Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Lamarck zag waarom het leven complexer wordt

Cultuur

Marinus de Baar

Review

Pietro Corsi schreef een interessante biografie van de bioloog Lamarck. Over de lange nek van de giraffe en de verschuiving van continenten.

Als Jean-Baptiste de Lamarck (1744-1829) aan het einde van zijn leven terugkijkt op zijn wetenschappelijke loopbaan schrijft hij dat hij twee redenen heeft om trots te zijn. Corsi, zijn biograaf, vat die als volgt samen: „Ten eerste de classificatie van de ongewervelde dieren []. Ten tweede het aantonen dat er een natuurlijke orde bestaat, een systeem van wetten waarmee elk verschijnsel verklaard kan worden.”

Het eerste is nogal bescheiden, want Lamarck heeft bijvoorbeeld ook verdienstelijk over de Franse flora en meteorologie geschreven. En het tweede is nogal vermetel, want het was een poging om de Franse Newton te worden door de verklaring van alle natuurlijke verschijnselen, van de vorming van continenten tot en met de ontwikkeling van het leven, op basis van een beperkt aantal wetten.

Het eerstgenoemde, de classificatie van de ongewervelden, was zeker een belangrijk wapenfeit in Lamarcks leven. In 1793 was aan hem de leerstoel voor de zoölogie van insecten en wormen toegewezen aan het Parijse Natuurhistorisch Museum. Die ongewervelden vormden een immense hoeveelheid diersoorten waarin Lamarck orde bracht in een zevendelige monumentale Histoire naturelle des animaux sans vertèbres.

In dat werk is ergens een algemene onderverdeling van dieren te vinden die loopt van ’apathische’ dieren naar sensibele dieren en verder door naar intelligente dieren. Gaandeweg ging Lamarck denken dat er een ontwikkeling van levensvormen is die verloopt van het eenvoudige naar het complexe. Bij die ontwikkeling spelen de omgevingsfactoren een belangrijke rol.

Lamarck geeft beroemd geworden voorbeelden: als die omgeving natter wordt, ontwikkelen vogels vliezen tussen de tenen en zo ontstaan eenden en ganzen; en nog beroemder het voorbeeld van de giraffe die zijn lange nek ontwikkelde omdat hij steeds hoger moest rekken voor zijn voedsel. Corsi besteedt daar allemaal niet zoveel aandacht aan. Daar is al zoveel over geschreven en dat komt omdat Lamarck bijna altijd in het licht van de latere evolutietheorie wordt bezien, als een voorloper van Darwin.

Het tweede aspect van Lamarcks wetenschappelijke arbeid is dat hij meende uit één algemeen principe, dat van de vloeistoffendynamica, alle verschijnselen in zowel de dode als levende natuur te kunnen verklaren. In zijn ’Hydrogéologie’ schreef hij de vorming en verplaatsing van continenten toe aan de dynamica van de watermassa’s op aarde. Onder meer door de rotatie van de aarde kregen de oceanen een westwaartse beweging die continenten aan hun westkust deed eroderen (het water neemt als het ware land met zich mee) en aan hun oostkust liet aanslibben. Doordat zij aan hun westkust afkalfden en aan hun oostkust aangroeiden, verplaatsten de continenten zich in oostelijke richting en zo hadden ze al ettelijke malen de aarde omcirkeld.

Dezelfde vloeistoffendynamica verklaart voor Lamarck ook de toenemende complexiteit van het leven. Zo voedden de eenvoudigste dieren zich via hun huid door voedseldeeltjes te absorberen. Maar de vloeistoffendynamica van deze voedende deeltjes maakte dat sommige deeltjes werden opgenomen, andere werden door de huid afgestoten, en weer andere vormden – doordat zij tegen de huid aanstroomden – een ’putje’ dat door herhaling dieper werd en kon uitgroeien tot een eenvoudig voedselkanaal dat later een ontwikkeld spijsverteringskanaal zou worden. Eigenlijk net zoals in geologisch opzicht een dal door een rivier wordt uitgesleten. Wat Lamarck presenteerde was een wetenschappelijk model waarin materie en beweging, met aantrekking en afstoting van deeltjes, aggregatie en ontbinding van moleculen, als specificaties van zijn vloeistoffendynamica de verklaring vormde voor de dode en de levende natuur.

Misschien heeft de Nederlandse uitgever aan het Corsi's boek een spannende ondertitel willen meegeven: ’Sprongen in de evolutie’. Maar dat is wel een blunder. Er is bij Lamarck helemaal geen sprake is van ’sprongen’. De ontwikkeling van de natuur verloopt volgens hem gradueel, geleidelijk, van het eenvoudige naar het complexe. In de tekst van Corsi wordt dat ook drie of vier keer gesteld dus aan hem ligt het niet.

Het lag evenmin voor de hand om het begrip ’evolutie’ te gebruiken: bij Lamarck is er nog geen sprake van evolutie (het ontstaan van nieuwe soorten op basis van natuurlijke selectie) maar van transformisme, de geleidelijke verandering van soorten. Bovendien wil Corsi met dit boek nu juist aandacht geven aan andere aspecten van Lamarck dan aan diens plaats in de ontwikkeling van de evolutietheorie. Als we de ondertitel echter even wegdenken, houden we een originele en interessante Lamarckstudie over.

Deel dit artikel