Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kunstsubsidies blijken supereffectief

Cultuur

Seije Slager

Detail van Osama, 2010, Olieverf op doek, 50 x 40 cm, van Marlene Dumas. © ANP Communique
Interview

Worden kunstenaars lui van subsidies, zoals veel politici tegenwoordig lijken te denken? Cultuursocioloog Ton Bevers van de Erasmus Universiteit deed de afgelopen tijd onderzoek naar het effect van subsidies, en als hij naar zijn cijfers kijkt, moet hij een andere conclusie trekken.

In zijn afscheidscollege als hoogleraar - hij gaat met emeritaat - verdedigde hij gisteren de stelling dat de Nederlandse kunst tussen 1980 en 2010 een derde Gouden Eeuw beleefde. Dankzij de kunstsubsidies.

Een Gouden Eeuw. Daar zegt u nogal wat.

"De eerste Gouden Eeuw, tijdens de zeventiende eeuw, die kent iedereen wel. Ook de periode tussen 1870 en 1920, tussen Van Gogh en Mondriaan zeg maar, wordt vaak als een Gouden Eeuw aangeduid.

"Ons onderzoek laat zien dat tussen 1980 en 2010 de zichtbaarheid van Nederlandse kunstenaars in het buitenland explosief toenam. En dan ook nog op de plekken die ertoe doen: New York, Londen, Berlijn en Parijs. Die stijging zie je zowel in musea als op commerciële beurzen. Dus ik durf dat een derde Gouden Eeuw te noemen."

Hoe onderzoek je zoiets? In musea de schilderijen tellen?

"We hebben een database aangelegd van alle kunstenaars die sinds 1980 in contact zijn geweest met een Nederlandse subsidie-instelling, en hebben hun carrières in kaart gebracht. Dat beginjaar komt overeen met het begin van een subsidiebeleid om Nederlandse kunst in het buitenland te bevorderen. Begin jaren tachtig was er maar een paar honderd keer per jaar Nederlandse kunst in het buitenland te zien, dat is sindsdien almaar gestegen, tot 4000 keer in 2009."

Zegt die kwantitatieve groei iets over de kwaliteit van de kunst?

"Als socioloog heb ik geen inhoudelijk oordeel over een kunstwerk. We gaan wel vervolgonderzoek doen naar de ontvangst van Nederlandse kunst. Maar je kunt als kunstenaar niet zomaar besluiten 'Ik ga in het buitenland exposeren'. Dan moet je werk ook nog geaccepteerd worden, dus ik ga ervan uit dat er een verband is met kwaliteit."

Wie is dan onze hedendaagse Vermeer of Van Gogh?

"Als ik het provocerend mag stellen: de derde Gouden Eeuw is er niet een van kunstenaars, maar van kunstbeleid. Tijdens de eerste en de tweede Gouden Eeuw was er geen echt kunstbeleid vanuit de overheid. Tijdens de derde zie je dat Nederlandse kunst vooral na 1996 erg succesvol wordt. Dat is ook het jaar dat de overheid meer werk van exportsubsidies begint te maken."

U gaat geen naam noemen?

"Ik kan wel vertellen welke kunstenaars het meest te zien zijn geweest in het buitenland. Dan staat overigens Marina Abramovic op de eerste plaats. Iemand die oorspronkelijk niet uit Nederland komt, maar wel in Nederland gewoond en gewerkt heeft, door Nederland is afgevaardigd naar kunstmanifestaties, en mee heeft geprofiteerd van het kunstklimaat hier. Dus die telt mee in ons onderzoek.

Dat is nog iets bijzonders van het Nederlandse kunstbeleid: dat het altijd heel open is geweest. Op de derde plaats in de lijst staat Marlene Dumas, oorspronkelijk uit Zuid-Afrika. Verder staan Rineke Dijkstra, Joep van Lieshout en Paul Panhuysen in de topvijf."

En die Gouden Eeuw is nu voorbij?

"In 2010 het laatste jaar van ons onderzoek zie je ineens een scherpe daling in de zichtbaarheid van Nederlandse kunst. De economische crisis was een eerste valbijl, de overheid is sindsdien ook veel minder genereus geworden, er worden instellingen opgeheven. Ik denk dat we op een keerpunt staan."

Deel dit artikel