Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Literatuurwetenschapper Sander Bax: Een uitgever zegt sneller: u verkoopt wel erg weinig boeken

Cultuur

Jann Ruyters

Schrijfster Griek Op de Beeck bij De Wereld Draait Door © TR BEELD
Interview

In ‘De literatuur draait door’ analyseert Sander Bax hoe de regels van de massamedia op schrijvers inwerken.

In de 20ste eeuw kon een schrijver nog denken dat hij de grootste auteur van de wereld was, terwijl hij op zijn zolderkamertje boeken zat te tikken die niemand wilde lezen. De waarde van zijn werk school niet in het commerciële succes. Sterker nog, binnen de kunst gold een economisch omgekeerde logica, zo schrijft literatuurwetenschapper Sander Bax in ‘De literatuur draait door’. Boeken die goed verkochten waren verdacht, zuivere kunst was anti-economisch.

Lees verder na de advertentie

In de 21ste eeuw is dat veranderd. Het is steeds moeilijker geworden om vast te stellen wat echte literatuur is. Dat bepaalt niet langer de criticus of de docent Nederlands, de massamedia zijn ook een autoriteit geworden. Bax onderzoekt aan de hand van spraakmakende literaire ‘kwesties’ hoe de regels van de massamedia het gesprek over literatuur en de literatuur zelf hebben beïnvloed. Zo bestudeert hij het rumoer rond Kristien Hemmerechts roman over de vrouw van Dutroux waarin zij de geschiedenis van deze Michelle Martin deels fictionaliseerde. Hij analyseert het mediagesprek rond de requiemroman ‘Tonio’ van A. F. Th. van der Heijden, en het verrassende succes van Ilja Leonard Pfeijffers vluchtelingenroman ‘La Superba’.

In de 21ste eeuw is het steeds moeilijker geworden om vast te stellen wat echte literatuur is

In het gesprek over de literatuur is steeds meer nadruk komen te liggen op wat echt gebeurd is in het leven van een schrijver, constateert Bax. De literaire vorm is uit beeld verdwenen, de fictie staat onder druk. Als een schrijver politieke kwesties aanroert, moet hij zich conformeren aan de populistische logica van het talkshowgesprek. Kijk maar naar de ontvangst van romans als ‘VSV’ (Leon de Winter) en ‘Badal’ (Anil Ramdas). En, last but not least: het succesverhaal domineert. De literaire bestsellers van Herman Koch en Kluun hebben veel gemeen met wat voorheen niet tot de literatuur werd gerekend. Een roman moet pakkend zijn en transparant, de schrijver moet een herkenbaar imago presenteren en een persoonlijk verhaal vertellen.

“Het gaat me er niet om de media de maat te nemen”, benadrukt Bax. Hij opent ‘De literatuur draait door’ met een tv-debat tussen Saskia Noort en Connie Palmen bij DWDD. Noort roept uit dat de vraag wat echte literatuur is toch niet meer van deze tijd is. Bax: “Dat raakt de kern van wat ik wil vertellen. Connie Palmen staat voor de klassieke gedachte dat literatuur vernieuwend moet zijn, complex, uitdagend. In de context van zo’n tv-debat wordt dat dan neergezet als een erg ouderwets standpunt. Maar ik kies zelf geen partij in dat debat. Ik wil slechts die spanning laten zien, dat lijkt me ook mijn taak als wetenschapper.”

Interessant is dat niet zozeer de verkoopcijfers veranderd zijn ( ook ‘De Avonden’ verkocht in de eerste vijftien jaar slechts 12.000 exemplaren) maar wel het gevoel daarover. Het succesverhaal domineert in de media, schrijft u. Is dat een gevaar?

“Inderdaad stonden ook in de 20ste eeuw de bestsellerauteurs tegenover literaire schrijvers die minder verkochten. Toen was het schema helder. Als je goed verkocht kon het geen literatuur zijn. Dat dat is veranderd heeft ook te maken met de neoliberale constellatie waar we nu in zitten, die verschuiving geldt niet alleen voor de literatuur. Maar die nadruk op het succesverhaal zorgt er wel voor dat de experimentele literatuur het steeds moeilijker krijgt. Schrijvers die klassiek gezien serieus genomen werden dreigen onzichtbaar te worden.

