Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

KAMERADEN IN EEN CRISISTEAM

Cultuur

WILLEM BREEDVELD; JOHN JANSEN VAN GALEN

Review

Willem Breedveld en John Jansen van Galen, Gaius, De onverstoorbare gang van W. F. de Gaay Fortman, Uitgeverij Scheffers, Utrecht, 272 blz. Prijs: ¿ 39,90 Mr. W. F. de Gaay Fortman, de anti-revolutionair die ARP-leider Biesheuvel trotseerde en zo het kabinet-Den Uyl mogelijk maakte, kennen we vooral als vertegenwoordiger van een traditie die sedert de totstandkoming van het CDA wat verpieterd lijkt: de christelijk-sociale richting van Talma en van het Christelijke Sociale Congres van 1890, waar Abram Kuyper 'architectonische kritiek' uitte op de onrechtvaardige maatschappelijke verhoudingen. Tientallen gesprekken die Willem Breedveld en John Jansen van Galen voerden met 'Gaius' resulteerden in een boek dat gisteren verscheen. In dit fragment leren we De Gaay Fortman kennen als een boeiend verteller, in dit geval over de meest dramatische beslissing die het kabinet moest nemen: de beëindiging van de gijzeling bij De Punt.

In de beleving van De Gaay Fortman is de ontknoping van het gijzelingsdrama bij De Punt de ingrijpendste gebeurtenis uit die periode. Op 23 mei 1977, het kabinet-Den Uyl is al enige tijd demissionair en het is twee dagen voor de verkiezingen, overvallen jeugdige Molukkers een trein en gijzelen tientallen inzittenden; tegelijk nemen andere Molukkers een school in Bovensmilde, met leerkrachten en leerlingen, in gijzeling. Het kabinet formeert een crisisteam. De gijzelingsactie zal drie weken duren. “In zulke situaties is Ruud Lubbers verschrikkelijk aardig”, herinnert Gaius zich. “Die kwam steeds aan het eind van de middag een glaasje drinken en ons moed inspreken: 'Jullie breinen raken beneveld, door die Molukkers, laten we eens over iets anders praten'.”

“Van Agt speelde de sleutelrol in het crisisteam”, zegt De Gaay Fortman. Al na tien dagen was hij er tegen mij over begonnen dat we een eind moesten maken aan de gijzeling. Hij had ook al allerlei opdrachten gegeven om een overrompeling op touw te zetten. Vanzelfsprekend met als richtlijn dat zoveel mogelijk mensen behouden dienden te blijven. Op vrijdagmiddag 10 juni was het zover: een telefoontje tijdens de ministerraad of Dries meteen naar het departement wilde komen. Hij greep dat gretig aan, want ineens had hij een alibi om de vergadering te verlaten. Hij legde een briefje bij mij neer: jij moet om vier uur weggaan en bij me komen. Volgens de zogenaamde 'terroristenbrief' was de minister van Justitie de opperbevelhebber, hij diende te handelen in overleg met de minister van Binnenlandse Zaken des dat bij niet te overbruggen verschil van mening de minister van Justitie besliste. Des, dat is een typische uitdrukking van Dries: “met dien verstande dat”. Even voor vier uur belde ik Dries uit het Catshuis. Hij verzekerde mij dat de volgende ochtend een eind aan de gijzeling zou worden gemaakt. Dat is een van die momenten waarop Dries zich van zijn extra-verantwoordelijkheid bewust is. Dan kan hij impulsief en vastberaden uit de hoek komen, maar ook goed geïnformeerd - dan blijkt hij zich ineens wel degelijk in die rondslingerende, bijna beschimmelde dossiers verdiept te hebben. Wat mij betreft had hij groot gelijk. De toestand in de trein was onhoudbaar, de hygiënische omstandigheden waren allerverschrikkelijkst. De mensen werden steeds meer prikkelbaar en agressief. Er waren al doden gevallen, er waren mensen in koelen bloede geëxecuteerd. Maar dat betekent nog niet dat het gemakkelijk is zo'n besluit te nemen.”

