Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Less is more bij Johannes Passion

Cultuur

Sandra Kooke

Review

Less is more, horen we tegenwoordig vaak. De uitspraak gaat lang niet altijd op, maar in dit Passie-weekeinde wel. Stonden in het Amsterdamse Concertgebouw een kleine vijftig man de Johannes Passion uit te voeren, in Haarlem waren vijfentwintig zangers en musici genoeg. Beide uitvoeringen werden geleid door mannen, die in de oude-muziekwereld groot zijn geworden, maar Sigiswald Kuijken is een paar graden strenger in de leer dan Sir Roger Norrington.

Dat bleek vooral uit de bezetting: oude instrumenten en een piepklein zangerscorps. Kuijken is ervan overtuigd dat Bach zijn passies niet met een koor uitvoerde, maar met solisten, die in koorpassages versterking kregen van ieder één extra zanger. Aan twee sopranen, twee alten, twee tenoren en twee bassen heeft Kuijken in de Johannes Passion genoeg. Norrington zette daar een koor van 24 zangers tegenover. Al heel veel minder dan de enorme koren die Willem Mengelberg vroeger in het Concertgebouw liet aanrukken, maar toch een enorm verschil met de heldere, open klank die de acht zangers van Kuijken tevoorschijn toverden.

Al meteen in het openingskoor opende zich bij Kuijken een wereld van nuances. Alle melodieën, alle fraseringen, alle versieringen en alle wringende harmonieën waren opeens kraakhelder waarneembaar. Het Nederlands Kamerkoor zong ook mooi en open, maar bereikte vanzelfsprekend niet dit resultaat. Bij de acht zangers werd het gevoel van massa niet gemist. Ze kwamen zonder problemen boven het orkest uit en vormden een eenheid waarmee gemakkelijk een woedende meute uitgebeeld kon worden.

Een goede passie met zo weinig zangers staat of valt met de kwaliteit van die zangers. Daar had Kuijken meer geluk dan Norrington. Tenor Bernhardt Hunziger, die zowel de koor- en de evangelistpartij als de tenoraria's zong, overtuigde meer dan evangelist James Gilchrist en tenor Prégardien samen. Datzelfde geldt voor bas/Jezus/koorzanger Jan van der Crabben, die weliswaar als Jezus op het randje van geaffecteerdheid balanceerde maar mooiere aria's zong dan Markus Marquardt in het Concertgebouw. De alt Petra Noskaiová deed haar wereldberoemde collega Sarah Connolly vergeten en Sunhae Im was een klasse beter dan Dominique Labelle.

Dat Norringtons Johannes Passion niet boeide en die van Kuijken wel, had echter vooral te maken met visie en overtuigingskracht. Hoe voorbeeldig er ook gezongen en gemusiceerd werd in het Concertgebouw, het miste richting en duiding. Het enige drama kwam van de Evangelist en Jezus die zoveel mogelijk jammerden en bulderden. Bij Kuijken bleef juist ieder effectbejag achterwege. Hij benaderde het werk veel soberder en meer van binnenuit, met het dramatische zwaartepunt in de koren. Prachtig zoals de muziek na Jezus' dood een fractie langzamer werd: alles in dienst van de rouw en de rust. Vlak of cerebraal, zoals bij Norrington, werd het bij Kuijken nooit. Zijn geheim verraadde hij in zijn eigen viola da gamba-solo in 'Est ist vollbracht'. De aandacht en toewijding die hij daar toonde, was er in het hele werk.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie