Analyse Muziek

Kunstenaars hebben weinig vertrouwen in verplicht eerlijk loon

Straatmuzikant bij het Rijksmuseum in Amsterdam. 80 tot 90 procent van de musici kan nauwelijks leven van het werk als gevolg van de lage beloningen. Beeld Ton Toemen, Hollandse Hoogte

De Tweede Kamer bespreekt vandaag de cultuurnota, waarin minister Van Engelshoven gesubsidieerde kunstinstellingen wil verplichten een eerlijke loon te betalen. Gaan kunstenaars er eindelijk financieel op vooruit?

Dat de meeste kunstenaars slecht betaald worden in Nederland, is geen geheim. Deze krant schrijft regelmatig over financiële misstanden in de kunst, andere kranten doen dat ook. Maar toen Trouw anderhalve maand geleden op de voorpagina schreef dat musici helemaal niéts kregen voor de gratis lunchconcerten in verschillende zalen, stak er plotseling een storm van verontwaardiging op. Zangers, musici, componisten en organisatoren van concerten overstelpten de redactie met e-mails, telefoontjes en whatsappjes. De teneur: wat fijn dat er eindelijk aandacht is voor onderbetaling. En: de gratis lunchconcerten zijn het topje van de ijsberg.

Ook bij hoboïste Dorine Schoon, die in het artikel kritiek had geuit op het niet betalen van de musici, ontplofte de mailbox en hield de telefoon niet meer op. Als woordvoerster van het vorig jaar opgerichte Platform voor Freelance Musici had ze al vaker dit verhaal verteld. “Maar nu wilden journalisten van kranten, radio- en tv-programma’s opeens mijn mening horen. Daarnaast werd ik heel veel gebeld door musici die zich door mij gesteund voelden en me bedankten, omdat ik mijn mond had durven open doen. Binnen korte tijd had het Platform 700 nieuwe leden. En er komen er dagelijks nog bij.”

Die lunchconcerten, die opeens zoveel aandacht genereerden, zijn op zichzelf eigenlijk niet zo’n heel groot probleem. Slechts enkele zalen, waaronder Tivoli/Vredenburg en het Concertgebouw, laten musici voor niets spelen. Die musici doen dat vrijwillig, sommigen vragen er zelf om. Ze hopen dat het bijdraagt aan hun naamsbekendheid. Meestal zijn het trouwens studenten.

De symboolwaarde van deze gratis concerten is daarentegen groot. Dat zelfs chique organisaties als het Concertgebouw professionals voor niks laten optreden, terwijl de zaalwachten en pianostemmer wel betaald krijgen, geeft aan hoe moeilijk de positie van musici is geworden. En opeens was dat voor musici de aanleiding om openlijk te vertellen over de vele misstanden in de cultuursector. Sommigen openden zelfs hun kasboekje in kranten om te laten zien hoe moeilijk ze rond konden komen.

Creatieprikkel

Schoon schat dat 80 tot 90 procent van de musici nauwelijks kan leven van het werk als gevolg van de lage beloningen. Maar ermee stoppen, nee, dat doen de meesten niet. En daar zit meteen een belangrijke oorzaak van het probleem, legt kunsteconoom Pim van Klink uit. Hij maakte het cultuurbeleid de af­gelopen veertig jaar van dichtbij mee, eerst als ambtenaar op het ministerie van cultuur, later promoveerde hij op de arbeidsmarkt van kunstenaars.

Die arbeidsmarkt is compleet anders dan die van andere beroepsgroepen, zegt hij. “Kunstenaars laten zich niet leiden door een inkomensprikkel, maar door een creatieprikkel. Hun behoefte om iets te maken, zet hen aan het werk. Dat maakt hen heel kwetsbaar, want ook zonder er iets mee te verdienen gaan ze door. In de kunstsector is daardoor sprake van een chronisch overaanbod. Dat zorgt voor prijsdaling. In andere sectoren stoppen mensen ermee als de beloning te laag wordt, maar kunstenaars doen dat niet.”

De gevolgen zijn schrikbarend. Bij Trouw stroomden de voorbeelden binnen. Jazz- en improviserende muzikanten moeten bij kleine zaaltjes steeds vaker spelen voor de opbrengst van de entreekaartjes, vertelde Mark Lotz van de Beroepsvereniging van Improviserende Musici. “De eigenaar zet op een avond drie bands neer en die moeten de opbrengst van de entree delen. Loopt het niet goed, dan ga je met slechts een paar euro per persoon naar huis.”

Nauwelijks rondkomen

Componisten kunnen nauwelijks ­rondkomen, zelfs diegenen die in­ternationaal zijn doorgebroken. Hun werk mag sinds kort door orkesten, ­fanfares, koren, kerken, enzovoorts worden gebruikt voor een bijzonder laag tarief, aldus Esther Gottschalk, directeur van Nieuw Geneco, de bond van Nederlandse componisten. Dat is leuk voor die organisaties, maar componisten hebben daardoor bijna geen inkomen.

Oude-muziekspecialisten treden op in een netwerk van sfeervolle historische panden. Maar ze gaan regelmatig met maar een paar tientjes naar huis, vertelde pianorestaurateur Olaf van Hees, die regelmatig zijn instrumenten voor concerten uitleent.

En dan zijn er nog de grote muziekorganisaties: de orkesten en operagezelschappen. Zij krijgen subsidie van het Rijk, maar geld voor fatsoenlijke betaling van de freelance-invallers, zangers en musici, is er niet. Bij De Nationale Opera & Ballet, de instelling met de hoogste subsidie, ontvangen de freelancezangers ongeveer de helft van het salaris van de vaste krachten. Dorine Schoon heeft meermalen bij een goed gesubsidieerd orkest drie uur gerepeteerd voor slechts 87 euro. Aan die repetitie gingen uiteraard vele onbetaalde uren thuisstudie vooraf.

Onbetwistbaar uitgangspunt

Voor al die musici moet het een uitkomst zijn dat minister Ingrid van Engelshoven (D66) van Cultuur van plan is om een eerlijke beloning van kunstenaars te verplichten voor kunstinstellingen die subsidie ontvangen. Vandaag praat de Tweede Kamer met de minister over haar plannen met de cultuursector voor de periode 2021-2024. Daarin stelt ze dat eerlijke beloning een ‘onbetwistbaar uitgangspunt’ voor haar is. Belangrijker zelfs dan de hoeveelheid kunst en de werkgelegenheid. Een instelling met rijkssubsidie moet zich voortaan houden aan de cao’s en andere richtlijnen voor honorering.

Probleem opgelost? Nee, Schoon, Van Klink, maar ook Caspar de Kiefte van de Kunstenbond FNV verwachten hier eigenlijk helemaal niets van. De Kiefte: “De meeste kunstinstellingen zeggen: fair practice is mooi, maar zonder extra geld gaat dat niet lukken.”

Werkgevers en werknemers discussiëren al jaren over de precieze invulling van fair practice, oftewel eerlijk werk. In veel gevallen ontbreekt een richtlijn, in andere gevallen zijn de cao-afspraken uiterst mager. In de praktijk hebben de discussies nog tot niets geleid. De Kunstenbond bracht onlangs een selectie van ergste misstanden uit, die de afgelopen maanden werden gemeld op het meldpunt Unfair Practice van de bond.

Pas toe of leg uit

De Kiefte verwacht niet dat Van Engelshoven nu opeens hard zal ingrijpen. “Ze schrijft dat ze instellingen gaat benaderen volgens het principe: pas toe of leg uit als je het niet kunt toepassen. Die gaan haar dus allemaal vertellen dat ze niet meer geld kunnen betalen.”

Ook Schoon heeft totaal geen vertrouwen in de oplossing van Van Engelshoven. “Zolang ze vindt dat de cao’s voldoen aan fair practice, staan zzp’ers in de muziek met de rug tegen de muur. Normen als 87 euro voor een repetitie staan gewoon in de cao. Orkesten vinden het ook een laag bedrag, maar niemand onderneemt er actie tegen. Bonden, werkgevers, de minister, ze wijzen allemaal naar elkaar. Wij zzp’ers zitten ermee. Het Platform vindt 65 euro per uur een eerlijk tarief. Je moet bedenken dat de voorbereiding thuis, die uren kan duren, niet wordt uitbetaald.”

Artistiek profiel

Volgens Van Klink leidt het huidige kunstbeleid ertoe dat de beloning van kunstenaars steeds slechter wordt, omdat kunstinstellingen worden beoordeeld op grond van kwaliteit en kwantiteit. Van Klink: “In de kamermuziek krijgt een ensemble subsidie op grond van de hoeveelheid producties en kwaliteit. Het management van een ensemble gaat dan proberen zoveel mogelijk onderscheidende producties te maken. Voor een opvallend artistiek profiel gaat men samenwerken met een beroemde dirigent of bijzondere solist, er komen dure decors enzovoorts. Dat kost allemaal veel geld. De betaling van het vaste gezelschap van musici wordt een restpost.

