Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Is het einde der tijden nu echt nabij?

Cultuur

ROB SCHOUTEN

Review

Afgelopen week stond er weer zo'n bericht in de krant: 'Sekte wil komst Jezus bevorderen met terreuracties'. Voor de meeste mensen blijft de millenniumvrees beperkt tot de angst dat de computer op 31 december op tilt slaat, maar daarnaast heb je altijd individuen en bewegingen gehad die te pas en te onpas ware doemgedachten over het eind der tijden ventileren.

Zulke extremistische apocalyptici als bovengenoemde sekteleden vormen daarbij een minderheid, al trekken ze wel de meeste aandacht: de collectieve zelfmoord van de Jones-sekte in de oerwouden van Guyana, de vernietiging van de volgelingen van David Koresh in Waco, de zelfmoorden van de leden van de Zonnetempel, om maar een paar voorbeelden van de laatste jaren te noemen.

De meeste gelovigen in een spoedig eind der tijden stellen zich gematigder en minder destructief-agressief op, wat niet wegneemt dat voor de verlichte mens het strikte apocalyptische denken toch altijd iets merkwaardigs heeft. Zelf heb ik, opgegroeid in het milieu der zevendedagsadventisten, van dichtbij geproefd van het eschatologische en apocalyptische denken, dat voor kinderen overigens al helemaal veel benauwenissen met zich meebrengt.

Wat mij later bij alle apocalyptici trof is het kennelijk chronische gebrek aan scepsis. Steeds opnieuw komen er eschatologische bewegingen en sekten op, die vaak meer dan globale overeenkomsten met elkaar vertonen waaronder in elk geval steeds een wonderbaarlijk vertrouwen dat dit keer het eind der tijden werkelijk ophanden is. Van een zo bij uitstek unieke gebeurtenis als de apocalyps zou je toch denken dat men er ietwat voorzichtig over nadenkt, maar het tegendeel is vaak het geval. Al die nooit uitgekomen eerdere profetieën aangaande de eindtijd tellen klaarblijkelijk steeds opnieuw niet mee.

Misschien is er in de mens een eigenschap aanwezig die op een bepaalde manier, tegen alle rationele denken in, verlangt naar een eindtijd, een Armageddon, en daaroverheen naar een nieuw Jeruzalem of hoe men dat ook noemen wil. De onuitroeibaarheid van apocalyptische gedachten en theorieën in tenminste het joods-christelijke gedachtegoed wijst in die richting.

De onlangs verschenen studie 'Visioenen aangaande het einde' geeft, zonder uitputtend te zijn, een min of meer representatieve bloemlezing van zulke apocalyptische geschriften en bewegingen door de eeuwen heen. De redactie nodigde verschillende auteurs uit over diverse gepasseerde eindtijden hun licht te doen schijnen. Beginnend met het bijbelse apocalyptische boek van Daniël en eindigend met de Maranatha-beweging van Johannes de Heer.

Die laatste hangt er trouwens als lokale variant wel een beetje bij na al die bijbelse, apocriefe en historische apocalyptische geschriften, die hele generaties theologen en leken aan het denken hebben gezet. Over de geschiedenis van het apocalyptische denken in Nederland valt trouwens heel wat meer te vertellen dan hier gebeurt aan de hand van de Maranatha-beweging, maar goed, het betreft hier nu eenmaal een soort 'capita selecta' en geen naslagwerk.

Natuurlijk is het geen toeval dat een boek als dit vlak voor de eeuw- en millennium-wende uitkomt. Het speculeert op een verhoogde publieke belangstelling voor het fenomeen, maar in opzet hebben de afzonderlijke studies toch vooral wetenschappelijke pretenties, zozeer zelfs dat het de leesbaarheid wel eens schaadt. Het hoofdstuk van met name John Collins, apocalyps-kenner bij uitstek, is buitengewoon specialistisch en theoretisch; zelfs de geïnteresseerde leek zal niet precies willen weten welke methodologische speculaties er precies op de diverse onopgeloste verbanden tussen al die apocalypsen zijn losgelaten.

De daadwerkelijke eindtijd-geschriften die vervolgens aan bod komen zijn het bijbelboek 'Daniël', '1 Henoch', de apocalyptiek in de Dode-Zeerollen, de 'Openbaring van Johannes', de 'Openbaring van Petrus', de 'Herder van Hermas', de Sibyllijnse Orakels, diverse Franciscaanse apocalyptische geschiften, '4 Ezra' en ten slotte de reeds genoemde Maranatha-beweging.

Niet bekend

Voor de cultureel-sociologisch geïnteresseerde lezer zijn misschien minder de gedetailleerde inhoud van al die geschriften van belang dan de context waarin (en waarop) ze gemunt waren. Het verlangen naar verlossing blijkt daarbij vaak ook politiek-sociaal gemotiveerd, vandaar de wisselende identificaties van de Antichrist. De 'Openbaring van Johannes' bijvoorbeeld wordt uitgelegd als een felle reactie op de Romeinse onderdrukking, de 'Openbaring van Petrus' en 'Hermas' stammen daarentegen uit mildere tijden en zijn dan ook veel positiever getoonzet. De Sibyllijnse Orakels hadden het weer vooral voorzien op keizer Nero, bij wie ook slechtheden van voorgangers en opvolgers werden opgeteld en die zo tot stereotype van de Antichrist kon worden gemaakt.

'4 Ezra' was vooral populair van de vijftiende tot en met de achttiende eeuw, waarbij men er de meest fantastische uitleggingen aan gaf. Zo konden protestanten er de gehate Habsburgmonarchie mee bestrijden, terwijl de katholieken er een rechtvaardiging van de onderdrukking van de pasontdekte Amerikaanse Indianen (een van de tien verloren Joodse stammen!) in lazen; weer anderen zagen dit boek vervuld in de veroveringen van de Turken cq. de Islam. Kortom, hoezeer ook religieus geïnspireerd, apocalypsen lijken meestal ook sociaal-politieke motieven te bevatten.

Interessanter dan de nogal monotone beschrijvingen van al die eindtijden (uitzonderingen: de 'Openbaring van Petrus' met danteske visioenen en de 'Herder van Hermas' met merkwaardige, zelfs ietwat frivole kantjes) is eigenlijk de vraag wat de mens precies in zulke apocalyptische visioenen aantrekt.

Johannes Tromp, die 'Daniël' en 'Henoch' bespreekt, slaat mijns inziens de spijker op de kop als hij betoogt dat lezers van apocalyptische 'wijs'heden in zekere zin gevleid worden, omdat ze zich ingewijd kunnen voelen. Adela Yarbro Collins gaat in haar bijdrage over de cathartische werking van de 'Openbaring van Johannes' nog verder en vergelijkt de opbouw en het verhaal met de pathologie van de schizofreen: een uit compensatie en tenachterstelling gegroeide extreme verbeelding die tot een soort haat jegens de wereld en terugtrekking uit de maatschappij leidt.

Mij deed deze verzameling historische studies vooral verlangen naar nog meer inzicht in de psychologie van het religieus-apocalyptische denken, waaraan kennelijk geen enkel tijdsgewricht, hoe verlicht en sceptisch ook, een werkelijk einde weet te maken .

Deel dit artikel