Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Maar ja, moet je ook maar niet met Pinksteren trouwen

Cultuur

Rob Schouten

© Maartje Geels
Column

Ik snap wel dat niemand het zaterdag tijdens het sprookjeshuwelijk in zijn hoofd haalde om het gedicht 'The Whitsun Weddings', de Pinksterbruiloften, van Philip Larkin aan te halen, laat staan eruit te citeren. Het zou waarschijnlijk als vloeken in de kerk zijn opgevat.

Het is een huwelijksgedicht met z'n ironische ondertonen over gewone mensen die op een koopje trouwen. Ik moest er voortdurend aan denken terwijl de vertederende prins en zijn beeldige bruidje elkaar het ja-woord gaven.

Lees verder na de advertentie

'The Whitsun Weddings' is een van de beroemdste gedichten uit de Engelse twintigste-eeuwse poëzie en het meest besproken poëem van Larkin, de notoire vrijgezel die wel de poet laureate of disappointment is genoemd. Want daar was hij een meester in, de teleurgestelde kijk op zaken. 

Het gedicht is te lang om te citeren, tachtig regels (en misschien ook te lang om voor te dragen op een bruiloft), het herinnert qua vorm aan de hooggestemde odes van Keats maar qua inhoud bepaald niet. Hier wordt vooral de middelmatigheid bezongen. Het pinksterweekend was in Larkins tijd, jaren vijftig, een favoriet moment voor Engelse stelletjes om te trouwen. Je kon belastingvrij in het huwelijk treden en had een lang weekend om het te vieren.

Alsof in plaats van al die ar­me­luis­hu­we­lij­ken er nu één koninklijk huwelijk wordt gevierd

Bonkige voorhoofden

Daar zullen ze bij de royals wel niet mee bezig zijn geweest (wie betaalt zo'n huwelijk eigenlijk?) maar het geeft precies deze dag voor 'het huwelijk van het jaar' wel een aparte smaak. Alsof in plaats van al die armeluishuwelijken er nu één koninklijk huwelijk wordt gevierd.

De dichter zit begin van de middag in de trein van Hull naar Londen en ziet hoe het idyllische landschap langzaam verandert en industrieel wordt; tegelijkertijd realiseert hij zich allengs dat wat hij voor typische stationsgeluiden hield eigenlijk veroorzaakt wordt door pasgetrouwde stelletjes, die met achterlating van de bruiloftsgasten, op al die tussenstations in de trein stappen. Het beeld dat hij van de bruiloftsgasten geeft is weinig verheffend, de vaders met bonkige voorhoofden, moeders luidruchtig en dik, nepjuwelen, smerige grapjes.

Terwijl ik naar Harry en Meghan in hun landauer keek, vroeg ik me af of die duizenden toeschouwers langs de weg zichzelf in dat beeld zouden herkennen. Het gewone volk, gapend naar dat ene huwelijk, en ik vroeg me af hoe de zojuist gehuwden er zelf in stonden. 

Vage hoop

Larkin richt in het slot van het gedicht zijn aandacht op de net-getrouwden in de trein en stelt vast dat ze volstrekt niet met al die andere trouwpaartjes bezig zijn, alleen met zichzelf. Hijzelf is de enige die ze met elkaar verbindt.

Wat een contrast met al die toeschouwers zaterdag, niet bezig met hun eigen huwelijk maar met dat van een ander. Het slotwoord van Larkin had misschien nog wel gekund in de kerk want de dichter lijkt een soort vage hoop te koesteren dat het misschien toch nog wat wordt, vrucht brengt. Maar nee, met zulke matige illusies moet je sprookjesprinsen en prinsessen niet vervelen. 

Het spijt me dat ik er tijdens de prachtige hymnes, jawoorden en Fauré steeds maar aan dacht. Maar ja, moet je ook maar niet met Pinksteren trouwen.

Lees hier meer columns van Rob Schouten.

Deel dit artikel

Alsof in plaats van al die ar­me­luis­hu­we­lij­ken er nu één koninklijk huwelijk wordt gevierd