Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Maestro Andris Nelsons studeert tot hij erbij neervalt

Cultuur

Frederike Berntsen

Andris Nelsons-Boston Symphony Orchestra © MarcoBorggreve
Interview

Andris Nelsons is leider van twee wereldberoemde orkesten. Met zijn Boston Symphony Orchestra komt hij naar Amsterdam. 'Ik ben een verlegen en teruggetrokken mens.'

Andris Nelsons drinkt thee. Geen koffie als pepmiddel voor een dirigent die heen en weer vliegt tussen twee continenten, maar zwarte thee. En met mate: uit de eenpersoonstheepot schenkt hij slechts één kopje, tijdens een zonnige morgen in Leipzig. Bij het Gewandhausorchester aldaar is Nelsons in februari als Kapellmeister aangetreden.

Lees verder na de advertentie

De avond ervoor dirigeerde hij de seizoensopening van het Leipziger orkest, met een bijzondere gast. "Groots, vind je niet? Ik ken geen enkele cellist zoals Yo-Yo Ma", zegt Nelsons (Riga, 1978). Ma soleerde in Sjostakovitsj' Eerste celloconcert: een bloedstollend spannende uitvoering, oorverdovend applaus achteraf.

Het orkest is het tweede orkest dat Nelsons onder zijn hoede heeft. Hij staat ook aan het roer van het Boston Symphony Orchestra, waarmee hij op 17 september het Concertgebouw aandoet - het eerste Amsterdamse optreden van het orkest in zeventien jaar.

Met zijn 39 jaar behoort de dirigent tot de laatste generatie die nog een staartje van het Sovjetregime heeft meegemaakt

Het lijkt niet zonder reden dat beide gezelschappen Nelsons aanspreken: de karaktereigenschappen bevallen de dirigent. Dirigeren in een cultureel centrum als New York, stressvol, tikje hard en agressief van sfeer - hij moet er niet aan denken. Boston is een Europees getinte stad aan de oostkust van de Verenigde Staten, en dat sijpelt door in de orkestcultuur. Nelsons roemt de lichtheid van timbre waarin zijn orkesten excelleren, allebei op hun eigen manier. "Die lichtheid is één, daar staat een heel diepe en rijke klank tegenover. In Boston komt er de kracht bij om een lijn intensief vast te houden. Het koper is daar ook scherper dan hier in Leipzig. Dat felle randje in de articulatie heb je nodig als je Sjostakovitsj goed wilt uitvoeren."

In het bloed

Met Boston neemt Nelsons al Sjostakovitsj' symfonieën op. Ook in Amsterdam klinkt Sjostakovitsj onder zijn leiding, de Vierde. De componist zit hem in het bloed. Hoe komt dat? Met een zware tongval die zijn roots verraadt: "Ik weet niet wat het is, maar ik voel me diep verbonden met Sjostakovitsj. Hij was een verlegen man, bescheiden, nerveus. Als je foto's bekijkt associeer je hem absoluut niet met het grote symfonische werk dat hij schreef. Hij liet geen ego gelden, was niet arrogant. Ik geloof dat ik mezelf hierin herken."

Nelsons tuurt langs de hotelbar in het niets. "Ik ben een verlegen en teruggetrokken mens. En toch sta ik voor deze orkesten en dirigeer ik grootse werken. Dat voelt als een enorme tegenstelling, die tegelijk comfortabel is omdat ik die muziek nu eenmaal wil laten horen. Ik hoop dat ik bescheiden ben, ik heb een hekel aan arrogantie. Natuurlijk sta ik voor twee wereldorkesten en die verwachten iets van me, maar ik zie het als een geweldige kans dat ik met deze musici mag samenwerken, een droom waarvan ik zelf nog niet helemaal geloof dat die is uitgekomen."

Structuur en discipline kent hij van kindsbeen af, net als de noodzaak alles uit een dag te halen

Nelsons draagt een eenvoudig T-shirt, een gemakkelijke broek en sportschoenen. Hij staat in de startblokken om zich zo comfortabel mogelijk te verplaatsen van de ene stad naar de andere. Het vliegtuig naar Londen wacht: repetitie met zijn Amerikaanse orkest voor twee Proms-avonden. Structuur en discipline kent hij van kindsbeen af, net als de noodzaak alles uit een dag te halen. Daarbij hoort ook de lange rij bezoekers die de avond ervoor door het Gewandhaus slingerde, programmaboek onder de arm, in afwachting van een handtekening van de maestro. Alsof het niet tegen middernacht liep, glimlachte Nelsons iedereen tegemoet, stift in de aanslag.

Keuzestress

Met zijn negenendertig jaar behoort de dirigent tot de laatste generatie die nog een staartje van het Sovjetregime heeft meegemaakt. Hij komt uit een muzikaal nest, speelde trompet en piano, en hij zong. "Mijn leven is niet te vergelijken met dat van mijn ouders. Als je nu in een speelgoedwinkel komt word je overvallen door de veelheid aan spullen, je weet niet wat je moet kiezen. In mijn jeugd was er niets. Iedereen speelde met hetzelfde, je was doelgericht bezig. Ik was druk met muziek en sport, dingen die je goed kunt doen als je geen cent te makken hebt. Alles was bescheiden bij ons thuis, geen tv, geen telefoon, geen auto, voor mij was dat normaal. Ik wist niet beter, had geen flauw benul van politieke onderdrukking. De discipline uit mijn jeugd zit nog steeds in me. In inspiratie en ontspanning als ideale combinatie voor een goed resultaat, geloof ik niet. Je moet studeren totdat je erbij neervalt. Die houding koester ik."

Uit Nelsons' woorden spreekt gedrevenheid. Toch komt die niet overmatig tot uiting wanneer hij voor een orkest staat. Intens en aanmoedigend is hij wel, ook in zijn lichaamstaal. Zijn houding straalt een vanzelfsprekend overwicht uit. Vaak leunt hij licht tegen de stang op de bok en houdt hij die met links vast, blik en oren tasten het orkest af, met zijn rechterhand geeft hij de nodige aanwijzingen. Zijn techniek is in slag en effectiviteit verwant aan die van zijn mentor Mariss Jansons. De aanwijzingen van zijn landgenoot betekenden een belangrijke leerschool voor Nelsons, naast andere verbintenissen die hem hebben gevormd, zoals die met het City of Birmingham Symphony Orchestra en met de opera van Riga.

"De sfeer van een stuk, daar heeft Mariss een fijne neus voor. Wat staat er tussen de noten, wat is emotioneel belangrijk? Je moet je volledig inleven in de componist en zijn omgeving, begrijpen waar de muziek vandaan komt. Mariss kan dat als geen ander, ik heb dat van dichtbij meegemaakt, ben veel bij hem en zijn orkest in München geweest, en natuurlijk bij het Concertgebouworkest. En maar kijken: hoe doet ie het? Hoe repeteer je met een orkest? Mariss is duidelijk in wat hij wil, zijn techniek is glashelder, en hij is menselijk. Hij toont respect voor de musici en schenkt het orkest vertrouwen. De juiste balans bewaren tussen discipline en menselijke warmte is een delicaat lijntje. Ik verbeeld me dat ik daar iets van begrijp, dankzij Mariss."

Kracht van deze muziek

De bok die Mariss Jansons zo lang geregeld heeft bestegen, is ook Nelsons' plek, als zijn Boston Symphony Orchestra Sjostakovitsj' Vierde symfonie uitvoert. "Sjostakovitsj was geniaal. Hoe hij zichzelf moest forceren als kunstenaar om te overleven, kun je je nauwelijks voorstellen. Sjostakovitsj gaf nooit op, bij hem overheerst altijd het geloof in een betere toekomst. De coda van de Vierde symfonie is hemels, na de voorafgaande enorme drukte. Muziek kan vergiffenis schenken, je kunt erom huilen, en dat voelt dan als een soort reiniging van de ziel. In dit slotdeel werkt dat heel sterk. De kracht van deze muziek is nauwelijks te overschatten."

Boston Symphony Orchestra: 17 september in het Concertgebouw, Amsterdam. 

Lees ook:

Hoe het Rotterdams Philharmonisch Orkest zich tot wereldspeler heeft ontwikkeld

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest heeft zich de voorbije eeuw op de kaart gezet. 'We kunnen ons meten met de grootste orkesten'.

Deze violist speelde in een gerenommeerd orkest, maar besloot in verzorgingscentra op te treden

Muziekmaken, maar dan niet voor Concertgebouwgangers, maar voor mensen die het wat moeilijker hebben.

Deel dit artikel

Met zijn 39 jaar behoort de dirigent tot de laatste generatie die nog een staartje van het Sovjetregime heeft meegemaakt

Structuur en discipline kent hij van kindsbeen af, net als de noodzaak alles uit een dag te halen