Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kunst waar de Parijse elite schande van sprak

Cultuur

Loliet Witteveen

Links het schilderij van Aloïse Cobaz, die zich waande in een relatie met keizer Wilhelm II. Rechts 'Inâûçêr'-hôse’ van Gaston Dufour. Hij maakte zijn tekeningen aanvakelijk op meegesmokkeld krantenpapier. © Aloïse Corbaz en Gaston Dufour

Zeventig jaar nadat de werken van gevangenen en psychiatrisch patiënten de kunstelite in Parijs schokten, komt hun 'art brut' naar Nederland.

Ooit leidden zo'n 150 kunstwerken van kinderen, gevangenen en psychiatrisch patiënten tot ophef in Frankrijk. Precies zeventig jaar na dato is de collectie waarmee kunstenaar Jean Dubuffet de Franse elite shockeerde voor het eerst te zien in Nederland.

Lees verder na de advertentie

"We dalen af naar het Parijs van 1949", zegt directeur Hans Looijen in zijn Outsider Art Museum, dat onderdeel is van de Hermitage in Amsterdam. Looijen vertelt hoe de verzameling die de Franse kunstenaar Jean Dubuffet (1901-1985) in dat jaar presenteerde tot stand kwam. Dubuffet verzamelde 'art brut', een door hem bedachte term voor 'rauwe kunst', gemaakt door personen die buiten de samenleving vallen. Ziekenhuizen, gevangenissen en psychiatrische instellingen speurde Dubuffet af op zoek naar kunst buiten de officiële kanalen om, ver weg van de gevestigde orde.

De tentoonstelling leidde tot grote verontwaardiging bij de culturele elite. Het zou de werken ontbreken aan artistieke kwaliteit en van kunst was absoluut niet te spreken. Met zijn tentoonstelling probeerde Dubuffet precies het tegendeel te bewijzen.

Looijen: "Iedereen weet: de beste wijn is champagne. En de beste champagne is de brut, want daaraan wordt de minste suiker toegevoegd. Hetzelfde, zei Jean Dubuffet, geldt voor de kunst. 'Art brut', is de meest pure en zuivere vorm van kunst die er is."

Schenking

De kunstenaar schonk zijn collectie uiteindelijk aan de stad Lausanne in Zwitserland, waar de 'Collection de l'Art Brut' uitgroeide tot een verzameling van meer dan 70.000 werken. Eén ding hebben alle makers gemeen: ze hebben geen van allen een kunstopleiding gevolgd of op een bepaalde manier les gehad.

In Amsterdam zijn meer dan honderdvijftig werken uit de originele verzameling te zien, van kindertekeningen en werken van naamloze kunstenaars tot stukken van de inmiddels wereldberoemde kunstenaars Aloïse Corbaz en Adolf Wölfli.

Gaston Dufour (1920 - ?)

Gaston Dufour - beter bekend als Gaston Duf - groeit op in een Frans gezin met tien kinderen. Hij is mijnwerker in het departement Pas-de-Calais in Noord-Frankrijk, maar houdt dat door zijn slechte gezondheid niet lang vol. Op zijn twintigste gaat hij aan de drank en wordt hij opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

Daar komt zijn arts al snel tot de ontdekking dat Duf iets onder zijn kleding verstopt: tekeningen. Met potlood tekent hij mythische wezens op kranten- en tijdschriftenpapier dat hij bij elkaar weet te sprokkelen. Na de ontdekking bezorgt zijn arts hem beter tekenmateriaal. De monsterachtige figuren voorziet hij van bijzonder gespelde bijschriften: 'Rinâûçêr'-hôse' en 'Ipp'-ôptâme'. De vouwen in het papier, doordat Duf ze onder zijn kleren verstopte, zijn nog steeds zichtbaar van dichtbij.

Aloïse Corbaz (1886-1964)

Aloïse Corbaz komt na de middelbare school terecht als gouvernante aan het hof van keizer Wilhelm II van Pruisen, maar bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keert ze terug naar Zwitserland. Daar gaat ze mentaal achteruit en wordt ze gediagnosticeerd met schizofrenie. De rest van haar leven zit ze in een psychiatrische kliniek in Lausanne.

Daar tekent Corbaz met alle materialen die ze kan vinden. Ze maakt verf van tandpasta, bladeren en samengeperste bloemblaadjes. In haar enorme oeuvre staat haar liefdesrelatie met keizer Wilhelm II centraal. Niemand gelooft haar, maar in de sprookjesachtige beelden wordt het werkelijkheid: zij, met gouden krullen in rijkversierde jurken, hij in uniformen beladen met insignes. Het warme roze en rood staan in scherp contrast met de kille, blauwe ogen van de omstanders: er is niemand die ziet wat zij ziet.

‘Art Brut: Jean Dubuffets revolutie in de kunst’, tot en met 25 augustus in het Outsider Art Museum, in de Hermitage Amsterdam.

Lees ook:

De krabbels en kronkels van Jean Dubuffet

Ook in 2017 was de collectie van Jean Dubuffet te zien in Nederland. In zijn werk zoekt de kunstenaar naar onpersoonlijke, voor iedereen begrijpelijke beeldtaal. 

Deel dit artikel