Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Lief publiek, je zit in het donker maar de acteurs zien je echt wel

Cultuur

Sandra Kooke

Marien Jongewaard, Cas Enklaar, Maureen Teeuwen en René van ’t Hof op de stoelen van hun publiek. © Ton Toemen

Het publiek komt kijken naar acteurs. Maar andersom kijken acteurs ook naar het publiek. En wat zien ze dan? Slapende en appende mensen, maar ook een klankbord dat bespeeld kan worden.

‘Liefdesverklaring (voor altijd)’ heet het stuk dat René van ’t Hof, Maureen Teeuwen, Cas Enklaar en Marien Jongewaard gaan spelen. Die liefdesverklaring is gericht aan het publiek. Zo heel vanzelfsprekend is het niet om het publiek met liefde toe te spreken, want een zaal kan het acteurs heel lastig maken. In 1966 schreef de Oostenrijkse toneelschrijver Peter Handke daarom ‘Publikumsbeschimpfung’, een stuk waarin acteurs eens lekker een zaal de huid vol konden schelden. Al die ergernis over verveelde en onoplettende toeschouwers mocht er een keertje uit.

Lees verder na de advertentie

Zonder publiek kan een acteur niet bestaan. Wat heeft het immers voor zin om te spelen als niemand het ziet? Acteurs zijn dus aan het publiek overgeleverd. Een irritante zaal kan een voorstelling om zeep helpen, maar een fijne zaal tilt een voorstelling op naar een hoger niveau, kan acteurs vleugels geven. De macht van het publiek moet niet worden onderschat.

Ik vind opkomen absurd, belachelijk. Kiekeboe spelen voor volwassenen.

Marien Jongewaard

Van hun kant doen acteurs er alles aan om een voorstelling tot een goed einde te brengen. Maar wat kunnen bezoekers van hun kant doen om een avond te laten slagen? Eerst maar eens een misverstand uit de weg ruimen. Denk niet dat je als toeschouwer in een donkere zaal onopgemerkt kunt slapen, appen, fluisteren of gapen. Acteurs zien, horen, voelen alles. René van ’t Hof (62): “Een zaal heeft één ademhaling, één energie. Die voel je als speler, omdat al je zintuigen openstaan door de spanning en adrenaline. Het mooiste is het als een zaal reageert als één lichaam, als er één sfeer heerst. Dat lukt hooguit tijdens vijf voorstellingen in een tournee. Lastiger is een disbalans, als er alleen linksachter iemand zit te lachen. Of als er gedurende de eerste scène nog telefoons oplichten in de zaal. Echt waar, vanaf het podium zie je die witte vlekken allemaal.”

Roerloos

Stilte en concentratie in een zaal, dat vindt Marien Jongewaard (66) het mooist om mee te maken. “Een roerloze zaal ontroert me. Als je voelt dat je de zaal betoverd hebt. Met je stem, verhaal, beelden en overtuiging.”

Eendrachtige zalen, ja, die vindt Cas Enklaar (75) ook het fijnste. “Als de lachgolven door de zaal heen en weer slaan.” Enklaar is een echte publieksspeler. Een tegenspeelster was wel eens beledigd, omdat hij meer voor het publiek speelde dan voor haar. “Maar ik gedij bij publiek. Ik zie iedereen en probeer alle bezoekers bij de les te houden, alsof het een klasje is.” Een van de allermooiste momenten uit zijn carrière was een serie voorstellingen in Carré, voor duizend mensen, van ‘Bosch en lucht’ van het Werkteater. “Heerlijk, zo’n volle zaal. Maar ik heb ook gespeeld toen er maar twee kaartjes waren verkocht. Met het personeel erbij zaten er zes mensen in de zaal. Als je echt tegen dat publiek durft te praten, wordt het toch een leuke avond voor iedereen.”

Ook Van ’t Hof speelt met publiek veel beter dan in het repetitielokaal. “Ik hou niet zo van repeteren. Pas met publiek erbij ontstaat er een andere concentratie. Je kunt dan niet meer wegkruipen en dan doe ik dingen die ik niet van mezelf had verwacht. Vroeger beschouwde ik het publiek als iets vijandigs. Toen ik meer ervaring had, kreeg ik er een betere relatie mee. Je niet laten afleiden door wat er in de zaal gebeurt, dat moet je leren.”

Hoesten is een teken dat de spanning wegloopt. Soms is dat on­ver­klaar­baar.

Cas Enklaar

Maureen Teeuwen (60) begint altijd nerveus, maar is daar na twee zinnen overheen. “Dan is het publiek mijn vriend en gaan we samen op avontuur. Mensen vragen me soms: op welke avond kunnen we het beste komen kijken? Alsof we op woensdagen beter zouden spelen dan op vrijdagen! Ik zeg dan altijd: kom als je er zelf zin in hebt. Dan is de kans het grootste dat we lekker zullen spelen.

“De mensen in de zaal zijn het klankbord waardoor een voorstelling gaat werken. Door te hoesten en te zuchten hebben ze invloed op de voorstelling. Zelfs als ze stil zijn, zorgen ze voor respons. Je kunt de zaal wel manipuleren, daarvoor heb je codes tot je beschikking. Als je een relativerende opmerking maakt, ontstaat er ontspanning en weten mensen dat ze mogen lachen. Je kunt ook heel geconcentreerd gaan spelen, dan nemen ze dat over.”

Lekkere zalen

Een zaal die meewerkt, dat helpt echt, zeggen de acteurs. Lekkere zalen vind je in universiteitssteden, zegt Enklaar. “Zoals Groningen en Leiden, dat zijn fijne steden om te bespelen. In het zuiden is het altijd moeizaam. Amsterdam is leuk, maar daar heb je collega’s en krijg je vaak vernietigend commentaar. Bij vrije producties is men dan weer erg hartelijk. Daar komen ze je na afloop bedanken voor het spelen, als je in het café een biertje staat te drinken.”

Ze kennen het verschijnsel allemaal: de man op de eerste rij die ligt te slapen. Van ’t Hof: “Je ziet hem inzakken. En dan geeft zijn vrouw hem een elleboogstoot. Vroeger nam ik dat persoonlijk op, dat slapen. Nu denk ik: ‘die man is moe na een lange dag werken, maar moest mee met zijn vrouw’.”

Inspirerend is het natuurlijk niet. Net zo min als snoepjes uitpakken, snuiten, kuchen; dat allemaal wordt opgevangen door de acteurs. Maar het ergste zijn mensen die voortijdig weglopen. Van ’t Hof: “Soms is het een dokter die wordt weggeroepen, soms moet iemand plassen. Maar als acteur denk ik dat ze vanwege mij weggaan. ‘Ja, het is ook verschrikkelijk wat ik hier sta te doen’, gaat er dan door me heen. Eén keer maakte ik mee dat een stoorzender demonstratief vlak voor het einde met veel rumoer de zaal uitliep. Die ging even laten merken dat hij het heel slecht vond. De directeur van dat theater heeft hem toen een theaterverbod van een half jaar opgelegd.”

Toch is er ook begrip voor publiek dat zich niet meegaand gedraagt. “Het publiek heeft altijd gelijk,” zegt Enklaar. “Ik geef altijd de schuld aan de acteurs als het publiek vervelend wordt. Hoesten is een teken dat de spanning wegloopt. Soms is dat onverklaarbaar. Acteurs hebben dan de neiging harder hun best te doen, om de spanning weer op te voeren. Maar dat werkt niet, je moet terug naar ontspanning.”

Kat-en-muisspel

Jongewaard voelt zich juist uitgedaagd door een moeilijke zaal. “Ik moet dan onderzoeken hoe ik het op kan lossen en dat ontlokt me het beste spel. Toneel is een kat-en-muisspel. Soms deel je een tik uit aan het publiek, soms aai je zachtjes hun muizenvachtje. Je kunt het publiek pleasen, wakker schreeuwen, tot de orde roepen. Ik hou er ook van als het publiek iets terugdoet. Toeschouwers mogen het best laten blijken als ze het niet goed vinden.”

Opkomen, daar worstelen ze allemaal mee. Het lijkt wel alsof acteurs het liefst die eerste confrontatie met het publiek zouden willen overslaan. René van ’t Hof: “Het is een rare mengeling van gevoelens: je wil laten zien wat je hebt gemaakt én het is heel eng. Al ben ik niet iemand die gaat overgeven, zoals sommige acteurs. Ik heb pas vrij laat geleerd hoe ik het opkomen moet aanpakken: je moet je concentreren op de eerste zin. Niet denken aan de moeilijke passages die later nog komen. De eerste zin onthouden, is al moeilijk genoeg.”

Je ziet tegenwoordig vaak dat het podium al gevuld is met acteurs als de zaal begint vol te stromen. Dat blijkt prettiger voor acteurs dan opkomen voor een verwachtingsvolle zaal.

Enklaar: “Vroeger bij het Werkteater gaven we alle bezoekers bij de deur een hand. Ik ben nooit zo onzeker over mezelf, maar als ik door een dichte deur of vanuit de coulissen op moet komen en het publiek van tevoren niet kan zien, vind ik het eng. Dan voel ik me een insect onder een vergrootglas. Ik word beoordeeld. Het publiek denkt waarschijnlijk: wie is die man, waar komt hij vandaan? Dan moet ik allerlei verwachtingen inlossen.”

Ook Teeuwen houdt er niet van om achter een deur te wachten tot het lichtje gaat knipperen en zij op moet. “Het geroezemoes van een onzichtbare zaal maakt me nerveus. Ik ben maar het liefste al op het toneel als de zaal volstroomt. Dan hebben we dat maar gehad.”

Jongewaard: “Ik vind opkomen absurd, belachelijk. Kiekeboe spelen voor volwassenen.”

Applaus

Na afloop buigen, nog zoiets raars, vindt Jongewaard. “Het hoort erbij, maar ik moet er altijd om lachen. Ik ga thuis echt niet vertellen: ‘nou, ze klapten vandaag 53 seconden, wel twee seconden langer dan gisteren’.”

“Ik vind applaus halen fijn”, reageert Teeuwen. “Dan valt er iets van je af. Mensen moeten ook de gelegenheid krijgen om je te bedanken. Applaus halen moet je daarom goed repeteren en er moet iemand zijn die het buigen leidt.” Dat vindt ook Enklaar. “Ik vind het heerlijk, applaus halen. En het is ook beleefd tegenover het publiek om na afloop een buiging te maken.”

Het is een ‘idiote bezigheid’, vindt Van ’t Hof. Vooral als acteurs het te lang uitrekken en steeds opnieuw het podium opgaan. “Applaus geeft me wel een warm gevoel. Maar ik heb het niet nodig om te weten of de voorstelling goed is gevallen. Dat merk je al tijdens de voorstelling.

“De lengte van het applaus zet je ook wel eens op het verkeerde been. Soms is er klein applaus, maar komt dat voort uit ontroering. Nee, pas na afloop in het café hoor je wat de mensen er echt van vonden.”

Liefdesverklaring (voor altijd) is een co­productie van Nicole Beutler Projects, Zuidelijk Toneel en Rudolphi Producties. Magne van den Berg schreef de tekst. Première: woensdag 7 november in Theaters Tilburg. Daarna tournee tot eind januari door het hele land. Info: www.hzt.nl

Deel dit artikel

Ik vind opkomen absurd, belachelijk. Kiekeboe spelen voor volwassenen.

Marien Jongewaard

Hoesten is een teken dat de spanning wegloopt. Soms is dat on­ver­klaar­baar.

Cas Enklaar