Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

M.M. Schoenmakers laat in elke zin de treurigheid van Speksnijders leven doorschemeren

Cultuur

Rob Schouten

Boekrecensie

M.M. Schoenmakers slaagt met glans in het schrijven over een dof, illusieloos leven.

MM. Schoenmaker (1949), die in 2015 na een pauze van twintig jaar zijn schrijfpraktijk weer opvatte met de roman ‘Wolkenridders’, schrijft bij voorkeur over mannen die de draad van hun leven kwijtraken. In ‘Wolkenridders’ was dat een man die, vrijwillig of niet - daar kom je niet goed achter - dakloos raakt maar de illusie heeft de regie over zijn leven te houden. In het zojuist verschenen ‘De vlucht van Gilles Speksneijder’ gaat het over een soortgelijk personage, een van buitenaf treurige figuur die zichzelf zo goed en zo kwaad als het gaat overeind tracht te houden.

Lees verder na de advertentie
Schoenmakers heeft zich kennelijk tot taak gesteld het naargeestige lot van de loser te beschrijven, de man die je op straat gedachtenloos voorbijloopt

Gilles Speksneijder, een man zonder eigenschappen, wordt tijdens de verhuizing van het bedrijf waarvoor hij werkt benoemd tot assistent-verhuiscoördinator, een baantje zonder aanzien maar met veel verplichtingen. Terwijl de een na de andere boven hem gestelde afhaakt of niet thuisgeeft, moet Speksneijder zorgen dat de verhuizing in goede banen loopt. Het groeit hem, gedurende vele pagina’s bureaucratische ellende, finaal boven het hoofd en het eindigt ermee dat hij, min of meer gek geworden, zich in het oude kantoorgebouw verschanst en het als een soort middeleeuwse burcht verdedigt tegen de vijand.

Lauwe koffie

Kantoorleven is saai maar kan, onder een vaardige pen, die van J.J. Voskuil bijvoorbeeld, uitgroeien tot een mythisch bedrijf. Ook Schoenmakers kan er wat van, hij weet er een heel parallel-universum van vergaderingen, opdrachten, functie-omschrijvingen, machtsspelletjes en misverstanden van te maken. Dat doet hij voornamelijk met zijn stijl; in haast elke zin, hoe neutraal ook geformuleerd, gaat wel iets treurigs en neerslachtigs, iets van vergeefse illusies schuil, of het nu om een lege zaal gaat, om een onhandig relatiegeschenk of een kopje lauwe koffie. Het is misschien allemaal heel gewoon, alledaags en modaal maar Schoenmakers geeft het allemaal de toets der mistroostigheid mee. Ook Nederland zelf moet eraan geloven, het wordt onder zijn pen een oord waar je niet wilt wezen: “In het uitgaansgebied regen de eetcafés zich aaneen. De luifels waren uitgedraaid over lege terrassen, de deuren waren dicht en de straalkachels nog gedoofd. Over natuurstenen plavuizen liepen ze verder, in de straten rond de kathedraal keerden de kerkgangers, overwegend bejaard en overwegend vrouw, huiswaarts. De kathedraal zag er, weer of geen weer, altijd droevig uit.” Met zijn pessimisme heeft Schoenmakers wel iets weg van een hedendaagse naturalist, iemand die het ellendige leven van zijn tijd in kaart wil brengen.

Tegenover de almaar vergeefs voortploeterende Speksneijder staat zijn te dikke vrouw Madelief die, nadat haar man uit medelijden een soortement zwerfster onderdak heeft geboden, door het nieuwe gezelschap helemaal opkikkert en begint af te slanken. Haar vernieuwde energie benadrukt alleen maar de neergang van Speksneijder zelf die zijn best blijft doen zonder daarvoor beloond te worden. Terwijl hij als een trouwe loonslaaf noteert welke nieuwe meubels er in het nieuwe gebouw moeten komen, welk kunstwerk er aan de muur thuishoort, hoe hoog de dorpels moeten worden, wordt hij in feite door zijn meerderen afgedankt, een besef dat heel langzaam tot hem doordringt als hij telkens van het kastje naar de muur wordt gestuurd.

Schoenmakers heeft zich kennelijk tot taak gesteld het naargeestige lot van de loser te beschrijven, de man die je op straat gedachtenloos voorbijloopt. Hij daalt af in zijn schimmige gedachtenwereld, zijn gestage controleverlies over de lopende zaken. In het begin van het verhaal vindt Gilles Speksneijder een klein schroefje dat hij niet thuis kan brengen, hij haalt apparaat na apparaat uit elkaar om te kijken waar het vandaan kan komen maar vindt niets. Dat schroefje staat zo’n beetje voor zijn eigen verschaalde leven, het hoort nergens thuis.

In ‘De vlucht van Gilles Speksneijder’ schildert Schoenmakers de wereld van een wegwerpfiguur, een overbodig geworden man die op den duur niet opgewassen blijkt tegen de maatschappij om hem heen en die zijn toevlucht zoekt in een eigen wereldje dat hem vervolgens ook nog wordt afgenomen. ‘I like to read about my betters’ is een bekende leeshouding maar hier gebeurt het omgekeerde, hier worden we geacht graag te lezen over de onfortuinlijke medemens. Schoenmakers slaagt er met glans in onze aandacht gevangen te houden voor zo’n dof, illusieloos bestaan.

Oordeel: schoenmakers vaardige pen geeft iedere zin iets mistroostigs mee

M. M. Schoenmakers

De vlucht van Gilles Speksneijder

De Bezige Bij; 280 blz.; € 21,99

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Deel dit artikel

Schoenmakers heeft zich kennelijk tot taak gesteld het naargeestige lot van de loser te beschrijven, de man die je op straat gedachtenloos voorbijloopt