Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kerkelijke top leidde 'revolutie' jaren '60

Cultuur

GERARD DEKKER

Review

James C. Kennedy, Nieuw Babylon in aanbouw - Nederland in de jaren zestig, Amsterdam/Meppel (Boom) 1995.

Dat is de opmerkelijke conclusie van de Amerikaanse historicus James Kennedy, die de ontwikkeling van de Nederlandse samenleving na de Tweede Wereldoorlog bestudeerde en ze vergelijk met die in andere landen, met name in de V.S. Opmerkelijk, omdat deze gedachtengang een ander licht werpt op de vraag hoe het komt dat in Nederland zulke ingrijpende veranderingen konden plaatsvinden zonder geweld en zonder al te grote spanningen.

Want ingrijpend zijn de veranderingen qua godsdienstige en morele opvattingen en gedragingen zeker geweest; dat valt moeilijk te ontkennen als men de situatie van nu vergelijkt met die van de jaren vijftig. Ja, ze waren ingrijpender dan in enig ander Westers land. Uit andere onderzoekingen weten we immers dat Nederland in godsdienstig en zedelijk opzicht het meest permissieve, het meest tolerante land is geworden.

Hoe kon zoiets gebeuren? Daarvoor zijn verschillende redenen aan te voeren en ook aangevoerd. Maar volgens Kennedy is de belangrijkste reden dat de 'regenten' - wat kerk en godsdienst betreft: de kerkelijke leiders - zich niet, zoals elders, verzetten tegen de opkomende veranderingen, maar zelf meegingen met die veranderingen en ze zodoende juist bevorderden en versterkten. En hij weet die stelling in zijn uitgebreide beschrijving ook aannemelijk te maken.

Niet alleen de generaties die in of direct na de oorlog opgegroeiden waren overtuigd van de noodzaak van vernieuwing, ook de oudere generatie was dat. Nederland werd na de oorlog opgenomen in 'de vaart der volken' (het verliet zijn neutraliteitspolitiek) en het moest zich economisch vernieuwen (het voerde een bewuste industrialisatie-politiek). Kortom: het werkte aan een betere toekomst en het deed dat met optimisme: men geloofde in de maakbaarheid van de samenleving. Daarvoor was het nodig dat men het oude achter zich liet en zich vernieuwde.

Die geestesgesteldheid was ook onder de kerkelijke leiders aanwezig. Volgens Kennedy geloofden in het midden van de jaren zestig de geestelijke leiders van de grootste kerken in Nederland (de rooms-katholieke kerk, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken) zowel om taktische redenen als uit overtuiging dat het 'conventionele christendom' toe was aan een grondige herziening.

Zij boden daarom geen weerstand aan de van buiten af en van onder op komende veranderingen, omdat ook zij geloofden dat de oude manier van leven niet langer kon worden gehandhaafd in een moderne, dynamische wereld. Daarom 'stelden kerkleiders alles in het werk om van hun instituten de moderne, progressieve krachtcentra te maken die naar hun mening noodzakelijk waren voor zowel het kerkelijk voortbestaan als voor de dienstbaarheid aan de wereld. Hun eerste doel was bij te raken en bij te blijven.'

Ingrijpende verandering

Het waren vooral de r.-k. kerk en de Gereformeerde Kerken die vanaf de jaren zestig ingrijpend veranderden. De Nederlandse Hervormde Kerk had zich al direct na de oorlog anders tegenover de zich moderniserende samenleving opgesteld en kreeg daarna te maken met de 'wet van de remmende voorsprong'. Maar bij de twee andere kerkgenootschappen kan men zien dat de 'leiders' meewerkten aan de veranderingen.

Binnen de rooms-katholieke wereld was er het optreden van bisschop Bekkers, alsmede de opstelling van kardinaal Alfrink, beiden behorend tot de oudere generatie. En binnen de gereformeerde wereld hebben de kerkelijk organen geleidelijk aan ook allerlei veranderingen geaccepteerd, omdat men graag iedereen wilde vasthouden en niet meer terug wilde naar de vroegere situatie van kerksplitsing.

Of hiermee de hele ontwikkeling in de jaren zestig verklaard is valt te betwijfelen. Maar dat Kennedy op een belangrijke factor heeft gewezen lijkt wel zeker. En dat helpt ons bij het beoordelen en waarderen van de 'stille revolutie' die toen heeft plaatsgevonden.

Deel dit artikel