zou door de lectuur van de ‘Havelaar’ op verkeerde gedachten komen, vond de conservatieve mecenas, die zich ook meester maakte van het auteursrecht. Het is niet de mooiste bladzij in zijn cv.

Met al die complexiteit en veelzijdigheid is Jacob van Lennep een kolfje naar de hand van een biograaf die slag heeft van dramatiseren. Marita Mathijsen voldoet prima aan dat profiel. Ze is bij uitstek thuis in de 19de eeuw, waarover ze al boeiend vertelde in haar boek ‘De gemaskerde eeuw’. Voor dit boek doorzocht ze duizenden documenten in binnen- en buitenland, sprak met Van Lenneps afstammelingen en verluchtigde haar verhaal met onbekende illustraties. Haar fascinatie blijkt uit haar persoonlijke toon, al staat ze daarmee ook wel eens voor haar personage. Soms doet ze dit uit beschermingsdrang. Zo krijgt ze het niet over de lippen om akelige opmerkingen van Van Lennep over Joden als antisemitisme te duiden. Ze spreekt van xenofobie, wat gek is omdat deze Joden al generaties in Nederland woonden. Ware liefde is nu eenmaal vergevingsgezind, ook tegen beter weten in.

Oordeel: dramatiseren is een kolfje naar de hand van Mathijsen, al doet ze dat wel erg persoonlijk

Lees hier de andere boekrecensies van Trouw. 


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Zijn affaire met een buurvrouw zou Van Lennep nog lang achtervolgen

Oordeel: dramatiseren is een kolfje naar de hand van Mathijsen, al doet ze dat wel erg persoonlijk