Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Margareta de Heer schilderde liefdevol Fries Arcadië

Cultuur

Cees Straus

LEEUWARDEN - Ze schilderde met een goed gevoel voor details de prachtigste insecten, tulpen en vogels. Ook het leven rond de boerderij, waar bont getooide hoenders rondliepen, had haar warme belangstelling. En dat in een tijd waarin de meeste schilders uitsluitend van hun portretten konden bestaan. Margareta de Heer, aan wie een bijzondere solo-tentoonstelling in het Fries Museum in Leeuwarden is gewijd, nam een aparte plaats in de Friese kunstwereld in.

Margareta de Heer werd (omstreeks 1600) geboren in een kunstzinnige familie; vader was glasschilder en verschillende andere familieleden werkten met olieverf. Dat leidde voor de jonge Margareta niet automatisch tot de keus voor het schildersvak. Het kan aan de hand van werk zelfs niet worden bewezen of ze vóór haar veertigste heeft getekend of geschilderd. De oudste voorstellingen op de tentoonstelling, die de helft van het 90 nummers tellende oeuvre brengt, dateren uit 1644. Gegeven het feit dat de schilderes omstreeks 1665 moet zijn gestorven, zou ze haar oeuvre dus in relatief korte tijd tot stand hebben gebracht. Er zijn echter verwijzingen naar een vroegere ontwikkeling, al is er tot op heden nog geen jeugdwerk opgedoken. Onderzoek naar het werk van Margareta de Heer staat trouwens nog in de kinderschoenen. In België studeerde de onderzoekster Veerle Mans op het oeuvre af dat zij als eerste heeft geïnventariseerd. Samen met de publicisten Philippus Breuker en Peter Karstkarel heeft zij De Heers werk, met veel vragen omgeven, in de catalogus gedocumenteerd.

Je kunt zelfs stellen of deze door museumdirecteur Rudi Fuchs zo mooi ingerichte presentatie niet te vroeg komt. Te hopen valt dat door het bezoeken van de expositie zoveel mensen wakker worden gemaakt dat het oeuvre op afzienbare tijd fors uitgebreid kan worden en er ook meer feiten aan het daglicht treden. In ieder geval kan deze tentoonstelling in het verlengde worden gesitueerd van het historische overzicht van vrouwelijke kunstenaars die als 'Elck zijn waerom' in Antwerpen en Arnhem in 1999/2000 was te zien. De Heer was daar met vier gouaches vertegenwoordigd. Daar al viel in te schatten welke unieke positie zij in Friesland innam.

Margareta de Heer is nog altijd de enige vrouw die in de eerste helft van de 17de eeuw in Friesland actief was. Overigens had ze van haar mannelijke collega's weinig concurrentie te duchten, want die waren in haar tijd gering in getal. De meesten van hen bewandelden de veilige weg, ze bleven keurige portrettisten die zowel de adel als de gezeten burgerij (patriciaat) bedienden. Ook De Heer frequenteerde deze kringen, maar een portret van haar hand dat in opdracht is ontstaan, is tot nu toe niet gevonden. Er zijn wel taferelen die uit het boerenleven gegrepen zijn en juist voor het landschap moet er weinig belangstelling zijn geweest. Het schilderen van landschappen stond in de eerste helft van de 17de eeuw althans in Friesland laag aangeschreven. Waarom zou de bevolking die nog sterk rurale trekken had, een landschap boven een portret of een genre verkiezen als ze datzelfde landschap 'in levenden lijve' konden zien, eenvoudig door het openen van het venster? Die overweging moet ook De Heer hebben gemaakt. Ze beeldde zelden of niet een landschap met een zelfstandig karakter af. Het boerenleven daarentegen wel. Maar bij deze schilderes staat de natuur altijd in relatie tot de cultuur, de samenleving zelfs. Ze moet van het boerenleven, het fokken en kweken van bijzondere rassen hebben gehouden. Vele keren heeft ze 'portretten' van bijzondere tulpen gemaakt. Dat deed ze in de jaren vijftig van de 17de eeuw, dus zo'n 15 jaar na de rondrazende tulpomania. Fantastisch is te zien hoeveel uiteenlopende soorten tulpen er in haar tijd al waren: van de geel-oranje kleurige 'Plomp sonder argh' tot de wit-roze geaderde 'Orgeulieus' is deze serie een feest voor het oog. Maar ook nieuwsgierige kalkoenen, koninklijk stappende pauwen en eigenwijs snaterende eenden hadden De Heers belangstelling.

Het is niet te veel gezegd dat Margareta de Heer met haar voorstelling van het bucolische (dat wil zeggen geïdealiseerde) landleven het Friese Arcadië opriep. En dat al eerder dan de puur Hollandse schilder Aelbert Cuyp met zijn Hollands Arcadië. In haar stijl (die soms Vlaams aandoet -zie de boerderijen die doen denken aan Van Ostade en Dusart) loopt De Heer ook voor op die andere grote 'botanica' Maria Sybilla Merian. Beide vrouwen bezaten dezelfde liefde voor de natuur, die gaandeweg in compassie overging.

Deel dit artikel