Koenigs-claim moeilijk hard te maken

cultuur

kunstredactie

De claim die de erven van bankier en kunstverzamelaar Franz Koenigs deze week bij de Nederlandse Staat hebben ingediend, waarin ze de complete collectie tekeningen en schilderijen opeisen, heeft waarschijnlijk weinig kans van slagen.

Problematisch is vooral de periode waarop de claim betrekking heeft. De familie Koenigs wil de rechtsgeldigheid bevechten van de overdracht van de omvangrijke collectie tekeningen en schilderijen, die plaatsvond in april 1940. Koenigs had zijn verzameling - met werken van Rubens, Jeroen Bosch, Dürer, Tiepolo - enkele jaren eerder vanwege schulden bij een joodse bankrelatie in onderpand gegeven, maar slaagde er niet in deze terug te betalen. Uiteindelijk besloot de bank de collectie te verkopen aan de havenbaron van Beuningen.

Kleindochter Christine Koenigs, die ruim drie jaar archiefonderzoek pleegde naar het lot van de familiecollectie, heeft bewijzen verzameld om aan te kunnen tonen dat de overdracht voor haar grootvader onder 'oorlogsdruk' heeft plaatsgevonden, ook al was in de eerste dagen van april 1940 nog niet te voorzien of Nederland daadwerkelijk bij de oorlog betrokken zou raken.

Volgens Riod-medewerker G. Aalders is dit een 'zwak punt' in de claim. De besluiten die in oorlogstijd over eigendomskwesties zijn genomen, waar Koenigs zich nu op beroept, hebben feitelijk allemaal betrekking op de periode ná de Duitse inval op 10 mei 1940. Logisch, volgens Aalders: “De situatie was in april in Nederland exact hetzelfde als die in bijvoorbeeld Zweden of Zwitserland; landen die uiteindelijk neutraal zijn gebleven. Nederland was sinds Napoleon al neutraal. Terugkijkend is het dus de vraag of je in april echt kon spreken van 'oorlogsdruk'.”

In het allereerste Koninklijk Besluit dat de Nederlandse regering in ballingschap in Londen op 24 mei 1940 heeft uitgevaardigd, kan met de vijand bedreven handel nietig worden verklaard. Maar wèl pas vanaf de bezettingsdatum. Aalders: “De gezamelijke verklaring van de geallieerden uit 1943 waarin álle transacties met de vijand nietig worden verklaard, geldt welliswaar met terugwerkende kracht tot september 1939, maar dan, nogmaals, alleen vanaf de bezettingsdatum van het betreffende land.”

Overigens begrijpt Aalders bij alle ophef over 'oorlogkunst' niet waarom niemand het meer heeft over de joodse kunsthandelaar Goudstikker, die in mei 1940 op de vlucht naar Engeland omkwam. “Zijn bezit is verkocht aan Göring, maar geen enkele claim van zijn weduwe is na de oorlog ingewilligd. Dat was pas een ècht schandaal.”

De Koenigs-claim ligt sinds dinsdag bij de Inspectie Cultuurbezit van het ministerie van OC&W. Het ministerie verwacht binnen enkele weken te kunnen antwoorden. Nederland onderhandelt nog steeds met Rusland over het deel van de collectie dat zich in het Poesjkin museum in Moskou bevindt. Van Beuningen verkocht destijds een deel van de verzameling aan de Duitsers, in 1945 namen Sovjet-troepen tekeningen als oorlogsbuit mee naar Rusland. De claim van de Koenigs-erven richt zich ook op deze 'oorlogsbuit' van ruim 300 oude meesters. Het grootste deel van de collectie - meer dan 2 000 tekeningen - bevindt zich in het museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie