Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Iris Hond: 'Ik was het meisje dat alles goed zou maken'

Cultuur

Arjan Visser

Iris Hond wil mensen blij maken, troosten, met muziek. © Mark Kohn
Tien Geboden

Iris Hond (Harderwijk, 1987) is pianiste. In 2016 verscheen haar debuutalbum 'Dear World'. Dit album is de basis voor een gelijknamige concerttour die de komende maanden - afgewisseld met de voorstelling 'Bewogen' - in verschillende theaters en concertzalen in het land te zien is.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

Lees verder na de advertentie

"Mijn ouders woonden een tijdje in de voormalige Christelijk Gereformeerde Kerk van Harderwijk. Daar hing de getatoeëerde Jezus van Henk Schiffmacher aan de muur. Ze pendelen tegenwoordig tussen hun huizen in Frankrijk en Den Haag, maar ook daar zie je - vooral de wc's zijn haast altaren, bomvol Maria-beeldjes en dat soort dingen - hun belangstelling voor religie terug. Dat wil zeggen: voor het uiterlijk vertoon, want met het geloof zelf hebben ze geen van tweeën iets. Met name mijn vader is iemand die graag overal tegenaan trapt. Hoe strenger zijn omgeving, des te harder hij zich ertegen wil verzetten.

Mijn vaders familie is joods. Hoewel mijn opa stierf toen ik een jaar en twee maanden oud was, heb ik me altijd sterk met hem verbonden gevoeld. Het is alsof het verdriet dat hij aan zijn zoon heeft doorgegeven bij mij terecht is gekomen. Ik ben al snel familieleden gaan zoeken, wilde alles weten over de concentratiekampen waar sommigen van hen waren omgekomen.

Toen ik voor de muziek naar Amerika verhuisde, leerde ik via mijn producer Leonard Cohen kennen. Leonard en ik raakten goed bevriend en al snel vierden we elke week de sjabbes samen. Het was heel bijzonder, maar tegelijkertijd voelde het gewoon, vertrouwd, alsof ik mijn leven lang op vrijdagavond nooit iets anders had gedaan."

Als je lang genoeg niet respectvol bent, kan ik heel goed ruzie met je maken

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Leonard Cohen stak qua talent ver boven andere mensen uit, maar het is me opgevallen dat het vooral zijn entourage was die het beeld van de superstar in stand hield. Leonard was een gentleman, een man bij wie ik me onmiddellijk en totaal op mijn gemak voelde. Hij was iemand die de hele dag in zijn kleine appartement zat te schrijven. Verder helemaal niks. Geen sterallures.

In mijn voorstellingen 'Dear World' en 'Bewogen' probeer ik de standbeelden die voor sommige componisten zijn opgericht neer te halen. Dat doe ik door het publiek te vertellen dat het vaak ook fysiek en mentaal labiele mensen waren die er bizarre levensstijlen op nahielden.

Het gaat in eerste instantie om de muziek, dat is waar, maar je hebt ook een verhaal nodig. En een plaatje. Dat ik de huispianiste werd bij 'De Tiende van Tijl' (AvroTros-programma over klassieke muziek, gepresenteerd door Tijl Beckand, AV) heeft ongetwijfeld ook iets met mijn uiterlijk te maken. Het lastige is dat ik uit sommige reacties na een televisieoptreden kan opmaken dat men kennelijk verrast is dat 'er toch nog iets achter zit'. De platenmaatschappij wil graag dat ik zo sexy mogelijk op de foto ga voor een albumcover, maar daar verzet ik me steeds weer tegen. Natuurlijk vind ik het belangrijk om er verzorgd uit te zien, maar echte schoonheid zit van binnen. Als je hard werkt, schijnt op den duur iets daarvan ook door naar buiten."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"In eerste instantie ga ik voor de harmonie, maar als je lang genoeg niet respectvol bent, kan ik heel goed ruzie met je maken. Schelden en tieren, ja, al ben ik eerder iemand die met dingen gaat gooien. Ik roep nooit iets waar ik later spijt van krijg; ik zal iemands kwetsbare kant niet misbruiken in een ruzie. Ik ben geen heilige - verre van - maar ik geloof echt dat het beter is om niet te snel boos te worden. Zonde van de energie. Bovendien vinden mensen het vaak veel erger als je rustig blijft of helemaal niet reageert... best gemeen eigenlijk hè? Zie je? Zo lief ben ik nou ook weer niet."

Mijn ouders zijn de leukste mensen die ik ken

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Op zondag moet ik vaak werken, of nou ja, het is natuurlijk geen werk; het is mijn passie. Ik vind het moeilijk om te luieren. Ik moet dingen doen. Anders blijven ze liggen. Alhoewel... Gisteravond, toen ik met mezelf had afgesproken om een paar interviews van jouw Tien Geboden-reeks te lezen, ben ik toch met een boek onder een dekentje op de bank bij de open haard beland. Ik kan het heus wel."