“Fair practice gaat daar echt niets aan veranderen, tenzij goed werkgeverschap een eerste voorwaarde wordt voor subsidie. En dat gaat verder dan ­tegen elkaar zeggen: ‘Je moet wel een beetje redelijk betalen, hoor’. Gezelschappen zouden weer personeel in dienst moeten kunnen nemen. Investeer voor langere periode in een vast tableau van acteurs of musici, op zijn minst bij de grotere gezelschappen. Dan zou je tegelijkertijd minder zwaar in moeten zetten op de hoeveelheid producties en de bijzonderheid van producties. Anders werkt het niet.”

Generatie-gratis

Minder kunst, dat zou de logische uitkomst zijn van het beter betalen van kunstenaars. Die keuze moet eerlijk op tafel komen, vindt ook De Kiefte. “Gelukkig komt steeds meer naar buiten hoe slecht de betaling van kunstenaars is. Er komt een moment dat we zeggen: dit is maatschappelijk niet aanvaardbaar. En dan is minder kunst de consequentie.”

Van Klink wijst erop dat het publiek te lang heeft geleefd met goedkope kunst. Niet alleen in de zalen, maar vooral op internet. “We hebben een generatie-gratis laten ontstaan, die denkt recht te hebben op gratis albums, films en kunst op festivals. Dat publiek moet heropgevoed worden, zodat ze begrijpen dat kunstenaars een keihard werkende beroepsgroep zijn.”

Minder kunst. Schoon heeft het lang niet hardop durven zeggen, maar nu ontkomt ze er niet aan. “Wij kunstenaars moeten er niet meer voor op blijven draaien. Een van de positieve resultaten van de opengegooide discussie is dat musici met elkaar praten over de slechte beloning en het niet meer normaal vinden. Nu moeten ze het ook nog durven aankaarten in plaats van te verwachten dat ik het allemaal oplos.”

Ook Van Klink denkt dat de kunstenaars zelf voor een groot deel de sleutel in handen hebben. “Kunstenaars moeten zichzelf verenigen en een minimumprijs afspreken. Natuurlijk is de keten zo sterk als de zwakste schakel: als eentje onder de prijs gaat werken, hang je al. Maar met een stevige organisatie kunnen ze ook in onderhandelingen tot betere voorstellen komen.”

Groeiende invloed

Dat is precies waarvoor Schoon het Platform voor Freelance Musici heeft opgericht. Daar zijn nu al meer dan 2000 musici bij aangesloten. En ze voelt haar invloed groeien. “We worden sinds kort beschouwd als gesprekspartner. We zijn de afgelopen weken heel veel op radio en tv geweest, maar ook bij het ministerie en bij de PvdA. In oktober wil de minister met ons praten. Volgende week ben ik uitgenodigd bij de directeur van het Concertgebouw, Simon Reinink.”

Er is ook reden voor hoop, vindt Schoon. “Het mooie van al de publiciteit is dat het heeft gezorgd voor bewustwording. Niet alleen musici denken meer na over de betaling, ook bij instellingen ontstaat schaamte over de lage tarieven. Ze zeggen nu ‘sorry, we hebben niet meer geld’. Dat ze zich er nu voor verontschuldigen, is al een stap vooruit.

“Hier en daar zie ik verbeteringen. Van een professioneel kwartet hoorde ik dat het volgend seizoen toch niet een lunchconcert mag komen geven. De zaal nam alleen nog studenten, omdat ze geen geld hebben voor betaling. Dat is een teken dat men beseft dat het niet normaal is om voor niks op te treden.”

Probleem opgelost? Nee, Schoon, Van Klink, maar ook Caspar de Kiefte van de Kunstenbond FNV verwachten hier eigenlijk helemaal niets van. De Kiefte: “De meeste kunstinstellingen zeggen: fair practice is mooi, maar zonder extra geld gaat dat niet lukken.”

Lees ook:

Musici zijn het zat om voor nop te komen spelen

Musici zijn er klaar mee. Ze willen geen concerten meer geven waarvoor ze niet of nauwelijks betaald worden. 

Het uurtarief van zzp’ers in de kunst ligt op een uitzonderlijk laag niveau

Musici weigeren nog langer gratis concerten te geven. Ook andere freelance kunstenaars werken tegen uitzonderlijk lage tarieven, blijkt uit onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden