Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kijkers noch collega's hoeven mij aardig te vinden

Cultuur

Isabel Baneke

© Werry Crone
Media

Margo Smit is de eerste ombudsman voor de hele publieke omroep. Gevraagd en ongevraagd zal ze de journalistieke programma's onder de loep nemen. 'Ik hoop dat ik zo min mogelijk mensen op hun vestje zal hoeven spugen. Maar als het nodig is, dan zal ik het wel doen.'

Haar vinger wijst naar een zwart rolkoffertje, in de hoek van het zaaltje in het Hilversumse hoofdgebouw van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) waar het interview wordt gehouden. Ze lacht. "Een vaste plek heb ik niet: dat is mijn kantoor." Met de koffer achter zich aan sjorrend trekt Margo Smit het hele Mediapark over, nu nog vooral om kennis te maken met de redacties waarover ze haar kritisch licht zal laten schijnen.

Smit is de eerste ombudsman van de NPO. Sinds begin dit jaar is het haar taak om de omroepen gevraagd en ongevraagd van advies te dienen over journalistieke kwesties. Van het 'NOS Journaal' tot 'Nieuwsuur' en 'EenVandaag', op radio en tv, maar ook op de websites, mobiele platforms en apps: van elk journalistiek programma mag Smit het handelen beoordelen. Iedereen mag over haar adviezen meepraten.

Er staat haar een flinke klus te wachten, geeft ze toe. "Een kwart van alle producties van de NPO is nieuws en opinie. En dan hebben we het nog niet eens gehad over sport en evenementen, programma's die ik ook kan onderzoeken."

De afgelopen anderhalf jaar was Smit ombudsman bij de NOS. Nu krijgt ze nog meer klachten op haar bordje. "Het zal vallen en opstaan worden, het is een heel nieuw instituut. Ik hoop dat het klein blijft, dan gaat er immers heel veel goed. Maar er is best een kans dat de NPO op een gegeven moment zegt 'Dat kan die mevrouw niet in d'r eentje'. We gaan het zien."

Lees verder na de advertentie

Een NPO-brede ombudsman was 'dringend nodig', schreef NOS-directeur Jan de Jong in een opiniebijdrage in NRC Handelsblad. Vindt u dat ook?

"Er wordt op dit moment een felle discussie gevoerd over de transparantie van de journalistiek. En dat is ook niet zo gek. Lange tijd hebben journalisten enorm lange tenen gehad. Dat kan nu niet meer, door toedoen van twee processen die met elkaar oplopen.

"Enerzijds heeft het internet het kijkers en luisteraars makkelijker gemaakt om hun vragen, klachten en grieven te ventileren. Ik ben apetrots op de brievenbus die ik heb gekregen, maar denk niet dat ik vaak post op papier zal krijgen. Tegelijkertijd werken journalisten niet meer alleen voor de tv of de fysieke krant. Nieuwsorganisaties verspreiden hun informatie 24/7 op allerlei kanalen. De productie is toegenomen. "In die zin is de komst van een ombudsman dringender geworden. Aan de andere kant is de journalist nog nooit zo goed opgeleid geweest als nu, met zo veel handvatten om het werk te doen. Natuurlijk, er is gesneden in dingen als tijd en geld, maar inhoudelijk gezien zijn journalisten nog nooit zo goed toegerust geweest als op dit moment. Al moeten ze de hoge verwachtingen die daarbij horen wel waarmaken."

Inhoudelijk gezien zijn journalisten nog nooit zo goed toegerust geweest als op dit moment.

Het wantrouwen jegens de journalistiek is groot bij het publiek, al helemaal sinds de politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Hoe moeten journalisten omgaan met liegende politici, nepnieuws en alternatieve feiten?

"Toen ik in 1988 mijn diploma journalistiek in handen kreeg, werd me gezegd: 'Het enige wat onder je staat is de tweedehands autoverkoper'.

"Het vertrouwen in de journalist is altijd heel beperkt geweest. Alleen is het met de sociale media nu zo zichtbaar. En ook de fouten die we maken, want ieder feit kan door iedere kijker of lezer gemakkelijk gecheckt worden.