“Zo schrijf ik nu de biografie van Bernlef, die de eerste twintig jaar van zijn carrière vooral boeken in kleine oplage schreef, zonder groot commercieel succes. Hij kreeg af en toe subsidie. Dat vond iedereen de normaalste zaak van de wereld. Hij werd er geen minder belangrijk auteur door. En toen kwam ‘Hersenschimmen’, een keerpunt in zijn carrière. Maar die logica dat je twintig jaar schrijft met bescheiden verkoop, bestaat nu niet meer. Een uitgever zal sneller zeggen: dat waren drie keer wel heel weinig boeken, nu gaan we verder kijken.”

Wat was het begin van uw onderzoek?

“Hiervoor schreef ik een boek over het mediafenomeen Mulisch. Daardoor wilde ik kijken hoe het nu werkt. In de tijd van Harry Mulisch kon je als schrijver makkelijker ongrijpbaar blijven, iets waar Mulisch heel goed in was. Dat is nu veel lastiger. Dat zag je bijvoorbeeld bij Charlotte Mutsaers, die vorig jaar in opspraak raakte vanwege een passage over de verkoop van de kinderporno van haar broer in de roman ‘Harnas van Hansaplast’. Mutsaers probeerde een spel te spelen met fictie en werkelijkheid, een literair Reve-achtig spel. Dat wordt niet meer getolereerd. Ze werd ter verantwoording geroepen.”

Begrijpt u dat verlangen van lezers, dat ze in zo’n geval willen weten hoe het echt zit?

“Ik begrijp het wel maar het blijft me ook verbazen. Om me heen hoor ik vooral van mannen dat ze alleen nog maar non-fictie lezen. Fictie is ongemakkelijk. Fictie doet iets ertussenin. We willen weten of het nou waar is of niet waar, en als je daarmee rommelt, ben je aan het liegen. Dat zit in de cultuur van deze tijd. Je moet transparant zijn. Het massamediaframe dat herkenbaarheid eist van schrijvers en boeken draagt daar aan bij.

“Onze tijd heeft een heilig geloof in de waarheid. Empirische wetenschappers die de indruk wekken dat ze dichterbij de waarheid staan, krijgen meer subsidie dan wetenschappers die eerlijk toegeven dat ze aan het interpreteren zijn. In deze tijd van nieuwsbombardementen en fake news is het spel met fictie extra ingewikkeld. Het gaat ook om vertrouwen - fictie schaadt het vertrouwen.”

Charlotte Mutsaers bij De Wereld Draait Door © TR BEELD

U schrijft over ‘Tonio’ dat de schrijver geen schrijver meer is, maar personage. Niet iemand die iets beheerst, maar iemand die iets meemaakt.

“Bij ‘Tonio’ was er een groot ongemak bij critici om het boek dat over het verlies van zijn zoon gaat te bespreken en te evalueren. Interessant was om te zien hoe de schrijver zelf in het boek het probleem van de constructie van het verhaal opwerpt en dat op tv dat hele probleem dan niet meer bestaat. Toen A.F.Th. van der Heijden bij ‘College Tour’ zat, ging het gesprek alleen over hoe hij zich voelde, wat hij had meegemaakt. Hetzelfde zag je bij Maxim Februari die in DWDD vertelde over zijn geslachtsverandering. Je ziet een interviewer op zoek naar human interest en een schrijver die steeds probeert het gesprek af te wenden van zijn persoonlijke ervaring naar een meer theoretische analyse.”

De schrijvers hoeven niet naar DWDD. Ze zitten er vrijwillig.

“Maxim Februari schrijft in zijn boek ‘De maakbare man’ terecht dat je niet onzichtbaar van geslacht kunt veranderen. Hij moest het wel bekend maken. Iets soortgelijks gebeurde met Griet Op de Beeck die het verwijt kreeg met haar bekentenis over seksueel misbruik bij ‘De wereld draait door’ de ontvangst van haar roman te hebben willen regisseren. Dat is een te gemakkelijk verwijt. Iemand wil ook iets overbrengen.”

U heeft het over ‘literair populisme’. Wat verstaat u daaronder?

“Een bepaalde manier van spreken: ik heb dit standpunt en daar tegenover staat een ander standpunt en daar hang ik bepaalde slechtheden aan op. Die schema’s worden door politiek links en rechts gebruikt. Maar die manier van spreken is ook in de literatuurbeschouwing terechtgekomen. Arnold Heumakers had kritiek op ‘Het diner’ van Herman Koch en werd daarop weggezet als elitaire criticus. Het frame is dan: de criticus meent te weten wat goed en slecht is, maar gelukkig hebben we de lezers en die weten het beter.”

U citeert David Shields (‘Reality Hunger’), die zegt dat de literatuur weer relevant wordt als ze zich vermomt als iets anders, zich niet meer voordoet als literatuur.

“Hij zegt: literatuur moet juist realistischer worden. Dan wordt het weer relevant. Dan doelt hij op geëngageerde schrijvers als Dave Eggers. Min of meer op ‘ons’ oude debat dat er meer straatrumoer in de literatuur moet. Maar die eis heeft ook een negatief effect. Kijk naar Abdelkader Benali’s boek over Badr Hari. Dat is een slimme mengeling van fictie en werkelijkheid, maar die mengvorm verdwijnt op tv. Daar gaat het alleen nog maar over Badr Hari en niet meer over de cultuurverschillen waar het in het boek ook over gaat. Is in die kwestie de literatuur weer relevant gemaakt? Dat weet ik nog zo net niet.”

Waarom is juist de schrijver zo’n publieke intellectueel geworden en meegetrokken in de beroemdheidcultus? Meer dan beeldend kunstenaars of filmregisseurs bijvoorbeeld.

“Dat de schrijver een rol vervult als ‘publieke intellectueel’ is natuurlijk verbonden aan het feit dat het in de literatuur om taal gaat en dat fictie ook altijd iets opiniërends heeft. In ons beeld van een schrijver zit ook het idee dat een schrijver ons iets moet vertellen over de wereld. Mulisch en Hermans waren daar duidelijk iconen van. Maar dat kan nu niet meer zonder je te onderwerpen aan de wetten van de media, aan de beroemdheidcultus. Je ziet dat Ilja Leonard Pfeijffer dat heel knap doet, de beroemde schrijver spelen, zowel in zijn boeken als in interviews, maar ook iets vertellen over de wereld. In zijn romans trekt hij een spiegelpaleis op, waardoor hij ongrijpbaar blijft.”

Waarom is het leven van de schrijver eigenlijk zo’n taboe voor literatuurwetenschappers? Tim Parks analyseert hoe een voorkeur voor het werk van een bepaalde schrijver te maken kan hebben met verwante ‘levensthema’s’. Dat is toch een legitieme invalshoek voor lezers?

“Het ‘ík’ in een roman is niet hetzelfde als de ‘ík’ van een schrijver. Als literatuurwetenschapper moet je daar subtiel over nadenken. Als je ‘Tonio’ leest moet je wel een onderscheid maken tussen de constructie en de werkelijkheid. Als je dat verschil uitwist, dan wis je de literatuur uit.

Literatuurwetenschapper Sander Bax © TR BEELD

“Zeker is ook binnen de literatuurwetenschap een en ander veranderd. Zo kijken we niet meer alleen formalistisch naar een tekst, maar ook naar maatschappelijke context en naar de schrijver. Maar als je literatuurwetenschapper bent en je wilt begrijpen waarom een roman impact heeft, dan moet je het ook over de zinnen en over de vorm hebben.”

Sander Bax
De literatuur draait door
Prometheus; 352 blz. € 25
Verschijnt op 28/2

Lees ook:

De lezer kiest ‘De trooster’ als het mooiste boek van 2018

Welke waren de mooiste boeken van 2018? Een enquête onder Trouwlezers leverde honderden titels op. Opvallend: boeken met een religieuze inslag zijn geliefd.

Deel dit artikel

In de 21ste eeuw is het steeds moeilijker geworden om vast te stellen wat echte literatuur is