V Eer uw vader en uw moeder

"Soms zie ik leeftijdsgenoten bijna wegduiken als hun ouders binnenkomen - 'Mám!' 'O nee, páp!' - maar ik ben juist supertrots op ze. Het zijn de leukste mensen die ik ken. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik hen moest beschermen. Iemand gaf mij ooit het boek 'Het drama van het begaafde kind' (Alice Miller, 1979, AV) cadeau. Ik wil hier niet beweren dat ik zo begaafd ben, maar ik herkende onmiddellijk het extreme verantwoordelijkheidsgevoel dat zulke kinderen ervaren. Als we vroeger een ijsje gingen kopen, vroeg ik om het goedkoopste ijsje. Als het gaat vriezen, ben ik bang dat mijn moeder uitglijdt. Als mijn ouders niet appen dat ze ergens veilig zijn aangekomen, word ik ongerust. Mijn angst dat hun iets zou overkomen werd zo groot dat ik mezelf op de gedachte betrapte dat ik, als ze écht dood zouden gaan, eindelijk niet langer meer bang zou hoeven zijn.

Toen ik op mijn veertiende aan het conservatorium in Den Haag mocht studeren, zat ik nog helemaal in die beschermingsmodus. Er gebeurde iets vreselijks: de man bij wie ik in huis kwam te wonen - iemand die al eerder leerlingen had opgevangen - misbruikte me en ik kwam na een paar maanden op straat te staan. Ik durfde er met niemand over te praten. Zéker met mijn ouders niet. Ik dacht dat mijn vader van schrik een hartaanval zou krijgen... In de maanden die volgden, was ik dakloos. Ik bleef tot 's avonds laat in het conservatorium, speelde piano in restaurantjes om aan geld te komen, trok op met andere daklozen in de stad. In het weekend ging ik naar mijn ouders, maar ik vertelde ze niet wat me was overkomen of hoe het werkelijk met me ging. Na drie, vier maanden vond ik een kamer en was het niet langer nodig om te liegen. Die dakloze periode kwam weleens ter sprake, maar ik heb pas drie jaar geleden gezegd dat ik door die man werd misbruikt. Ik kon het niet langer voor me houden; het was net alsof ik - door het verhaal dat mij had gevormd voor me te houden - langzaam maar zeker een vreemde voor hen begon te worden. Mijn ouders schrokken zich rot, maar ik denk dat er voor hen ook dingen op hun plaats vielen. Ze waren niet de enigen die dachten dat er 'iets' aan de hand was. Ik speelde al een tijd in opvanghuizen, tbs-klinieken en gevangenissen. Mijn uitleg - dat ik een tijdje op straat had rondgezworven - was plausibel, maar wat was er nou aan voorafgegaan? Een beetje ruzie met de man die me had opgevangen?

Bij 'Pauw' had ik me voorgenomen open kaart te spelen. Het was een gok, maar het pakte goed uit

Op 27 september was ik te gast bij 'Pauw'. Ik had me voorgenomen open kaart te spelen. Mensen uit mijn directe omgeving twijfelden. Zou je dat wel doen? Op televisie? Het was een gok, maar het pakte goed uit. Ik voelde me niet alleen opgelucht, enorm bevrijd, maar ik merkte ook aan de honderden reacties die ik kreeg dat ik niet de enige was, dat anderen het gevoel hadden dat ik namens hen had gesproken.

Voor mijn ouders was het moeilijk. Ze voelen zich, denk ik, na al die tijd nog steeds machteloos. Waarom hebben we het destijds niet geweten? We hadden toch een warm thuis? Maar ook: waarom hebben we er nooit uitvoerig over gesproken toen we het eenmaal wisten? Ik had iets kunnen zeggen, ja. En zij hadden meer kunnen vragen. Het mooie is dat we nu wél met elkaar kunnen praten over dingen die we niet zo leuk vinden van elkaar. Dat komt ook doordat ik zes jaar in Amerika heb gewoond. Ik heb letterlijk en figuurlijk afstand kunnen nemen waardoor het daarna makkelijker werd om eerlijk te zijn. Misschien komt het daar wel op neer: ik ben niet bang meer dat ik mijn ouders zomaar kwijt zal raken."

VI Gij zult niet doodslaan

"Zo lang ik goed eet, elke dag een uur ga sporten en niet te veel stress heb, blijven de nachtmerries weg. Tot een paar jaar geleden was het wel vijf keer per week raak. Duitse soldaten bonken op de deur, ze stormen naar binnen, mijn familie wordt voor mijn ogen afgeslacht, daarna ben ik aan de beurt... Een vriend van mij vertelde me een keer dat hij geloofde in vorige levens. Volgens hem hadden wij ooit samen in een of ander Chinees klooster gewoond. Zo'n concrete voorstelling vind ik niet echt geloofwaardig, maar ik verbaas me er tegelijkertijd wel over dat ik in mijn slaap zo erg met die moordpartijen bezig ben. Toen ik in Amerika woonde, vroegen ze me een keer mee naar een schietbaan. Dat doen ze daar veel, voor de lol. 'Oké, waarom niet?', zei ik, maar eenmaal binnen was ik na één tel helemaal terug in mijn nachtmerrie. Ik raakte in paniek, moest vreselijk huilen en kon alleen nog maar bedenken dat ik daar, als ik niet doodgeschoten wilde worden, zo snel mogelijk moest zien weg te komen."