Van Agt, Den Uyl en De Gaay Fortman spelen de hoofdrollen in het crisisteam, met een voorname bijrol voor secretaris-generaal Mulder van Justitie - “maar met hem kon Joop niet overweg.” Van Agt laat zich bijstaan door directeur-generaal politiezaken Fonteyn - “heel vindingrijke man.” Gaius' eigen topambtenaar voor openbare orde en veiligheid (“meer dan normaal verstandelijk begaafd, maar niet zeer ijverig en ongelukkig met zijn functie”) bemoeit zich nauwelijks met de zaak. “Justitie is bevelvoerder, dus wat zullen wij daar rondklungelen”, is zijn motto. Maar het is duidelijk dat de inzet van gemeentepolitie en militairen niet ontbeerd kan worden. Wat het laatste betreft meent De Gaay Fortman dat minister Vredeling van Defensie een actievere rol had moeten spelen. “Die zei keer op keer, dat hij met die smerige zaak niets te maken wilde hebben. De enige keer dat hij in het crisisteam op bezoek kwam, heeft hij prompt heibel gemaakt. Hij was nu eenmaal allergisch voor uniformen en had vermoedelijk te diep in het glas gekeken. Nadat hij ons enkele malen verzekerd had dat wij klootzakken waren, moest hij afgevoerd worden. Het schijnt dat ze daar op Defensie een speciale organisatie voor hadden. Ruud Lubbers kwam wel vaak langs, meestal om ons eens even kort moed in te praten. Harry van Doorn (PPR, red.) als minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk verantwoordelijk voor het sociale welzijn van de Molukkers, was ook bij de zaak betrokken maar verscheen bijna nooit, want hij had een afkeer van de zaak.”

Op die vrijdag roepen Van Agt en De Gaay Fortman tegen half zes de 'kernploeg' bijeen: Den Uyl, Van Doorn en Max van der Stoel, de PvdA-minister van Buitenlandse Zaken. “Daar hebben we de zaak doorgenomen met de uitvoerende mensen. Ik herinner mij hoe de commandant van de mariniers ons voorhield dat we ons geen enkele illusie moesten maken dat het zonder verlies van mensenlevens zou kunnen gebeuren. Dat zou volgens hem een godswonder zijn. Meestal liepen twee Molukkers door de trein, terwijl er drie sliepen in de bestuurderscabine. De drie mannen op kop zouden ogenblikkelijk buiten gevecht gesteld moeten worden. Joop, die de bijeenkomst voorzat, besloot om alvorens de knoop door te hakken de zaak even te laten betijen. We zouden eerst wat eten, elkaar beloven niet over de zaak te praten en dan om pakweg half negen de beslissing gaan nemen. Ik heb met Van Doorn gegeten en we hebben met geen woord over de gijzeling gepraat en ik ben ervan overtuigd dat de anderen dat ook niet hebben gedaan. Joop is niet gaan eten, hij nam kadetjes of zo. Ik denk dat hij liever even alleen was. Dries nam intussen contact op met de koningin; zij stond erop om onmiddellijk op de hoogte te worden gesteld. Rond middernacht is de beslissing gevallen. Den Uyl en Van Doorn waren tegen. Joop vond dat niet genoeg geprobeerd was zonder bloedvergieten een einde aan de actie te maken, maar hij had daar niet veel argumenten voor. Dries en ik en staatssecretaris Zeevalking van Justitie bleven echter bij ons besluit en de anderen legden zich daar bij neer. Om half één hebben we de koningin over het besluit ingelicht. Zij bleek via Van Agt in grote lijnen al heel goed te weten wat het plan was. Het was niets voor haar om medeverantwoordelijkheid te dragen voor de dood van anderen, gaf ze te kennen: “Maar u vindt het nodig?” Er is nog heen en weer gepraat, of er echt geen andere manier was om die mensen onschadelijk te maken, maar na een minuut of twintig zei ze: “Het is uw beslissing, ik aanvaard dat u alles overwogen heeft. Mijn positie brengt met zich dat ik moet zeggen dat u maar moet uitvoeren wat u besloten heeft.” Ik heb die nacht een uur op een veldbed gelegen en goed geslapen. Het is zwaar om medeverantwoordelijk te zijn voor de dood van anderen, maar je kon het niet te veel gewicht geven, want er stond tegenover dat de gegijzelden mentale afwijkingen gingen vertonen; het ministerie van Volksgezondheid vond het totaal onverantwoord dat niet al veel eerder was ingegrepen. Bovendien was van de kant van de gijzelnemers het bloedvergieten begonnen, moedwillig.”

In het ochtendkrieken van 11 juni 1977 scheert een formatie straaljagers met oorverdovend lawaai rakelings over de trein, die tegelijk door pelotons mariniers en pantser-infanteristen wordt bestormd. In enkele ogenblikken is de cabine waar de Molukkers zich ophouden met mitrailleurkogels doorzeefd. Zes treinkapers en twee passagiers vinden de dood. Na afloop geven Den Uyl en Van Agt een persconferentie. De premier spreekt van een nederlaag: er zijn doden gevallen. “Daar waren Dries en ik niet gelukkig mee”, zegt Gaius. “Voor mij stond als een paal boven water dat het niet anders had gekund. De toestand was onhoudbaar geworden: hartje zomer wekenlang opgesloten zitten in de benauwde ruimte van die trein met de angstige onzekerheid dat jij de volgende kunt zijn die geëxecuteerd kan worden. Het was onverantwoord de onderhandelingen nog langer gaande te houden. Een overrompeling was de enige mogelijkheid. De militairen hebben het zich ook zeer aangetrokken, dat Den Uyl het een nederlaag noemde. Het was beter geweest als hij Dries de persconferentie had laten houden. Joop had überhaupt moeite met de dood, hij was kwetsbaar in kinderen en in de dood. Van Doorn en hij hebben nog bedacht dat de koningin in Smilde op bezoek moest om met de ouders van de getroffenen te spreken. Dat vond behalve zij tweeën niemand een plan dat ten uitvoer gebracht zou moeten worden. Tineke Schilthuis, de Commissaris der Koningin in Drenthe, die het bij geruchte ter ore kwam, was furieus tegen: het zou uitgelegd worden als het aanbieden van excuses en dat zou een verkeerd signaal zijn geweest tegenover de Molukkers, zo mis als wat. Het is ook niet gebeurd.”

