Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Louise Brooks herleeft niet alleen dankzij haar pagekopje

Cultuur

Belinda van de Graaf

Review

De filmmarkt in Cannes is een apart gebeuren. De nieuwste filmprojecten worden hier aan de man gebracht, met handige praatjes en mooie plaatjes. Wie het zich kan veroorloven huurt een gigantische reclamezuil aan de boulevard of plaatst een paginagrote advertentie in het Amerikaanse vakblad Variety.

'A woman of the north' van Frans Weisz is zo'n film die hier in Cannes kopers probeert te vinden, met het sprekende gelaat van Johanna ter Steege als voornaamste trekpleister. Het bewijs dat de aantrekkingskracht van acteurs altijd een belangrijke rol speelt, wordt hier in Cannes volop geleverd. Rond Louise Brooks, de actrice met het ravenzwarte pagekopje, is zelfs een hommage opgezet, met fijne oude films van Georg Wilhelm Pabst als 'Die Büchse der Pandora' en 'Das Tagebuch einer Verlorenen'. Invloedrijk is Louise Brooks als een van de meest gefotografeerde actrices in de filmgeschiedenis nog steeds, getuige de opvallende terugkeer van haar haarcoupe.

In de Hongkongproductie 'Love will tear us apart' - een verdienstelijk debuut van Yu Lik Wai - levert, speelt de eveneens debuterende Wong Ning een Chinese prostituee in Hongkong. Haar stijlvolle voorkomen heeft ze met name te danken aan haar kaarsrechte Louise Brookskapsel. De Amerikaanse actrice Tricia Vessey lijkt zelfs een regelrechte reïncarnatie van de filmdiva en de zelfbewuste Jim Jarmusch is niet te beroerd om er in zijn competitiefilm 'Ghost dog, the way of the samurai' vrolijk naar te verwijzen; Tricia Vessey heet in zijn film gewoon Louise.

Na zijn laatste speelfilm 'Dead man' en zijn Neil Young & Crazy Horse-documentaire 'Year of the horse', goochelt Jarmusch in zijn nieuwste film naar hartenlust met samoeraiwijsheden. Het verhaal van de eenzame zwarte huurmoordenaar Ghost Dog (Forest Whitaker) wiens enige vriend een Franssprekende ijscoman is die hij niet kan verstaan, wordt continu onderbroken door tekstfragmenten die als een soort tussentitels de filosofieën van de oude Japanse krijgers oplepelen. Jarmusch betuigt zich hier vooral als de 'artsy fartsy filmdirector', zoals hij in 'Year of the horse' al pesterig werd genoemd. Jarmusch' trouwe cameraman Robby Müller - verantwoordelijk voor een van de weinige Nederlandse bijdragen in Cannes - tovert prachtige beelden op het doek en als Jarmusch zijn geestverschijning een ritje laat maken op de rapklanken van Wu Tang Clan-oprichter RZA weet hij een ongewone lyriek op te roepen. Met de scènes waarin het Scorseseachtige maffiagespuis al bekvechtend zijn onnozelheid bewijst, heeft Jarmusch de lachers op zijn hand. Het zijn razendknappe, gevatte dialogen die een grote opmerkingsgave verraden.

Een enkel lachsalvo klonk er ook bij 'l'Humanité' van Bruno Dumont, de Franse regisseur die vorig jaar opzien baarde met het tragische brommerheldenepos 'La vie de Jesus'. Met het al even tragische verhaal van een alleszins vreemde, door eenzaamheid verslagen politie-inspecteur in Bailleul doet Dumont opnieuw een beroep op het gemoed. De lach klinkt hier onhandig en zenuwachtig, want 'l'Humanité' is een film gedrenkt in naargeestigheid. Dumont deelt een rake klap uit wanneer hij ons direct na de opening het verkrachte en levenloze lichaam van een tienermeisje toont, de roomkleurige benen gespreid in het gifgroene gras en een bloedende vulva close-up in beeld. De buschauffeur en de fabrieksarbeidster die bevriend zijn met de politieinspecteur en die een paar deuren verder wonen, bedrijven niet de liefde, maar neuken er op los. In dit Noord-Franse gehucht speelt liefdeloosheid de belangrijkste rol. Het is pure kaalslag, door Dumont gevangen in een zinderende esthetiek. Die combinatie werkt wurgend en het is alsof Dumont dat al te goed beseft. Een Noord-Franse akker verandert bij Dumont in omgewoelde Russische aarde, de verlaten straten van Bailleul - Dumonts eigen geboorteplaats - herinneren aan de jaren vijftigstraatjes en de geur van spruiten in Alex van Warmerdams 'De noorderlingen' - met dat verschil dat het hier niet cartoonesk is, maar bijna documentair. Hier beweegt de eenzame politieinspecteur zich als een variant op Scorsese's taxichauffeur van zijn huis naar zijn werk en weer terug. Anders dan bij Robert de Niro's Travis Bickle slaat de woede bij Emmanuel Schotte's Pharao de Winter niet naar buiten. Dumont toont totale verlamming en het is uiteindelijk de toeschouwer die verslagen achtergelaten wordt.

Deel dit artikel