Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kamerbreed theater

Cultuur

Anthony Fiumara

Review

Theater van barok tot experimenteel, van liederencyclus tot kindervoorstelling. Het KamerOpera Festival heeft het allemaal.

Wie de komende weken neerstrijkt in Zwolle, ziet dat de oude Hanzestad helemaal is ondergedompeld in de kameropera’s. Overal hangt de in het oog springende poster van het Nederlands KamerOpera Festival, met de kunstzinnig uitgesneden close-up van een mannen- en een vrouwengezicht: twee geliefden die iets intiems met elkaar aan het doen zijn.

Diezelfde intimiteit (maar dan anders) is volgens festivalbedenker en -directeur Nico Schaafsma het sleutelwoord bij het genre waar hij zo dol op is. Op een terras naast theater Odeon vertelt hij enthousiast over de baaierd aan voorstellingen die hij voor de tweede editie van het tweejaarlijkse Nederlands KamerOpera Festival uitkoos; over Zwolle, Hardenberg en Kampen als festivalplaatsen en over het jonge talent dat onderdak vindt binnen het festival.

Over intiem gesproken: Schaafsma bezoekt niet alleen al zijn voorstellingen, hij deelt ook zelf de bloemen uit na afloop en wordt door publiek en artiesten aangesproken over zijn veelzijdige festival. „Ik wilde een paar jaar geleden graag een kameroperafestival opzetten omdat ik overtuigd ben van de mogelijkheden en de ontwikkelingen van het genre”, zegt Schaafsma. „Ik vind theater extreem goed werken als je er als publiek bovenop zit. Als iemand voor jou alleen een liedje zingt, zoals je moeder vroeger deed, is dat prachtig. Dat betekent niet dat die intimiteit niet mogelijk zou zijn in grote zalen, maar een voorstelling moet erg goed zijn om het publiek op het derde balkon te bereiken.”

Schaafsma noemt ook de breedheid en de diversiteit van de voorstellingen die onder de vlag van de kameropera’s varen. Die maken dat hij zijn programma vanuit veel kanten kan benaderen. „Voor het publiek is dat ook leuk: elke voorstelling is een verrassing.” Wie het programmaboekje doorbladert, kan dat alleen maar beamen. Het Zwolse festival biedt kameropera’s van de barok tot nu, van kindervoorstelling tot experimenteel, van dramatisch gebrachte liederencyclus tot aangekleed plot. Schaafsma wist ook dit keer bijzondere namen voor zijn programma te strikken: naast jong talent zoals het Wervelwind Ensemble of Jan van Maanen ook gerenommeerde gezelschappen zoals het Combattimento Consort.

Zondagmiddag begonnen we de festivaldag in Odeon met het Wervelwind Ensemble, een virtuoos blaassextet dat zijn naam eer aandoet in de kindervoorstelling ’Jimmy’. De kersverse muziek werd gecomponeerd door de Nederlander Edward Top. Geen K3-flauwekul („K3 is roze, als ik roze zie moet ik kotsen”, aldus de stoere hoofdpersoon Jimmy), maar serieus gecomponeerde blaasmuziek met mooie zanglijnen. De enthousiaste wervelwinders spelen zelf kleine rolletjes in de speels geregisseerde voorstelling van Marcel Sijm – geen kik gehoord van de kinderen op de eerste rijen en zelf ook genoten van het spetterende spel van Marieke Koster (Moeder) en haar zoontje Jimmy (Erik Slik), dat in zijn eigen fantasiewereld leeft.

„’Jimmy’ gaat echt ergens over en zet kinderen aan het denken”, aldus Schaafsma. „En dat staat in dit festival naast voorstellingen zoals de komische barokopera ’Arminio’. Waar ik ook blij mee ben, is de serie voorprogramma’s met jonge talenten. Voor die makers is het vaak moeilijk om een speelplek te vinden. Het is dan leuk dat je met zo’n festival pers trekt en dat er programmeurs van andere zalen komen kijken. Zo dient het KamerOpera Festival ook als springplank voor jong talent.”

’Das letzte Abendmahl’ van componist/zanger/muzikale duizendpoot Jan van Maanen – op een libretto naar een crimi van Roald Dahl – is zo’n ’Nieuw en Anders’-voorstelling: klein bezet ontrolt het bizarre plot zich vrolijk buitelend in het huiskamergrote Papenstraattheater. De stijlcitaten vliegen je om de oren in deze fris gecomponeerde mini-opera met zijn sympathieke zangerscast.

Wachtend op ’Winterreise’ van De Helling vertelt Schaafsma dat zijn festival niet per se vastzit aan premières. Hoewel hij wel een aantal voorstellingen zelf initieert, onder andere met Yo!Operafestival en Springdance. „Wereldpremières zijn niet per se interessanter”, vertelt hij. „Er gebeurt vaak zó veel na de première, dat het soms leuk is om een voorstelling nog eens te zien als die al is ingespeeld. Of er een rode draad is? We zijn natuurlijk voor een deel afhankelijk van wat er gemaakt wordt, maar je zou ’dans’ als thema kunnen zien in deze editie. Ik vind het een interessante ontwikkeling dat zangers, dansers en acteurs steeds meer gaan samenwerken en dat disciplines elkaar opzoeken.”

In ’Winterreise’ van De Helling is mooi te zien waar dat allemaal toe kan leiden. Begeleid door Ellen Corver zingt Gerrie de Vries de bekende Schubert-liederencyclus. Maar dan helemaal door elkaar gehusseld in een nieuwe verhaallijn en door Klaas de Vries voorzien van organische muzikale bruggetjes. Met aan het eind een dikke knipoog naar Karlheinz Stockhausen, voor wiens muziek Corver een belangrijke ambassadrice is. Bij wijze van contrapunt maakte Kees Hin filmbeelden van het leven van alledag in stadse straten. Soms met Corver en Gerrie de Vries als actrices, soms met de beide musici in een zwerversrol, soms met ontroerende candid-taferelen van passanten en een snackbar.

’Winterreise’ is een verfijnd-breekbare voorstelling, waarin Klaas de Vries dicht bij Schubert is gebleven (met intieme, Kurtág-achtige gestes). En waarin Hin met zijn beelden (drie projecties op de achterwand, eentje op het plafond) als betoverend contrapunt steeds een knap evenwicht houdt naast het duo op het podium.

Wat een voortreffelijke musici, trouwens. En dat vond zondag ook het publiek, dat enthousiast applaudisseerde voor deze ’Winterreise’. Schaafsma vertelt dat hij niet mag klagen over de publieke belangstelling. Sommige bezoekers begonnen zich vorig jaar al af te vragen wanneer het festival nou weer eens kwam. Schaafsma noemt de frequentie van één keer per twee jaar een bewuste keuze. „Als je het ieder jaar gaat doen, moet de organisatie twee keer zo groot worden en dat is hopelijk iets voor de toekomst.”

Is Zwolle ook een bewuste keuze? Waarom juist hier een kameroperafestival? „Ik werkte natuurlijk al hier, bij Odeon”, zegt Schaafsma. „Zwolle is een mooie stad met zalen die uitermate geschikt zijn voor dit genre. En hier is bovendien heel anders dan daar, de Randstad: daar is al zo veel.”

Deel dit artikel