De Gaay Fortman heeft zich gedurende de zittingsperiode van het kabinet-Den Uyl ontwikkeld tot de nestor van het gezelschap, niet alleen in leeftijd, maar ook door zijn onverstoorbaarheid en zijn ervaring. Hij ontpopt zich als een plechtanker voor diverse collega's. Met name tussen hem en Van Agt ontstaat vriendschap, die de laatste ook graag betrekt op andere dingen des levens dan de politiek; “Vriend, laten we het over iets anders hebben.”

De omgangsvormen in de ministerraad zijn informeel, maar men spreekt elkaar niet bij de voornaam aan. “De minister heeft zojuist gezegd...”, beginnen de interrupties van Gruijters. Anderen, onder wie Fortman, gebruiken 'collega' als aanspreekvorm. “Westerterp (KVP-minister van Verkeer en Waterstaat, red.) had de meest losse mond”, vertelt hij. “Die zei in het vuur van zijn betoog wel: 'Maar Gaius. . ” De eerste keer dat dit gebeurde, hamerde Joop hem krachtig af. Westerterp schrok zich rot. Die dacht dat ik plotseling onwel was geworden.”

Gaius vond ook dat je in het Kamergebouw rustig kon praten en merkte pas later dat Den Uyl vaak in Nieuwspoort ging pingpongen, “buitengemeen fanatiek, met een typische duwslag - backhand noemde hij dat chic.” Het was ook een vast onderdeel op het jaarlijkse partijtje van de ministerraad bij Den Uyl thuis. “Een deel pingpongde, een ander deel schaakte. Van de hogere politiek werd je daar niet veel wijzer, over politiek werd niet gepraat, behalve dat Joop wel eens iemand apart nam, die daar dan niets over mocht zeggen. Het was hoogst merkwaardig, dat ze er niets aan deden om drankjes en etenswaren uit te reiken. Mijn vrouw was hoogst verontwaardigd dat je zelf je kop koffie, je taart, je glas wijn moest gaan halen. Het was zelfvoorziening, al hadden ze wel gezorgd dat daarin voorzien was.”

“Ja, er was iets van kameraadschap in dat kabinet, tussen de ministers onderling”, oordeelt Gaius. “Harry van Doorn maakte geen vrienden, daar had hij geen zin in, maar hij heeft toch heel aardig meegelopen. Wim Duisenberg heeft veel gedaan aan de onderlinge verhoudingen. Die had de gave van de telefoon: niet in de ministerraad zeggen dat iemand niet moest zitten lummelen, maar later de telefoon pakken. Hij kreeg echt groot gezag. Max van der Stoel ook, maar vooral op zijn vakterrein. En Jan Pronk heeft zich langzamerhand geschikt, hij sliep ook veel. Hij bracht een groot deel van de vergaderingen slapend door. We hadden allemaal van die ouderwetse vloeibladen en dan legde hij zijn kop op het vloeiblad van Gruijters, die naast hem zat. En die zei dan stereotiep: 'President, een woord voor een persoonlijk feit. Vindt u het goed dat ik het hoofd van onze geachte collega van Ontwikkelingssamenwerking op zijn eigen vloeiblad leg?' Zo geschiedde en Pronk sliep dan gewoon door. Tot Gruijters opnieuw moest interveniëren: 'President, vindt u het goed dat ik het hoofd van onze geachte collega weer in de oorspronkelijke stand terugleg?' Die vent had naar mijn idee een permanent slaapgebrek, hij ging geloof ik pas laat in de nacht naar bed. En als het vervelend was in de ministerraad, kreeg je ook gauw slaap, want het werd meestal laat; het was al mooi als ik tegen half elf thuis was. Trouwens, Gruijters las gewoon een boek. Veelal Amerikaanse en Engelse biografieën. Toen Den Uyl hem daar eens op aansprak: 'Het is hoog tijd dat ook de minister van Volkhuisvesting luistert naar de gedachtewisseling', antwoordde Gruijters, 'Maar ik lees niet met mijn oren.' Ik vond het vreemd dat Joop hem zo links heeft laten liggen, ook in het sociale verkeer. Gruijters was heus zo beroerd niet, in zekere zin een interessante man, alleen vast overtuigd dat hij het bij het rechte eind had. Dat was een verrekt vervelende eigenschap.”

Tussen de ministers van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken botert het niet. “Bij een receptie stond ik achter een palm met Max te praten over zijn huwelijksperikelen, toen Pronk om de hoek van de palm verscheen: 'Dacht ik het niet: de ministers van Binnenlandse en Buitenlandse zaken in beraad of ze Jan Pronk weer eens in de poep kunnen zetten.' 'Jan, ga onmiddellijk weg', zei Max. 'Ja, ja, dat heb je vanmorgen ook al tegen me gezegd.' 'Nou, had dat dan gedaan.' Max is een heer, hij had een enorme hekel aan Pronk, maar in de manier waarop hij over hem sprak kon je dat nauwelijks constateren.”

Dat er in het kabinet-Den Uyl “onmiskenbaar kameraadschap” ontstaat, komt volgens Gaius ook doordat “iedereen op zijn beurt belaagd” wordt. Van Doorn wordt voor de voeten geworpen dat hij weinig bereikt met de Molukkers, anderen (met name De Gaay Fortman zelf) wordt traagheid verweten, Van Agt krijgt de wind van voren inzake Bloemenhove en Menten - “maar bij hem liep het als een eend langs zijn veren af” - en Vredeling komt in grote moeilijkheden als de contracten voor de aanschaf van de F-16 getekend moeten worden. Eerst heeft hij de PvdA al tegen zich in het harnas gejaagd door, nadat haar partijcongres deze heeft afgekeurd, te poneren dat “congressen geen straaljagers kopen”, maar op het moment zelf is hij zoek. “We zaten in de ministerraad, toen zijn secretaris-generaal Peijnenburg opbelde, ten einde raad: of Vredeling bij ons zat. Hij had alle kroegen al gebeld. De hele morgen werden we vervolgens bestookt met telefoontjes, tot woede van Joop: Defensie moest zijn eigen sores maar oplossen en desnoods de staatssecretaris laten tekenen. Maar dat kon niet. Uiteindelijk zei Max, die zichzelf zelden naar voren schoof: 'Zal ik er heen gaan, want die kerels met wie het contract getekend moet worden, kennen mij waarschijnlijk wel of in elk geval hun ambassadeur, en dan doe ik wel of ik minister ad interim ben.' 'Dat gaat zo maar niet', zei Pronk, 'want ik ben de minister ad interim.' Maar Joop wou per se niet dat Pronk ging: 'Nee, jij bent nog te jong, dat moet een man met ervaring doen.' Achteraf bleek vervanging van de minister overbodig: Vredeling werd te elfder ure gevonden in een café aan de Parkstraat, waar iemand zo slim was om het departement te bellen. Vredeling was ontzettend boos, dat al besloten was een ander te laten tekenen. De regel was dat je op de minister wachtte wanneer hij niet op tijd was. Maar als hij nu 'onwachtbaar' was? 'De minister is nooit onwachtbaar, een minister komt altijd', zei Vredeling, die er overigens allerbelazerdst uitzag.

Het nauwste contact onderhoudt De Gaay Fortman in het kabinet-Den Uyl met Van Agt; zij treden voor elkaar op als minister ad interim en Dries komt vaak even bij Gaius buurten: “Mijn vriend, spaar me de ministerraad, laat ons vrolijk zijn deze avond.” Wat hen bindt is een relativerende kijk op het leven en levendige belangstelling voor religie. “Dries was eens met Pasen naar Joegoslavië geweest, want hij wilde een paasdienst meemaken volgens Grieks-orthodoxe riten, de byzantijnse riten zoals hij het zei. Hij was daar alleen heengegaan, zijn vrouw was er volgens hem aan gewend dat hij zijn eigen leven leidde en hij bracht immers iets terug van wat hij ervaren had. Wij zaten in de Bistroquet, het voorgerecht was achter de rug, we wachten op het hoofdgerecht, toen hij die dienst begon te beschrijven, zo ongelooflijk boeiend, zo indringend, dat ik volstrekt geboeid raakte! Een prachtige schildering, sterk religieus bepaald, waarin hij brokstukken van de liturgie reciteerde; gelukkig had de preek maar drie minuten geduurd, zei hij, want aan de liturgie heb je volstrekt genoeg. Ondertussen waren de schotels gebracht en ten slotte dook een dienster op: 'U hebt nu 41 minuten naar meneer Van Agt zitten luisteren, zal ik die schotels maar weghalen en nieuwe brengen?' ”

Deel dit artikel