Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Joden en de Oranjes: het is als liefde met een barst

Cultuur

Stijn Fens

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima in 2013 tijdens een bezoek aan de synagoge aan het Jacob Obrechtplein in het kader van 375-jarig bestaan van de Joodse Gemeente Amsterdam. © ANP

Dinsdag opent koning Willem-Alexander een tentoonstelling in het Joods Historisch Museum over de band tussen de Joden en het Huis van Oranje. De Tweede Wereldoorlog loopt als een barst door vier eeuwen verbondenheid. ‘Uiteindelijk is het een geschonden relatie.’

Je kunt er niet omheen. Wie over de tentoonstelling ‘Joden en het Huis van Oranje’ loopt, stuit op enorme portretten van onze stadhouders, koningen en koninginnen. Van Willem van Oranje tot koning Willem-Alexander. Ze kijken neer op vitrines met in totaal 125 objecten die getuigen van de verknochtheid van de Nederlandse Joden aan het Huis van Oranje. Je ziet foto’s, documenten en herdenkingsborden en krijgt de indruk dat de liefde bestendig was en geheel wederzijds. En dan staat daar, vlak voor je de zaal weer verlaat, een oude radio.

Lees verder na de advertentie

Het is donker om je heen en je hoort de krakende, geaffecteerde stem van koningin Wilhelmina die vanuit Londen haar landgenoten in het bezette Nederland toespreekt. Conservator Julie-Marthe Cohen vertelt dat ze die radio daar bewust heeft neergezet. “Ik vind het fijn als mensen zelf oordelen en denken op deze tentoonstelling, maar in dit geval help ik ze een beetje. In de 34 toespraken die zij voor Radio Oranje hield noemde Wilhelmina de Joden maar drie keer. Ik ben geschokt dat ze zo weinig over de Joden heeft gezegd. Ze is heel fel als ze het over de Arbeitseinsatz heeft, maar kom maar eens luisteren hoe ze over de Joden praat. Ze heeft het wel over onze Joodse landgenoten, maar spreekt ze niet zelf toe.”

Na het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 gingen de Joden zich steeds meer verbonden voelen met het Huis van Oranje

Voor Cohen vormen de Tweede Wereldoorlog en de rol van Wilhelmina het drama van de tentoonstelling. Ze vertelt door leden van de Joodse gemeenschap benaderd te zijn met de vraag of de tentoonstelling alleen ‘het mooie verhaal’ laat zien. Cohen: “Uiteindelijk is het een kritisch verhaal dat ik wil vertellen.”

Bart Wallet, als historicus verbonden aan de Vrije Universiteit en gespecialiseerd in de geschiedenis van het Jodendom, hoopt daarom dat naast ‘Oranjeklanten’ ook kritische mensen naar de tentoonstelling komen. “Deze tentoonstelling biedt een alternatieve lezing van de geschiedenis van de Joden in Nederland. Je leert als Nederlandse Jood ook heel veel over je eigen geschiedenis.” Wallet stelde samen met Julie-Marthe Cohen het boek van de tentoonstelling samen waarin het verhaal van vierhonderd jaar lief en leed tussen de Oranjes en de Joden tot in het kleinste detail wordt verteld.

Hofjoden

De hechte band tussen de Joden en het Huis van Oranje ontwikkelde zich rond 1600, toen rijke Portugese Joden zich in de Republiek der Verenigde Nederlanden vestigden. “De stadhouders hadden de Joden nodig voor de financiering van hun militaire avonturen”, zegt Wallet. “Dat geld konden ze niet van de Staten-Generaal krijgen, dus dat moest ergens anders vandaan komen. Zo ontstaat er zoiets als vriendschap met bepaalde Joodse families.” 

Deze zogenoemde ‘hofjoden’ waren er ook aan andere Europese hoven, maar onder de Oranjes was hun positie beter dan elders. “Je moest als hofjood vaak bang zijn dat je niet uiteindelijk werd opgeknoopt. Hier niet. Dat past in het beeld van Nederland als land van minderheden. In veel andere landen is er een grote dominante groep en de Joden zijn dan de buitenstaanders, terwijl in ons land allerlei verschillende groepen met elkaar moesten samenleven. Katholieken werden vaak nog als een soort van vijfde colonne gezien, maar van Joden had je politiek helemaal niets te duchten.”

