Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Liever een conflict, dan een slap compromis

Cultuur

FRANK VERHALLEN

Review

Henk van Gelder: De vriendelijkste kerel van de wereld: Jaap van de Merwe, 1924-1989. Nijgh en Van Ditmar, Amsterdam; 224 blz. - f 34,90.

Die foto siert nu de kaft van het boek 'De vriendelijkste kerel van de wereld: Jaap van de Merwe, 1924-1989', geschreven door journalist en theaterrecensent Henk van Gelder. Deze biografische schets roept eenzelfde beeld op: een man die felheid tot zijn handelsmerk had gemaakt, maar die in wezen lang zo fel niet was. Een man ook die door zijn moeilijke karakter uiteindelijk meer vijanden dan vrienden heeft gemaakt en die mede daardoor vijf jaar na zijn dood nog amper wordt herinnerd.

Ten onrechte, zo toont Van Gelder in dit boek overtuigend aan. Hij baseert zich daarbij niet alleen op de boeken en platen van of met bijdragen van Van de Merwe en de uitgebreide informatie uit diens prive-archief, beheerd door Theaterinstituut Nederland. Belangrijke wetenswaardigheden betrok hij rechtstreeks van de familieleden, vrienden, bekenden en collega's, die hij in dit uitstekend gedocumenteerde boek sprekend invoert. Als cabaretier leed Van de Merwe aan zelfoverschatting, al geldt ook hier dat hij zich waarschijnlijk groter hield dan hij wist dat hij in werkelijkheid was. In elk geval maakte hij zich voor altijd belachelijk door in 1964 in Vrij Nederland te beweren dat hij binnen vijf jaar aan de top zou staan, dat hij de beste tekstschrijver van Nederland was en dat de programma's zoals Wim Kan en hij (!) die maakten heel wat beter waren dan wat er in die jaren allemaal aan pulp werd opgevoerd.

De kritiek op zijn beperkte kwaliteiten als uitvoerend artiest, wimpelde hij steeds weg. Ook als die kwam van de mensen die hij contracteerde voor zijn cabaret, zoals Frits Lambrechts en Rob van de Meeberg. En zelfs nog toen een gerenommeerde Volkskrant-recensent in veel hardere bewoordingen schreef: “Lurelei is Lurelei omdat Guus Vleugel zijn werk afstaat aan vakmensen. Jaap van de Merwe is Jaap van de Merwe omdat Jaap van de Merwe zijn werk afstaat aan Jaap van de Merwe. En hij laat geen gelegenheid onbenut om aan te tonen dat dit zijn enige, maar grootste vergissing is.”

Het zou tot omstreeks 1970 duren voor Van de Merwe berustte in zijn plaats in de marge. Vanaf dat moment schreef hij voornamelijk liedteksten voor anderen en zelfs enkele complete musicals. Toen ook verrichtte hij het werk waarvoor de historie hem dankbaar moet zijn: zijn studie naar het politiek-geengageerde cabaretlied. Onder zijn inspirerende leiding kwam ook het vermaarde radioprogramma tot stand dat op zijn onderzoek was gebaseerd: 't Oproer kraait, (1968-1975). Het is een van de weinige programma's waaraan hij meewerkte zonder met anderen in conflict te komen.

Cabaretier Rob van de Meeberg vertelt in het boek dat Van de Merwe niet kon overleggen en altijd alleen maar voorwaarden stelde: “Het compromis was niets voor hem; dat vond hij slap en karakterloos.” Daardoor maakte hij zich niet alleen onmogelijk als uitvoerend artiest en als medewerker van 'zijn' VARA, maar ook als journalist bij het Vrije Volk (1946-1959), als voorzitter van de Vereniging van Letterkundigen (1977) en, het meest tragisch, ook als echtgenoot. Toen zijn vrouw, Pijkel Schroder, voorzitter werd van de 'Rode vrouwen', keerde hij zich fel tegen haar door het feminisme als een misvatting en dwaalleer af te doen. En toen zij als gevolg van alle huiselijke conflicten in 1976 bij hem wegging, liet hij niet na haar met modder te bekogelen, tot in zijn rancuneuze thriller 'Daar komen de wijven' toe.

Opeens was Van de Merwe weer fel en strijdbaar, net als in de jaren zestig, toen hij op de barricaden klom en in woord en daad politieke actie voerde tegen het bestaande gezag en de oorlog in Vietnam. Maar waar die vroegere actiebereidheid hem sympathie had opgeleverd, wekte hij nu toch vooral deernis. Ondanks het feit dat hij, zoals uit het boek blijkt, later in zijn priveleven niet ongelukkig was, ontkom je niet aan de indruk dat hij meer aan het leven heeft geleden dan dat hij ervan heeft genoten.

In 1981 zei hij tegen Ischa Meijer: “Ik heb een hartstochtelijke behoefte om herinnerd te blijven. Ik wil historie wezen als ik dood ben.” Toch moet hij toen reeds hebben beseft dat hij, hoewel belangrijk in de jaren vijftig als cabaretpionier, al snel door anderen was voorbij gestreefd. En ook dat slechts een paar van zijn liedjes in de cabaretgeschiedenis zullen voortleven, zoals zijn bekendste: 'Drie patroeljes', dat met elf andere achterin in dit boek staat afgedrukt.

Een keer had hij nog overmoedig verondersteld dat er belangstelling zou bestaan voor zijn come-back als artiest. Maar na een optreden had een van de aanwezigen gezegd: “Mijnheer Van de Merwe, dat moet u niet meer doen. Daar bent u toch veel te groot voor geweest.”

Nog tijdens zijn leven maakte Coen van Vrijberghe de Coningh een cd met een keuze uit zijn liedjes, omdat Jaap 'die zo graag wilde hebben'. Met de fraaie biografie van Henk van Gelder is er nu ook de blijvende herinnering waar Van de Merwe zo op hoopte.

Deel dit artikel