VII Gij zult niet echtbreken

"Het was een gevecht om mezelf overeind te houden. Ik had geen ruimte om na te denken over wat die man me had aangedaan. De eerste tijd heb ik me zelfs schuldig gevoeld. Ik dacht dat ik het had moeten zien aankomen; dat ik het voor had moeten zijn. Later, toen ik steeds maar zo moe was, ben ik met een professional gaan praten. Die zei dat ik voortdurend bezig was met overleven en dat ik nu eindelijk eens moest gaan léven. Dat gaat de laatste jaren beter.

Het misbruik heeft ervoor gezorgd dat ik moeilijk relaties met mannen kan aangaan

Als ik nu terugdenk aan wat er op mijn veertiende is gebeurd, vind ik het idee dat iemand die je helemaal vertrouwt in één keer een ander gezicht kan laten zien het allerergst. Het misbruik heeft ervoor gezorgd dat ik moeilijk relaties met mannen kan aangaan. Ik laat mensen wel toe, maar ben altijd bang voor het moment waarop het masker afgaat en alles anders blijkt te zijn. Daar komt nog bij dat ik het type ben dat graag dingen alleen doet. Ik vind een relatie zo'n gedoe. Al die gesprekken, al dat gezeur: ik heb er gewoon geen zin in. Tot nu toe was het vooral de behoefte aan geborgenheid, aan bescherming, die me bij een ander bracht. Dat wil ik niet meer. Ik stap alleen nog in een relatie als ik het helemaal zeker weet; als ik echt stapelgek op iemand ben geworden."

VIII Gij zult niet stelen

"In de tijd dat ik dakloos was, pikte ik op een dag een appel bij een winkeltje in Den Haag, kreeg spijt en liep terug om alsnog af te rekenen. Dat is een spelletje geworden. Als ik daar in de buurt ben, ga ik altijd even 'stelen'. Het winkelpersoneel begint al te lachen als ze me zien aankomen. Het mag niet. Dat voel ik gewoon, van binnen. Ook als je een slachtoffer van de gebeurtenissen bent, geeft je dat nog niet de vrijheid om te stelen of te bedelen."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Ooit werd ik 'Iris, het meisje met de eeuwige glimlach' genoemd. Het ging altijd goed met me. Laatst vroeg ik aan de directeur van het conservatorium of ze in die tijd niets aan mij merkten. Niets. Beetje verlegen, misschien, maar verder? Nee. Het geheim werd almaar groter in mijn hoofd, ik kreeg steeds meer fysieke klachten. Ik heb het er echt uit moeten gooien om me beter te voelen. Maar weet je wat gek is? Hoewel er in mijn dagboeken uit die jaren staat dat ik me onzichtbaar en verloren voelde, herinner ik me daar nu niet veel meer van. Dat komt misschien wel doordat de ellende mij ook heeft geïnspireerd. Ik kon er iets moois van maken. Het is echt zo: als je er van een afstandje naar kijkt, kun je in pijn ook veel schoonheid ontdekken."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Ik ben weleens jaloers geweest op iemand met een betere techniek, maar ik heb geleerd mezelf onmiddellijk te corrigeren: oké, zij speelt beter, maar jij speelt mooier. Iedereen heeft zijn sterke en zwakke kanten. Ik ben ik. Wat ik heb of wat ik kan, leidt mij naar mijn eigen doel. Dat is niet per se roem of succes, al is het heerlijk om voor heel veel mensen te mogen spelen. Laatst merkte ik dat ik me daar iets te veel door had laten leiden toen ik me druk ging maken over de kaartverkoop: wat nu als de zaal niet wordt uitverkocht? Dat is ego. Het moet niet uitmaken of ik voor honderd of voor honderdduizend mensen speel. Wat ik wil - behalve mezelf ontwikkelen en beter worden - is de mensen blij maken, troosten, met muziek. Wat dat betreft ben ik nog steeds een hippiekind. Toen ik een jaar of zeven was, wilde ik iedereen steeds maar kusjes geven. Misschien was het, onbewust, een poging om verdriet weg te nemen. Ik was het meisje dat alles goed zou maken."

Lees hier meer Tien Geboden.

Deel dit artikel

Als je lang genoeg niet respectvol bent, kan ik heel goed ruzie met je maken

Mijn ouders zijn de leukste mensen die ik ken

Bij 'Pauw' had ik me voorgenomen open kaart te spelen. Het was een gok, maar het pakte goed uit

Het misbruik heeft ervoor gezorgd dat ik moeilijk relaties met mannen kan aangaan