Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jezus is twee dagen lang dood, dus kun je ongestraft je gang gaan

Cultuur

Iris Pronk

Miquel Bulnes probeerde zelf nooit het verdovende middel propofol. © Jorgen Caris
Interview

Schrijver en arts Miquel Bulnes situeerde zijn politieroman en graphic novel ‘Openbaringen’ rond Pasen. Dat is een uitnodigende tijd voor gestoorde types, verslaafden en moordenaars. ‘God is dood twee dagen lang, dus kun je ongezien en ongestraft je gang gaan.’

Dit weekend geen uitgebreid Paasontbijt voor Miquel Bulnes, want de schrijver heeft dienst. Niet als schrijver natuurlijk, maar als arts-microbioloog in het Utrechts Medisch Centrum. Daar werkt Bulnes – voluit Miquel Ekkelenkamp Bulnes – officieel vier dagen per week. Zijn vrije dagen spaart hij op voor lange schrijfretraites in Spanje, het land van zijn moeder.

Lees verder na de advertentie

Zo leverde deze dokter al diverse bijdragen aan de Nederlandse literatuur: de ironische ziekenhuisromans ‘Zorg’, ‘Lab’ en ‘Attaque’ en twee kloeke, historische romans over Spanje, ‘Het bloed in onze aderen’ (2011) en ‘Reconquista’ (2018). Nu gooit hij het weer over een andere boeg met ‘Openbaringen’, een donkere, ironische politieroman die tegelijkertijd als graphic novel verschijnt. Ze draaien om dolende mensen in een vijandige, chaotische omgeving. Typische Bulnes-personages hebben tal van maffe trekjes, maar weten dankzij hun zelfspot soms toch sympathie op te wekken.

Een zacht, gelukkig gevoel

Hoofdpersoon is dokter Xavier Miralles, afgekort Xavi, een jonge, cynisch, egocentrische anesthesist die verslaafd is aan het middel waarmee hij zijn patiënten verdooft: propofol. Dat moet worden toegediend via een infuus en geeft in kleine hoeveelheden een zacht, gelukkig gevoel. Nee, zegt Bulnes in zijn Utrechtse woonkamer, zelf heeft hij het nog nooit geprobeerd. “Ik ben helaas niet zo handig dat ik bij mezelf een infuus kan aanbrengen.”

Zoveel verhaallijnen bij elkaar brengen tot een thrillerplot, toch een soort whodunnit, het kostte Bulnes wel wat hoofdbrekens

Bulnes zag jaren geleden al een verhaal in de propofol, nog vóór Michael Jackson in 2009 stierf aan een overdosis van het spul. “Ik volgde een cursus filmscenario schrijven in Spanje. De eerste opdracht was: bedenk een hoofdpersoon met een probleem dat hij moet overwinnen. Een verslaving, dacht ik meteen, maar geen alcohol want dat is te conventioneel. Toen schoot me te binnen wat een collega op de operatiekamer me eens vertelde: dat in de Verenigde Staten veel anesthesiologen verslaafd zijn aan propofol, omdat het een aangename waas geeft over het leven heen.”

Zijn premature plan voor een film veranderde al gauw in een graphic novel, een genre dat hij zelf als kind en student graag las. Zó weinig woorden gebruiken dat je alleen nog maar de kern overhoudt, “zodat de tekst geslepen is tot de essentie”, dat leek de schrijver een grote uitdaging. Maar waar een tekenaar gevonden?

Insect op rupsbanden

Die trof hij uiteindelijk in Job van der Molen, illustrator voor diverse kranten en tijdschriften. Ze ontmoetten elkaar op een festival, vertelt Bulnes. “Zijn vriendin haalde een plexiglazen doosje uit haar tas met daarin een soort opgezet insect op rupsbanden met een raket op de rug. Dat hoorde bij ‘Insect Army’, waarmee Job de digitale collectie van het MoMa heeft gehaald. Verder maakt hij transformers die veranderen in auto’s en vliegtuigen, gemechaniseerde dieren, half haai, half duikboot, een bever omgebouwd tot motorzaag. Ik dacht: die jongen is gek genoeg om dit project met mij te doen. Toen hij de eerste schetsen maakte voor de graphic novel, bleken de personages dierenkoppen te hebben. Ergens zag ik dat wel aankomen.”

Hun samenwerking begon eind 2011, de graphic novel groeide langzaam in de marge van veel ander werk. Al doende merkte Bulnes dat hij het prettig vond om daarnaast ook een ‘gewone’ thriller te schrijven over de avonturen van Xavi. “Daarin kon ik alles veel makkelijker inkleuren, voluit met woorden; zo ben ik het gewend.” Minder dan vijf procent van de romantekst – eigenlijk het ‘bijproduct’ van dit project - kwam uiteindelijk in het scenario van de graphic novel terecht.

