Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Made in Holland-mode is over een tijdje weer heel normaal

Cultuur

Marieke van Willigen

Nederland, Moergestel, 31 augustus 2017. Van Bommel. Peter van Gils achter de aflapmachine. Foto: Jorgen Caris © Jörgen Caris

Nederland is klaar voor het zelf maken van kleding en schoenen. Rol de naaimachines maar het land in, roepen de makers. 

Ratelende naaimachines, het ritmisch geknip van een schaar. Kleurige stoffen en patronen op enorme tafels. In Tilburg bevindt zich één van de weinige naaiateliers die Nederland nog rijk is. De meeste ateliers zijn inmiddels weg, het merendeel van de kleding wordt ver over de grens gemaakt. Goedkoper.

Lees verder na de advertentie
Soms zie je in een label staan: 'handmade'. Dan denk ik: hoezo?

Is het ambacht van kleding en schoenen maken daarmee verdwenen uit Nederland? Niet als het aan Irma Borgsteede ligt. Zij is initiator van het waardelabel Fashion Made in Holland (FMH), een bescheiden labeltje -ingenaaid bij de wasvoorschriften. Haar kledinglijn maakt ze in kleine oplages in haar eigen atelier. Borgsteede verbaast zich over de onwetendheid van de consument. “Soms zie je in een label staan: ‘handmade’. Dan denk ik: hoezo ‘handmade’? Alle kleding is met de hand gemaakt. Daarom wordt de productie juist uitbesteed aan lagelonenlanden als India en Bangladesh; er zit veel werk in ieder kledingstuk dat in de winkel hangt.”

Dat uitbesteden is niet altijd zo geweest. In de jaren tachtig schoten in Nederland de naaiateliers juist als paddestoelen uit de grond. Er werkten 20.000 mensen - vooral Turkse illegalen die hier vaak naar toe waren gelokt. De arbeidsomstandigheden waren bijzonder slecht. Dagen van veertien tot zestien uur, zeven dagen per week en voor een uurloon van vijf gulden.

Toenmalig premier Ruud Lubbers maakte in 1993 korte metten met deze wantoestanden. “We gaan de machines confisqueren (…) Dit is de methode waarop justitie zijn tanden laat zien”, zei hij in de Kamer. En hij voegde de daad bij het woord. De illegale ateliers werden bijna allemaal gesloten. Een klein aantal bleef over, waar keurig volgens de cao’s wordt gewerkt.

Duurzaamheid

Kleding uit eigen land past inmiddels juist weer goed in de trend van duurzaamheid. De globale kledingindustrie heeft een zwarte rand, iedereen weet dat die jurk of broek vaak door heel kleine handjes is gemaakt. De vraag naar eerlijke kleding neemt toe, de Sustainable Fashionweek in oktober en een groeiend aantal plaatselijke Fair Fashion Festivals zijn daarvan een mooi voorbeeld.

Kleding maken gebeurt hier niet meer, dat is nu het idee

Ton Wilthagen, hoogleraar Arbeidsmarkt

Kleding, ontworpen en het liefst ook gemaakt in eigen land, sluit aan bij die duurzaamheidsgedachte. FMH-voorvrouw Irma Borgsteede doet er nog een schepje bovenop: “Made in Holland-mode creëert werk voor al die mbo’ers die opgeleid zijn tot naaister, en dat zijn er veel. Je bespaart de vervoerskosten, want je wilt niet weten hoe vaak kleding over de wereld wordt rondgesjouwd voor het in de winkel ligt. De hele productielijn is transparant.”

Ontwerpster Map Renes gaat nog een stap verder. Zij beoogt met haar zalmleren kleding echte circulaire economie: de zalm komt uit zee, wordt opgegeten en van de huid van de zalm maak je kleding. Als die kleding op zijn eind is of als je het zalmleren kledingstuk beu bent, maak je er weer iets anders van. Ook Lily de Krom, directeur van atelier DVS-confectie in Tilburg, weet dat produceren in Nederland prima kan: “Een niet al te ingewikkelde jurk kost zo’n vijftien euro aan productie- en materiaalkosten. Daar moet je toch voldoende winst op kunnen maken.” DVS-confectie doet goede zaken, steeds meer merken laten er hun kleding er maken. Helemaal of voor een deel, want veel Nederlandse merken produceren deels in eigen land en deels over de grens.

Kledingproductie in Nederland

Ton Wilthagen, hoogleraar Arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg, ontwikkelde de Reshoring Tool, waarmee een onderneming kan kijken of het gunstig is de productie naar Nederland te halen. Wilthagen is optimistisch over kledingproductie in Nederland, zelfs op grote schaal. “Het is een omslag in perceptie, omdat de textielindustrie op dramatische wijze uit Nederland is verdwenen. Kleding maken gebeurt hier niet meer, dat is nu het idee.” Maar er is genoeg potentie. Wat de hoogleraar betreft rollen we de naaimachines weer terug het land in. “Alle DNA om hier weer te produceren is er. We hebben de ontwerpers en de kennis. Daarnaast zijn wij goed in het organiseren van arbeid, werken efficiënt en hebben moderne technologie. En intussen gaan de lonen in China ook omhoog. ”

En zo hoeft de prijs van in Nederland gemaakte kleding niet alleen voor de happy few te zijn, al zullen het geen Primarkprijzen worden. “Alle mogelijkheden zijn er, het is alleen een kwestie van aan de juiste knoppen draaien.” Ook Irma Borgsteede ziet de toekomst zonnig in. “We onderschatten het ambacht van het naaien. Over een tijdje is het weer normaal dat kleding in de regio wordt gemaakt.”

De tekst loopt door onder de afbeelding.

Nederland, Moergestel, 31 augustus 2017. Van Bommel. Peter van Gils achter de aflapmachine. Foto: Jorgen Caris © Jorgen Caris

Peter van Gils (63), voorman schoenen aflappen, Van Bommel, Moergestel

“Ik ben de vier-na-jongste uit een gezin van zeventien kinderen. Studeren was er niet bij, er moest brood op de plank. Dus ging ik het schoenenvak in. Vroeger waren hier in Brabant veel meer schoenfabrieken, maar die zijn weg. Van Lier en Greve produceren grotendeesl in het buitenland en Avang is overgenomen door Van Bommel. Dat heeft met arbeidsloon en de productiewijze te maken.

Je hebt grofweg twee maakmethoden, Blake en Goodyear. Blake wordt het meest gedaan. Het is een prima methode, waarbij de zool aan de schoen wordt verlijmd en daarna gestikt. Maar de beste methode is Goodyear; daar zijn ongeveer 270 handelingen voor nodig. We maken alles met de hand, de zool is dubbel gestikt. Er zit kurk tussen het voetbed en de zool.

Geweldig, die mooie, vernieuwende schoenen

Het is moeilijk aan goede vakmensen te komen. We leiden onze mensen daarom vaak zelf op. Sommige medewerkers komen uit het buitenland, uit Polen en Somalië bijvoorbeeld. Zij zijn daar degelijk opgeleid.

Ik ben een ouwe rot in het schoenenvak. Drie generaties Van Bommel heb ik langs zien komen. Wat die drie jongens nu doen, zouden de oude Van Bommels nooit voor elkaar hebben gekregen. Fantastisch. Zulke mooie, vernieuwende schoenen. Die schoenen zie ik aan het eind van de dag allemaal staan. Die hebben wij gemaakt. Dat vind ik een geweldig gevoel. Daarom ga ik al 42 jaar elke dag fluitend naar mijn werk.”

De tekst loopt door na de afbeelding.