Lees verder na onderstaande afbeelding.

De ingang van het Joods Historisch Museum in Amsterdam. © ANP XTRA

In de achttiende eeuw steunde de hele Joodse gemeenschap de Oranjes in de strijd tegen de patriotten die een einde wilden maken aan het absolutisme van Willem V, stadhouder van 1751 tot 1795. Na het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 gingen de Joden zich steeds meer verbonden voelen met het Huis van Oranje. Koninklijke jubilea en geboortes van prinsen en prinsessen werden uitgebreid meegevierd. Eind negentiende eeuw behoorden de Nederlandse Joden tot de felste orangisten.

Handboek voor Oranjeliefde

Als rabbijnen en Joodse bestuurders leden van het Koninklijk Huis moesten toespreken grepen ze steevast naar ‘Oranjebloesems: Uit de gedenkbladen van Neerlands Israel’ van de Haagse opperrabbijn Tobias Tal, een soort Joods handboek voor Oranjeliefde. Het verscheen niet toevallig in 1898, het jaar dat Wilhelmina de troon besteeg. ‘Oranjebloesems’ vertelt een doorlopend verhaal dat getuigt van de bijzondere band tussen de Joden en de Oranjes, vanaf Willem van Oranje, hoewel er in zijn tijd nog geen Joden in de Republiek woonden. Bart Wallet: “Het is een poging te laten zien: ‘Wij Joden horen helemaal bij die Nederlandse geschiedenis’. Op het moment dat Nederland begint als natie en de band met de Oranjes wordt gekweekt, zijn wij als Joden daarbij aanwezig. Wij – Oranje, Nederland en de Joden – zijn als een drievoudig snoer, dat je niet uit elkaar kan trekken. De Joden zijn net zo’n vanzelfsprekend onderdeel van de Nederlandse samenleving als de Oranjes zelf.”

Volgens Julie-Marthe Cohen voelen de meeste Joden zich sterk geworteld in Nederland. “Ook het feit dat het Hanoteen tesjoe’a, het gebed voor het koningshuis, nog wekelijks in veel Nederlandse synagogen wordt gebeden is daar een uitdrukking van en een traditie.”

De eerste die in Nederland voor ma­jes­teits­schen­nis wordt veroordeeld is Alexander Cohen, een Joodse anarchist

Bart Wallet

De eerste barsten in de wederzijdse liefde ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw als het socialisme in Nederland steeds vastere voet aan de grond krijgt. Veel leden van het Joodse proletariaat zagen het socialisme als een mogelijkheid hun leefomstandigheden te verbeteren. Er waren twee obstakels: het socialisme was anti-religieus en anti-monarchistisch. Toch gaan nogal wat Joodse socialisten mee in de kritiek op het Huis van Oranje dat ‘alleen oog voor de rijken had’.

“De eerste die in Nederland voor majesteitsschennis wordt veroordeeld is Alexander Cohen, een Joodse anarchist”, vertelt Bart Wallet. “Maar zelfs binnen de SDAP werden de Joden nog altijd gezien als meest Oranjegezinde socialisten.” Als in de jaren dertig de situatie voor de Joden in Duitsland dramatisch wordt, scharen veel socialistische Joden zich weer rond de Oranjes. Op de tentoonstelling zijn beelden te zien uit 1938. Prinses Juliana bezoekt in Amsterdam de ‘Joodsche Invalide’, een instelling voor de verpleging van Joodse bejaarden en gehandicapten. Ze is dan net in nazi-Duitsland geweest. Door haar bezoek aan de Joodsche Invalide wil Juliana laten zien dat ze de nazi-ideologie afwijst en de Joodse gemeenschap op de bescherming van de Oranjes kan rekenen. 

Aan het einde van het beeldfragment hoor je het waaien. Cohen: “Die wind is symbolisch, die hebben we een beetje aangezet, maar die zat dus wel degelijk in het originele muziekfragment dat we onder de filmbeelden hebben gezet. Je voelt als het ware met de gure wind, de dreiging die dan op Nederland afkomt.” Ondanks alles voelen Nederlandse Joden zich veilig onder de hoede van de Oranjes. Verknochtheid wordt vastklampen aan. Dat veranderde allemaal na de bezetting die voor de Joden in ons land zo’n verwoestende uitwerking had.

Lees verder na onderstaande afbeelding.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima in 2013 tijdens een bezoek aan de synagoge aan het Jacob Obrechtplein in het kader van 375-jarig bestaan van de Joodse Gemeente Amsterdam. © ANP

Als het gaat om de houding van Wilhelmina in de oorlog staan de meningen lijnrecht tegen over elkaar, ook in de Joodse gemeenschap. Veel Joden vonden dat de koningin, samen met de regering in ballingschap, veel meer had moeten doen om Nederlanders op te roepen zich te verzetten tegen de deportaties en Joden onderdak te bieden.

Anderen oordeelden milder. Wallet: “Tussen 1930 en 1960 blijven de Joden zich aan de Oranjes vastklampen. Het gaat er uiteindelijk niet zozeer om wat de Oranjes daadwerkelijk voor ze doen, maar om het beeld dat ze van hen hebben gevormd. Symbool van Nederland, van het vrije Nederland en het land dat in verzet komt tegen de bezetter. Dat is zo sterk, dat het van die periode een eenheid maakt. Met het huwelijk van Beatrix met Claus in 1966 knapt er iets en gaan Joden terugkijken: ‘wat vinden wij nou eigenlijk echt van wat er in de oorlog is gebeurd?’ En dan komt die conclusie: drie keer genoemd worden op Radio Oranje is toch wel heel weinig. Had dat niet een beetje meer kunnen zijn?”

Tegenwoordig hebben de Nederlandse Joden volgens de Oranjes al lang niet meer nodig om zich veilig te voelen

Bart Wallet

Prins Claus

Gek genoeg maakte de Duitse prins Claus een hoop goed, met zijn liefde voor Israël en zijn gevoeligheid voor zijn eigen positie. Met koningin Beatrix bracht hij in 1995 een staatsbezoek aan Israël. Ze gingen zelfs naar de Oude Stad van Jeruzalem – een doorbraak. In de Knesset – het Israëlische parlement – zei koningin Beatrix dat het Nederlandse volk ‘de ondergang van zijn Joodse medeburgers niet heeft kunnen verhinderen’. Een zeldzame vorm van zelfkritiek, nota bene uit de mond van een Oranje.

Tegenwoordig hebben de Nederlandse Joden volgens Bart Wallet de Oranjes al lang niet meer nodig om zich veilig te voelen. “Daar is de Grondwet voor. Wat er nog aan speciale banden is met de Oranjes, is vooral ingegeven door historisch besef en nostalgie.” Julie-Marthe Cohen benadrukt liever de pijn die bij veel Joden nog altijd leeft. “Uiteindelijk is het een verhaal over een geschonden relatie. Dat neemt niet weg dat we blij zijn dat koning Willem-Alexander de expositie opent en we hebben fantastische medewerking gehad van het Koninklijk Huisarchief. Dat heeft ons veel bijzondere voorwerpen in bruikleen gegeven uit de collectie, die uitdrukking geven aan de band tussen de Joodse gemeenschap en de Oranjes.”

Joden en het Huis van Oranje, 400 bewogen jaren. Tot en met 30 september 2018 in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Lees ook: Joodse kinderen in 1951 weggehouden bij de prinsesjes

Hij wreef zijn ogen uit boven stoffige notulen. Historicus Bart Wallet stuitte in 2015 bij toeval op een onbekende en ongewone gebeurtenis in het Baarn van 1951. Toen de prinsesjes Margriet en Irene naar de Nieuwe Baarnsche School gingen, werden de Joodse kinderen bij hen uit de klas gehouden.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Na het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 gingen de Joden zich steeds meer verbonden voelen met het Huis van Oranje

De eerste die in Nederland voor ma­jes­teits­schen­nis wordt veroordeeld is Alexander Cohen, een Joodse anarchist

Bart Wallet

Tegenwoordig hebben de Nederlandse Joden volgens de Oranjes al lang niet meer nodig om zich veilig te voelen

Bart Wallet