"Wat betreft het omgaan van de pers met de Amerikaanse, en nu ook de Nederlandse verkiezingen, daar vind ik voorlopig even niks van. Over Trump krijg ik nu volop vragen en klachten binnen, in het stramien van 'jullie van de linkse pers hadden liever Hillary gehad'. Ik denk daar over een tijdje, wanneer het verder achter ons ligt en ik er van een afstand naar kan kijken, in te duiken, net zoals ik voor de NOS bij de berichtgeving over de aanrandingen in Keulen heb gedaan.

"Want als ombudsman stuur ik achteraf. Ik praat aan de voorkant niet mee over de koers van de NPO. Klachten over de pluriformiteit en diversiteit van het bestel? Daar kan ik niks mee. Tenzij die grieven zich vertalen naar specifieke programma's. Die omkadering van mijn taak kan lastig zijn. Soms moet ik op mijn tong bijten. Want als privépersoon, oud-docent en journalist vind ik er van alles van."

Soms moet ik op mijn tong bijten. Als privépersoon, oud-docent en journalist vind ik er van alles van.

Niet iedereen stond te springen toen u werd aangesteld als ombudsman. Begreep u dat?

"De ongemakkelijkheid zat vooral in de plicht tot rectificatie, die staatssecretaris Sander Dekker (OCW, VVD) de omroepen wilde opleggen. Daar is het Genootschap van Hoofdredacteuren in verweer tegen gekomen. Ik ben het eens met hun kritiek. Er is geen ombudsman in de wereld die iets kan afdwingen.

"Ik kijk, als het goed is onafhankelijk, met gezag naar klachten over het journalistiek handelen. Mijn bevindingen en advies leg ik neer op een plek waar niemand anders dan ikzelf over ga, namelijk mijn website. Of de journalisten daar iets of niets mee doen, dat is aan de nieuwsorganisatie."

Of de journalisten daar iets of niets mee doen, dat is aan de nieuws­or­ga­ni­sa­tie.

Wat maakt u een goede ombudsman?

"Een aantal jaar geleden had ik dit werk niet kunnen doen, denk ik. Nu wel. Ik ben nieuwsgierig om te snappen waarom de klager over iets valt en waarom de journalist iets gedaan heeft. Eerder had ik door de dagelijkse maalstroom van het nieuws geen tijd om te reflecteren op het vakgebied.

"Bovendien kan ik mezelf inmiddels opleggen om niet aardig gevonden te willen worden - noch door de kijker, noch door collega's. Het publiek verwacht misschien dat ik als journalistiekpolitie fungeer. Dat wil ik niet. En ik ben ook geen kwartjesautomaat die à la minute over alles een mening heeft.

"Wat ik dan wel ben? Hopelijk iemand bij wie kijkers, en ook journalisten zelf, kunnen aankloppen met problemen. Iemand die vanaf een onafhankelijke positie kan beoordelen of iets heel goed was, of juist anders had gemoeten volgens de regelen der journalistieke kunst. Ik omschrijf mijn positie het liefste als een kritische vriend, die als het nodig is op iemands vestje zal spugen."

Ik ben geen kwart­jes­au­to­maat die à la minute over alles een mening heeft.

Waarom heeft u gekozen voor de titel ombudsman, en niet ombudsvrouw?

"Grappig, meestal is dat de eerste vraag die me wordt gesteld. Het woord 'ombudsman' komt uit Zweden, waar het instituut ombudsman vandaag komt. 'Man' betekent persoon in het Zweeds. Bovendien gaat het om het instituut, vind ik, en niet om de persoon die erachter hangt. Dat ik vrouw ben is bijzaak."

De ombudsman is te bereiken via ombudsman@npo.nl.

Deel dit artikel

Inhoudelijk gezien zijn journalisten nog nooit zo goed toegerust geweest als op dit moment.

Soms moet ik op mijn tong bijten. Als privépersoon, oud-docent en journalist vind ik er van alles van.

Of de journalisten daar iets of niets mee doen, dat is aan de nieuws­or­ga­ni­sa­tie.

Ik ben geen kwart­jes­au­to­maat die à la minute over alles een mening heeft.