Wat zijn grootste uitdaging was bij deze politieroman, in geschreven en getekende vorm? “Het plot is redelijk complex. Ik wilde dat het op twee manieren kon eindigen, dat je het realistisch maar ook surrealistisch kunt lezen. Dat het open blijft of Xavi echt gestoord is, of door de propofol de hallucinaties en wanen opvangt van de mensen om hem heen.”

Enorme haarballen

Naast de verslaafde anesthesist zijn er uiteraard politierechercheurs, die ook vlekjes hebben: de stoere Elvira Muller heeft de eigenaardige gewoonte om van alles door te slikken. Een aandoening die volgens arts Bulnes heel gewoon is, in het ziekenhuis komen geregeld mensen met enorme haarballen (‘bezoars’) of hele besteksets in hun maag. Elvira’s collega Andrej Ruzedski is gewoon een alcoholist, zoals het een oudere inspecteur betaamt.

De twee speurneuzen moeten beestachtige moorden oplossen in een chaotische havenstad, die Bulnes modelleerde naar Barcelona en Kiev. Er zijn massabetogingen, het geweld van demonstranten en politie escaleert, een Russische maffiabende bemoeit zich ermee, en dan is er ook nog de sekteachtige Korinthiërskerk, voluit ‘Apostolische gemeenschap Korinthiërs van het laatste visioen’, die zich opmaakt voor het einde der tijde. Met Pasen.

Zoveel verhaallijnen bij elkaar brengen tot een thrillerplot, toch een soort whodunnit, het kostte Bulnes wel wat hoofdbrekens. Toch vond hij het erg leuk om te doen, na die vuistdikke historische romans waarvoor hij eindeloos onderzoek deed – aan ‘Reconquista’ werkte hij zes jaar.

Brieven aan seriemoordenaars

“Het is prettig om een contemporaine roman te schrijven, waarin je ook iets van jezelf kwijt kunt, je eigen gedachtes. Bij een historische roman kan dat niet, die duizend jaar terug in de tijd is een constante beperking. In ‘Openbaringen’ kan ik Xavi naar een discotheek laten gaan en hem laten denken: ‘Met mij meegaan naar huis blijkt voor veel vrouwen de laatste stap voordat ze brieven gaan schrijven naar veroordeelde seriemoordenaars.’ Zo’n overpeinzing kun je moeilijk verwerken in roman die zich afspeelt tijdens de middeleeuwen.’” En dat het minder tijd kost dan een bewerkelijke historische roman, is voor de drukbezette Bulnes ook een groot voordeel.

Waarom koos hij de Paasdagen als kapstok voor zijn hedendaagse roman noir? “Ik ben van oorsprong katholiek, heb communie gedaan, leefde als kind toe naar het Paasfeest. Voor katholieken is Pasen het belangrijkste feest, God sterft en herrijst weer, het is het summum van geloof. Jezus is twee dagen lang dood, en Jezus en God zijn dezelfde in het katholieke geloof, dus kun je twee dagen lang ongezien en ongestraft je gang gaan.” Voor thrillerschrijvers een heel prikkelend gegeven.

Fragment uit ‘Openbaringen’

Hoe zelfingenomen ook, je moet Xavier Miralles nageven dat hij bijzonder ad rem is. Daarnaast beschikt hij over een buitengewoon talent voor conversatie. Ook in zijn eentje. ‘Weet je hoe je ziet dat een kerel een fóute kerel is?’ vraagt hij.

Elvira gebaart dat hij zelf mag antwoorden.
‘Hij ademt.’
Ze wrijft in haar ogen.
Hij zegt: ‘Als je er niet om kunt lachen is het geen grap maar poëzie.’ En hij neemt een slok van zijn gin-tonic.
Het is lang geleden dat Elvira ergens om heeft gelachen en dat ziet ze vanavond ook niet gebeuren. ‘Poëzie? Houd je daarvan?’ vraagt ze.
‘De dichter is een leugenaar die altijd de waarheid spreekt,’ antwoordt hij.
‘Waarom zeg je dat?’
‘Het was een tekst uit een gelukskoekje.’ Hij haalt het roerstaafje uit zijn glas en legt het op de bar. ‘Of ik las het op een cornflakesdoos. Ik weet het niet meer.’

Lees ook:

Oorlogsroman waar je voor moet gaan zitten

Miquel Bulnes schrijft een volbloed oorlogsroman over de strijd tussen Moren, Saracenen en christenen. 

Deel dit artikel

Zoveel verhaallijnen bij elkaar brengen tot een thrillerplot, toch een soort whodunnit, het kostte Bulnes wel wat hoofdbrekens