Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

JUNG CHANG EEN ARM CHINA IS GEVAARLIJKER DAN EEN RIJK CHINA door

Cultuur

ANNELIE ROZEBOOM

Review

Ze is populair, Jung Chang. Haar boek Wilde Zwanen, waarin zij drie generaties Chinezen beschrijft, is overal een bestseller en bereikte in Nederland de top vijf bij de CPNB-publieksprijs - maar ze is volslagen onbekend in haar geboorteland. De Chinese regering heeft de uitgave van het boek tot dusver tegengehouden omdat er minder vleiende passages in staan over de grote leider Mao Zedong. Terug naar China wil ze wel. Om te praten, niet om te wonen.

We rijden door de brede straten van Peking, op weg naar het Tian An Men plein, waar zojuist de dagelijkse vlaggenceremonie gehouden. Een groep soldaten staat streng in de houding, tot de Chinese vlag naar beneden is gehaald. Vervolgens marcheren ze, onder de Poort van de Hemelse Vrede en het portret van Mao Zedong door, de Verboden Stad binnen. Dit alles onder de starende blikken van een grote menigte Chinese toeristen.

“Niet te geloven”, zegt Jung Chang. “Dat ze allemaal naar die vlag staan te staren.” Na de ceremonie richten de blikken zich verbaasd op de buitenlanders die foto's van een Chinese staan te nemen. Want in eigen land is Jung Chang nog volslagen onbekend.

Een belangrijke reden is dat de Chinese regering nog steeds weigert haar boek in China uit te geven. “Er is hier een onmogelijke situatie ontstaan,” zucht de schrijfster, terug in haar vijfsterren hotel achter een groot glas Duits bier. “Er zijn allemaal ambtenaren die vinden dat het boek alleen gepubliceerd kan worden als er gedeeltes worden weggelaten. Ze zeggen dat alle meningen over Mao eruit gehaald moeten worden, maar het blijft allemaal vaag. Niemand wil namelijk de verantwoordelijkheid op zich nemen om echt te gaan knippen, want veronderstel dat ze niet genoeg weglaten. . . Je hebt iemand bij het Ministerie van Cultuur, of zelfs op veel hoger niveau, nodig met een visie, die het aandurft een beslissing te nemen. Ik denk dat het nog heel lang kan duren.”

In 'Wilde Zwanen' beschrijft Jung Chang, behalve haar eigen jeugd in het tijdperk van Mao Zedong, ook het levensverhaal van haar grootmoeder, een concubine in het oude China en haar moeder, een idealistisch lid van de communistische partij die tijdens de Culturele Revolutie het slachtoffer wordt van interne machtsstrijden. Jung Chang ontdekte de geschiedenis van haar familie pas nadat ze, als een van de eerste studenten van het vasteland, een beurs kreeg om in Engeland te studeren. Tijdens een bezoek van haar moeder, in 1988, kreeg ze voor het eerst de waarheid over haar familie te horen.

Jung Chang: “Ik voelde dat mijn moeder iets te vertellen had toen ze naar het Westen kwam. De ontspannen sfeer in het Westen maakte het voor haar ineens mogelijk te zeggen wat ze dacht. Toen ze op een dag begon te vertellen, kon ze niet meer ophouden. We praatten dag en nacht, in de auto, in de hotelkamers, overal. Als ik moest werken, dan praatte ze in een bandrecorder. Toen ze uiteindelijk wegging, liet ze zestig uur band voor me achter om uit te werken.”

Sommige gedeelten van het materiaal verbaasden de schrijfster: “Ik dacht altijd dat mijn ouders een fantastisch, gelukkig huwelijk hadden. Tijdens de Culturele Revolutie zag ik hoe mijn moeder het opnam voor mijn vader. Maar ik wist niets van de woede die ze voelde, omdat mijn vader de partijbelangen altijd boven zijn familie stelde.”

Het idealisme van haar vader was normaal in die tijd, zo begreep ze later uit reacties van die enkele Chinese partijfunctionarissen die haar boek wel hebben gelezen. “Er is een verhaal in het boek waarin mijn ouders allebei lange afstanden moeten afleggen. Alleen mijn vader heeft recht op een auto. Mijn moeder, die een lagere rang heeft, moet lopen, en dat terwijl ze zwanger is. En mijn vader weigert haar een lift te geven, omdat hij dit corrupt en tegen de regels vindt. Mijn moeder krijgt uiteindelijk een miskraam. Chinezen die dit lezen vinden dit volkomen normaal. Ze vinden het gedrag van mijn vader bewonderenswaardig.”

Lezers in het Westen putten uit 'Wilde Zwanen' soms theorieen waar de schrijfster zelf nooit bij heeft stil gestaan. “Ik krijg prachtige brieven van Westerlingen. Ze denken na over wat mensen doen in extreme omstandigheden. Niet alleen Chinezen, maar iedereen. Dat moeilijke omstandigheden het beste en het slechtste in mensen oproept. Uit dit soort brieven begrijp ik dat het boek groter is geworden dan ikzelf. Veel van de antwoorden die ik geef in het interview komen ook uit die brieven.”

Jung Chang is nu, samen met haar man, historicus Jon Haliday, bezig met het schrijven van een volgend boek, over het leven van Mao Zedong. Ondanks alle kritieken die ze heeft op China's eerste communistische leider, weigert ze een eindconclusie over hem te geven. “Het enige wat ik kan zeggen is dat Mao een ongelooflijk ingewikkeld karakter had. Hij was ook een echte Chinees, met een typisch Chinese achtergrond. Ik weet niet of het Mao's karakter was, of het systeem waarin iemand zo veel macht kan krijgen, dat verantwoordelijk was voor alle ellende. Ik wil een beschrijving van de gang van zaken geven en iedereen zijn eigen conclusies laten trekken.”

Het samenstellen van het boek levert praktische problemen op. Jung Chang: “Ik kan niet officieel als schrijfster naar China komen. Dat is niet erg, ik ben al blij genoeg dat ik sowieso wordt toegelaten, maar het vervelende is wel dat ik niet onder een werkeenheid val, daardoor zijn er veel mensen die niet met me willen praten. Alle interviews moet ik regelen via de vrienden van mijn ouders. Ik heb het geluk dat ik de dochter ben van een hoge functionaris, zodat ik nog veel via relaties kan doen.”

Ze is positief over de huidige partijleiders. “Tegenwoordig geloven nog maar weinig partijfunctionarissen in communisme. Maar de partij kan zichzelf moeilijk opheffen. Het probleem is dat als de communistische partij valt, het hele land mee de diepte ingaat. Je moet bedenken dat in China geen onafhankelijk sociaal systeem bestaat. Alles wordt door de partij geregeld. Als die partij er niet meer is, wordt het een grote puinhoop. China kan beter langzaam veranderen. Je ziet nu al dat de partij een steeds kleinere rol in het leven van de mensen speelt. Dat is een goed teken.”

Angsten in het Westen dat China een gevaarlijke grootmacht wordt, wijst ze van de hand. “Ik denk dat een arm China veel gevaarlijker is dan een rijk China. Een land vol winkeliers is een ongevaarlijk land. Geld brengt ook niveau met zich mee. De mensen hebben tegenwoordig televisie. Ze zien hoe het Westen eruit ziet. Daardoor kan hen ook minder wijsgemaakt worden. Het is moeilijker vreemdelingenhaat te kweken, en dat is nodig, wil een land gevaarlijk worden. De milde reactie van de Chinezen nadat de Olympische Spelen niet aan Peking werden toegewezen, vond ik een heel positief teken. Ze begonnen niet kwaad te schelden op het Westen, er was geen agressie. Het was een reactie van volwassen mensen.”

De enige grote verandering die de Chinese maatschappij nu nodig heeft, vindt Jung Chang, is een feministische revolutie. Vrouwenemancipatie was weliswaar een van de doelstellingen van de communistische partij, en reden voor veel vrouwen om lid te worden, maar al snel bleek dat de communisten niet veel verder kwamen dat het verbieden van voetbinding in traditionele families. Jung Chang: “Tenslotte waren de communistische partijleiders ook mannen en vrouwen die in het oude China waren grootgebracht. Het resultaat was dat de Chinese vrouwen alle privileges die vrouwen in een seksistische maatschappij genieten, werd ontnomen, maar er weinig voor in de plaats kwam. De vrouwen werden net zo hard behandeld, moesten even zwaar werk doen als de mannen, in kolenmijnen of op de velden. Zwangerschap was geen excuus om niet te werken. Maar aan de andere kant werden ze ook nog steeds geacht voor hun mannen te zorgen. Vooral voor de vrouwen zoals mijn moeder, die trouwden met hoge partijfunctionarissen, was het verzorgen van hun man en het krijgen van kinderen nog steeds prioriteit.”

In plaats van voor gelijkheid tussen de seksen zorgde de communistische revolutie, volgens Jung Chang, voor een seksloze maatschappij. “In mijn tijd moest je verloofd zijn, wilde je je buiten vertonen met een jongen. Iedereen was ondergeschikt aan de staat, en seks werd ontmoedigd. Je had wel een vrouwenfederatie, maar die controleerden het seksueel gedrag streng. Mijn moeder mocht van hen, nadat ze pas getrouwd was, eens per week met mijn vader slapen. De rest van de tijd moest ze besteden aan de revolutie.”

Tegenwoordig is de situatie ingewikkeld, want door het langzaam wegvallen van de partij is er geen enkele sociale autoriteit meer. Dit leidt, aldus Jung Chang, tot nieuwe wreedheden in de families, maar ook tot grotere vrijheid: “Op het platteland worden de vrouwen nu weer verkocht als slaven, net als vroeger. Maar in de steden zijn de vrouwen al veel moderner. Als ik hier door Peking loop, en ik zie hoe die paartjes op straat lopen te zoenen, kan ik mijn ogen niet geloven. Daarom denk ik ook dat een feministische beweging nu mogelijk zou zijn. We hebben tegenwoordig een normale maatschappij, met echte problemen. Vroeger was hier heel surrealistisch. Alle problemen werden gemaakt door Mao.”

Ondanks alle hoopvolle ontwikkelingen in China wil de schrijfster nooit meer in haar geboorteland wonen. “Kijk eens naar mijn boek, het kan hier niet eens worden uitgegeven. Hoe kan ik hier nu wonen?” Het zal volgens Jung Chang nog lang duren voor China een leefbaar land is voor schrijvers. “De Culturele Revolutie heeft hier gezorgd voor een verarming van de taal. Je kunt toch geen bevelen aannemen en dan toch nog goede boeken schrijven?”

Deel dit artikel