Nederland, Zwolle, 3 september 2017. Map Renes. Maakt kleding en tassen van zalmleer. Foto: Jorgen Caris © Jorgen Caris

Map Renes (59), eigenaar van Mapsz, ontwerpt en maakt mode van zalmleer

“In mijn werkatelier hangt een foto van tante Greet. Tante Greet had een naaiatelier in Zeist, ze maakte de overstap naar confectie. Ik doe het omgekeerde. Ik maak mode op maat, omdat ik denk dat we daar naar toe moeten. Mode is tenslotte zelfexpressie. Het moet speciaal voor jou gemaakt zijn, als een tweede huid. Zalmleer is dat letterlijk. Ik maak mijn kleding van zalm die gelooid is in IJsland. Leer van wilde zalmen. Eerst had ik een leerlooier op Urk, maar hij is ermee gestopt.

Zalmleer is als je tweede huid

Leer van wilde zalm is lastiger maar ook mooier dan van kweekzalmen. Je hebt dikke en dunne zalmen, oude en jonge. Er zit verschil in elasticiteit van de huid. Als ik nieuwe huiden krijg uit IJsland popel ik om aan het werk te gaan. Ik selecteer de zalmhuiden op lengte, dikte en elasticiteit, en puzzel ze zo bij elkaar tot ik een stuk heb waar ik een kledingstuk van kan maken. Het hele proces, van ontwerpen tot doorpassen en naaien duurt zes weken. De doorpas is belangrijk; zalmleer moet je in één keer goed naaien.

Zalmleer is een mooie vervanger voor krokodillenleer of slangenleer. Het heeft dezelfde kwaliteit en schoonheid. Bovendien heeft de zalm een goed leven gehad. Ik heb gehoord dat krokodillen soms levend gevild worden. Dat wil je toch niet? Ik maak kleding zonder verspilling op wat voor manier dan ook.”

De tekst loopt door na de afbeelding.

Nederland, Tilburg, 31 augustus 2017. Voorkeursfoto. Lily de Krom (staand) en coupeuse Els Raaymakers (zittend) in atelier DVS. Foto: Jorgen Caris © Jorgen Caris

Lily de Krom (56), naaister en eigenaar van DVS-confectie in Tilburg, dat kleding maakt voor Balzac underwear, Jacky, Hoopje Liefde en Deserata.

“Ik ben geboren tussen de naaimachines. Mijn familie zat ook al in de kledingindustrie. Voor mij is het logisch dat we een naaiatelier hebben. Het gaat in dit vak om snelheid en routine. Hoe sneller je naait, hoe meer je kunt maken, hoe goedkoper het is. Maar het belangrijkste is vakmanschap. Zonder dat kun je geen kwaliteit leveren. 

Alles zelf tekenen

Zo tekent onze coupeuse Els de eerste patronen altijd met de hand, dat is de beste manier en krijg je een betere pasvorm - beter dan de confectiefabrieken die alles met de computer doen. Kleding kun je prima in Nederland laten maken, dat gebeurt steeds meer. We kunnen niet concurreren tegen de lage prijzen van massaconfectie uit het buitenland, maar kleinere oplages kunnen we snel leveren.”

Els Raaijmakers (68), coupeuse bij DVS-confectie

“Ik ben opgeleid tot Franse coupeuse. Moest je een miniatuurjurk ontwerpen en maken binnen een bepaalde tijd. Nog steeds teken ik alle patronen. Bijvoorbeeld van het merk Tante Betsy of Dressesonly: zij geven de tekening, ik teken het patroon, daarna zetten we het patroon in maten om in de computer. Dat heet ‘graderen’. Geen enkele topontwerper ontwerpt met de computer, iedereen tekent. Gewoon tekenen, meten, nadenken. Je máákt iets. Aan het eind van het proces is er maar mooi een rokske af. Ik heb geen dag geen plezier gehad, ik ga dan ook nog lang niet met pensioen.”

Deel dit artikel

Soms zie je in een label staan: 'handmade'. Dan denk ik: hoezo?

Kleding maken gebeurt hier niet meer, dat is nu het idee

Ton Wilthagen, hoogleraar Arbeidsmarkt

Geweldig, die mooie, vernieuwende schoenen

Zalmleer is als je tweede huid

Alles zelf tekenen